De serie Klassen gaf de problematiek waar Monaïm Benrida zich hard voor maakt pijnlijk weer: als een kind niet ondersteund wordt door de omgeving, is het moeilijk om het kind op het niveau te krijgen dat past. Maar hoe zorg je ervoor dat elk kind gelijke kansen krijgt? "Als we het echt goed willen doen, moeten we bereid zijn om oog te hebben voor verschillen, om naast de leraar te gaan staan en te vragen: wat heb je nodig?"

Na het uitzenden van de serie Klassen over kansengelijkheid in het onderwijs trekken we het land in. Onderdeel van dit impacttraject zijn de meetups die in alle provincies georganiseerd worden en waar makers Ester Gould en Sarah Sylbing in gesprek gaan met lokale verschilmakers in het onderwijs, lokale politici en iedereen om het onderwijs heen.

Daarnaast kijken we met scholen naar waar docenten tegenaan lopen en hoe ze ondersteund kunnen worden om dat op te lossen. Hoofdpartner van deze impacttour is de Gelijke Kansen Alliantie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Monaïm Benrida is vanaf dag één betrokken bij de alliantie, eerst als verkenner en tegenwoordig als programmaleider. We spraken hem over de impacttour en hoe haalbaar het is om gelijke kansen voor elk kind te creëren. 

Laten we bij de serie beginnen, wat was je eerste reactie op de serie Klassen?
Monaïm Benrida

Monaïm Benrida

"Vanaf het allereerste moment werd ik gigantisch gegrepen door het verhaal van Anyssa en Yunuscan. Bij Anyssa was dat omdat ik in de afgelopen 4,5 jaar dat ik me bezig hou met kansengelijkheid de hele tijd roep: 'Wat nou als je het cognitief aan kunt, als je pienter genoeg bent, maar niet de juiste hulpbronnen hebt?' En dan keken mensen mij over het algemeen heel glazig aan, die dachten: als je slim bent dan kom je er toch altijd wel? De invloed van de omgeving werd heel erg onderschat. En Anyssa liet op briljante wijze zien hoe slim en intelligent ze is, maar tegelijkertijd werd het pijnlijk duidelijk wat haar omgeving wel of niet bracht.

Bij Yunuscan voelde ik veel waardering en bewondering, maar ook een beetje buikpijn. Bijvoorbeeld bij de scène dat hij topografie aan het oefenen is aan het einde van de dag, als iedereen uit huis is en hij even achter de computer kan zitten. Hij kwam toen bij Deventer uit en toen zei hij De-vénter. Dat greep mij aan, want dat kan ik me nog herinneren uit mijn jeugd. Ik ben opgegroeid tussen mensen die ook dat soort uitdagingen hadden."

Wat voor uitdagingen waren dat?

"Ik ben van Marokkaanse komaf en geboren en getogen in Roermond. De vrienden uit mijn omgeving hadden ook Marokkaanse roots, hoe leer je dan de taal terwijl je omgeving die niet spreekt? Gewoon, de juiste uitspraak, bedoel ik dan. Want dan had je topografie geleerd en wist je waar Deventer lag, maar je kreeg het niet goed uitgesproken. Dan heb je het nog steeds niet goed, voor je gevoel. Die sociale pijn, dat greep mij misschien iets meer dan gemiddeld, denk ik.

Wat ik zo mooi vind aan Yunuscan is dat hij ontzettend bewust is van wat je moet doen om te klimmen op die maatschappelijke ladder. Maar hij kan het niet in zijn eentje en daar heeft hij gewoon heel veel hulp bij nodig. Ik zie iemand die keihard aan het strijden is om te gaan klimmen. Hij wil zo graag, maar daar is meer voor nodig."

Yunuscan met zijn ouders.

Welke problematiek frustreert je het meest?

"In 2016 werd kansengelijkheid stevig geagendeerd door de Onderwijsinspectie. In schoolprestaties was een groeiende kloof tussen kinderen van laagopgeleide en hoogopgeleide ouders. Toen ben ik gaan verkennen hoe we in de vorm van een alliantie samenwerkingen aan kunnen gaan met verschillende partijen. Al snel bleek waar de echte pijn zat, namelijk: een aantal kinderen heeft gewoon niet de hulpbronnen die ze nodig hebben.

Bij hulpbronnen denken mensen altijd aan spullen en financiën. Dat is belangrijk, maar dat is niet wat ik bedoel. Ik heb het vooral over ondersteuning in het verkrijgen van kennis, in het ontwikkelen van vaardigheiden. Maar ook emotioneel: dat kinderen gecoacht worden en gesterkt worden in het geloof in hun eigen kunnen.

Tijdens de coronacrisis was er veel vraag naar laptops en spullen en in groten getale kwamen allerlei bewegingen op gang om dat voor elkaar te krijgen. Dat is fantastisch. Maar als je opgroeit in armoede, met weinig ruimte en weinig aandacht, dan is een laptop best een handig apparaat om bepaalde dingen te kunnen doen, maar het is niet waar het om gaat. De echte pijn, het gezien en begeleid worden, is vele malen effectiever."

Wie is verantwoordelijk voor het oplossen daarvan?

"Dat is een hele terechte vraag, maar eigenlijk ook wel de meest bizarre vraag die gesteld wordt. Want wat daarboven hangt, en dat zie je ook terug in Klassen, is: wat voor samenleving willen wij zijn?

