We doen het zelf wel Festival

Lokale Helden - Peter Jan Brouwer

‘Ik ken inmiddels 150 mensen’

Peter Jan Brouwer uit Amsterdam had twee jaar lang een composthoop in zijn meterkast. Een vliegenplaag deed hem beslissen de plantaardige resten toch maar naar buiten te verplaatsen. Inmiddels verwerkt hij samen met tientallen buren in de straat groente- en fruitafval tot compost.

“Ik ga jullie vertellen hoe wurmen een buurt kunnen verleuken. Als je mij dat twee jaar geleden had verteld, had ik je uitgelachen, maar het is echt gebeurd.” Jarenlang verzamelde Peter Jan samen met zijn zoon en dochter het groen en bracht dit naar hun zomerhuisje in Egmond-Binnen. “Daar gooide we het op de composthoop. Ik gebruikte die compost voor mijn bloemen. Het was allemaal hartstikke gemakkelijk en het kostte niets.”

Zoals dat gaat in de natuur werden de kinderen groter en wilden ze niet meer mee naar Egmond-Binnen. “Ze gingen liever naar Disco Dolly en Paradiso. En daar zat ik dan op vrijdagen met een volle emmer. Ik woonde in Amsterdam, in de Pijp, op drie hoog en daar kon ik het groen niet kwijt. Dus ik moest een oplossing vinden.”

"We verwerken 3000 kilo groente- en fruitafval per jaar tot 300 kilo compost. De straat is inmiddels een prachtige jungle."

Via het internet maakte Peter Jan kennis met een wurmenbak. Deze kon heel gemakkelijk zelf worden gemaakt. De bak kreeg een plekje in de meterkast. “Ik oogstte daar na zes maanden en deed de compost in de bloembakken voor mijn raam. Ik durf te beweren dat ik de grootste geranium van de Frans Halsstraat had.”

Het oogsten in de meterkast ging twee jaar goed, maar nadat de buren tijden het klussen een fundering hadden geraakt en er allemaal vliegen op de wurmenbak afkwamen, wist Peter Jan dat er iets moest gebeuren. Hij bedacht een plan. “Ik had al eerder een buurtinitiatief in Amsterdam georganiseerd. Samen met een paar buren hadden we wat bankjes in de straat geplaatst, waardoor we een soort ontmoetingsplek hadden gecreëerd. Ik wist welke ambtenaar ik ook weer voor mijn nieuwe plan moest hebben.”

Hij belde hem op, zette het idee op papier en diende het in bij de gemeente. “Voordat we het wisten stond er een soort compostkast in de straat. Eerst deden er vijf buren mee, toen tien en inmiddels zijn we met z’n twintigen. We verwerken 3000 kilo groente- en fruitafval per jaar tot 300 kilo compost. De straat is inmiddels een prachtige jungle. Toen ik hier net woonde kende ik zo’n vijf buren. Inmiddels zijn dat er 150. We zijn lekker bezig.”