Na Klassen kreeg ik telefoontjes van mensen die op persoonlijke titel iets wilde doen aan de problematiek. Volgens mij is dat precies wat Klassen teweeg heeft gebracht. Namelijk bewustwording; dat er in de samenleving iets nodig is. Natuurlijk moet er vanuit Den Haag beleid worden gemaakt, maar ik denk dat we ook op heel lokaal niveau moeten gaan kijken naar actoren die bijvoorbeeld naast school kunnen bestaan. 

Het allermooiste voorbeeld vind ik de studiezalen van Abdelhamid Idrissi in Amsterdam. Hij ervaarde als hbo-student zo’n beetje alle pijnpunten die je kunt meemaken. Hij had geen goedwerkende laptop, geen printer, hij voelde zich erg onzeker, noem maar op. Hij is een initiatief begonnen, en realiseerde studiezalen waar studenten en leerlingen aan de slag kunnen met hun huiswerk én daar begeleiding bij krijgen."

"Als je hem vraagt wat er nodig is om gelijke kansen te hebben zegt hij: 'Een goede nachtrust.' Daar moet ik dan om lachen, want ja, iedereen moet op tijd naar bed. Maar wat hij bedoelt is dat kinderen die opgroeien in gezinnen met veel stress, door bijvoorbeeld armoede en schulden, dingen ervaren die niet bevorderlijk zijn voor het wel en wee van die kinderen op school. Abdelhamid praat daarom met ouders van die gezinnen en vraagt ze wat ze nodig hebben. Bij sommigen is meteen voedsel nodig. Dat heeft hij tijdens corona geregeld door samen te werken met boeren in de omgeving.

Maar hij kijkt ook hoe hij gezinnen met schuldenproblematiek kan helpen, door te helpen met het zoeken naar werk of mee te gaan naar de schuldhulpverlening. Daardoor ontstaat een rustsituatie thuis waardoor er echt verandering kan ontstaan en zo krijgen de kinderen ook de aandacht die ze verdienen."

Screenshot van de eerste (digitale) meetup in Flevoland.

Sinds februari maken jullie deel van het impacttraject van Klassen, wat komen jullie tegen?

"Alle energie die er is na het verschijnen van Klassen, moeten we vasthouden. Daar moet vervolg op komen vanuit de Gelijke Kansen Alliantie. Daarom hebben we ons gecommitteerd aan de uitvoering van de meetups, maar we hebben ook meteen gezegd dat er een vervolg komt in iedere provincie. Dat kan in een volgende meetup zijn, maar ook iets anders. Collega Gert Vos is daar nu vanuit de alliantie verantwoordelijk voor, samen met het team dat hem ondersteunt.

Zo klopten in een paar provincies steden aan waar geen meetup vanuit Klassen werd georganiseerd, die ook een meetup willen organiseren. En we zien individuen die met initiatieven willen bijdragen. Gert is nu bijvoorbeeld met een psychologe aan het kijken hoe ze op scholen iets kan bijdragen. Zij heeft ontzettend waardevolle ideeën en ze onderzoeken hoe ze nieuwe verbindingen kunnen realiseren."

Hoe haalbaar is het creëren van gelijke kansen voor elk kind?

"Veel mensen associëren gelijke kansen met dat iedereen naar de universiteit moet kunnen gaan, maar daar gaat het niet om. Het gaat om het optimaal ontwikkelen van talent, en dat kan alleen als je aandacht hebt voor het kind. Dat gun ik elk kind en ik vind dat de opdracht voor onze samenleving. Natuurlijk, niet alles is maakbaar, maar iedereen heeft wel recht op zijn of haar passende plek in de samenleving.

Wat nu heel hard nodig is in de samenleving, is dat kinderen beter weten wat er allemaal 'te halen valt'. Neem iets als kunst en cultuur, hoeveel kinderen zijn er begunstigd met een knutsel of tekentalent maar krijgen daar niet de waardering voor die daarbij hoort? Ik ken voorbeelden van ouders die zeggen: 'Wat moet ik met die rommel?' wanneer hun kind met een knutselwerk thuiskomt. Hoe wil je dat die kinderen richting een creatieve opleiding gaan?

Wat we volgens mij vooral moeten beseffen met elkaar, is dat veel meer gekeken zal moeten worden naar wie nou in de klas zit. Daar moeten de vragen, de aanpak en de aandacht op aangepast worden. Wij moeten nog veel scherper kijken naar wat de leraar nodig heeft. Niet alleen aan expertise, maar ook aan menskracht om te doen wat nodig is. Iemand als Abdelhamid Idrissi bijvoorbeeld, hij kan een fantastische ondersteuning zijn voor leraren om verbinding te maken met thuis.

Als we het echt goed willen doen, dan moeten we bereid zijn om oog te hebben voor de verschillen. Dus niet alleen generiek aanpassingen maken, maar echt inzoomen op geografische verschillen en ook per wijk en per school een verschillende ondersteuning bieden.

De belangrijkste verschilmaker in het onderwijs is de leraar. Bekijk je de school als een bedrijf, dan is er geen enkele andere organisatie die zo veel 'klantcontact' heeft als de leraar. Reken maar uit: veertig weken keer vijf dagen per week, dus tweehonderd dagen, keer – laten we zeggen zes uur. Nou dat zijn al 1200 uren per jaar dat je contact hebt met je leerlingen. Alles wat wij vanuit de Gelijke Kansen Alliantie doen, moet ervoor zorgen dat dát contact en de interactie tussen leerlingen en leraar, in dát ene klaslokaal, op die ene school, in die ene wijk, in die ene stad versterkt wordt."