Afgelopen woensdag 26 mei was de slotmanifestatie van het impacttraject rondom onze serie Klassen. In het Zuiderstrandtheater in Den Haag waren de makers, hoofdpersonen en beleidsbepalers bij elkaar om het te hebben over hoe het onderwijsveld en de landelijke politiek samen op kunnen trekken om de kansenongelijkheid in het onderwijs te verkleinen. Onderwijsdeskundige en toetsexpert Karen Heij was ook aanwezig en hield een lezing ter introductie van het gesprek. Die lees je hier integraal.

"Nederland is het enige land in de westerse wereld dat kinderen al op zo jonge leeftijd, elf / twaalf jaar, de maat neemt om hen te kunnen verspreiden over zéven (!) verschillende vormen van vervolgonderwijs. En dat doet met een toets aan het eind van groep 8. Die toets is wettelijk verplicht. Net als het Leerlingvolgsysteem waarmee kinderen getoetst moeten worden vanaf groep 3.
 
Wij doen dit al zolang dat wij denken dat dit normaal is en dat wij dit in Nederland heel goed doen. En tegelijkertijd blijkt Nederland het internationaal slecht te doen als het gaat om kansengelijkheid. Kinderen van ouders die laag zijn opgeleid hebben hier minder kans om zelf op een hoger onderwijsniveau terecht te komen. En ook kinderen die opgroeien in een andere thuistaal dan het Nederlands, zijn oververtegenwoordigd in de lagere regionen van het onderwijs. 

Karen Heij achter het spreekgestoelte tijdens de slotmanifestatie van het impacttraject van Klassen.

Zelfs rekenen is talig

Ons systeem klinkt aantrekkelijk en eerlijk: met een objectieve toets die voor alle leerlingen hetzelfde is, op hetzelfde moment wordt afgenomen, vaststellen wie het best past bij welke vorm van vervolgonderwijs. Maar wat te mooi klinkt om waar te zijn, is vaak ook te mooi om waar te zijn. Ik neem u mee. 

De eindtoets gaat vooral over taal, en dan vooral over woordenschat, grammatica en begrijpend lezen. Zelfs rekenen is heel talig door de vele verhaaltjessommen. Dit betekent dat de kinderen die in een andere moedertaal opgroeien per definitie in het nadeel zijn. Zij hebben nu eenmaal meer tijd nodig.

Omdat scholen de uitkomsten van de toetsen van het Leerlingvolgsysteem uit groep 6, 7 en 8 verplicht mee moeten nemen in hun advies, hebben we de selectie in Nederland nu feitelijk verder vervroegd. En zo vervroegd dat het voor kinderen met een andere thuistaal vrijwel onmogelijk is om de achterstand in te halen zo blijkt uit wereldwijd onderzoek naar taalverwerving. Het Turkse jongetje legt in de serie de vinger op de zere plek: omdat hij bij de start minder woorden kent, haalt hij zijn achterstand niet meer in.

Toets zorgt voor verschil

De eindtoets is namelijk geen toets die geschiktheid voor het vervolgonderwijs méét, maar een toets die kinderen met elkaar vergelijkt. Dat betekent dat kinderen geordend worden van hoog naar laag scorend. De toets wordt ieder jaar zo geconstrueerd dat de beste twintig procent een vwo-advies krijgt en de onderste vijftig procent verdeeld wordt over het vmbo en wat daar tussenin zit krijgt een advies met havo. Zelfs als de scores daarvoor aangepast moeten worden zoals dit jaar. Want er bestaat geen profiel van wat een kind geschikt maakt voor vwo of voor havo of voor vmbo. Er is alleen een score.

En zo hebben we een toets, die zorgt voor verschil. Bewust de helft van de kinderen scoort boven het gemiddelde en de helft eronder. Vervolgens zeggen we dan dat een kind ‘ondergemiddeld’ is of ‘bovengemiddeld’ wat dan toch een andere klank heeft. Het pijnlijke is wel dat die score in de praktijk verwordt tot een persoonlijkheidskenmerk, een eigenschap die zich als een oordeel ‘dom’ of ‘slim’ vastzet in het hoofd van een kind, van zijn leerkrachten, zijn ouders en van beleid.

En door het gebruik van een Leerlingvolgsysteem, dat op exact dezelfde, vergelijkende, manier werkt, worden de kinderen al vanaf groep 3 met elkaar vergeleken en krijgen ze vanaf groep 3 een etiketje. En zo wórdt een kind zijn score. Want in groep 8 heeft een kind al zo vaak gehoord dat hij een A-tje is of een E-tje dat de eindtoetsscore niet meer als een verrassing komt, maar dat de eindtoets eerder werkt als een ‘selffullfilling prophecy’. Het Leerlingvolgsysteem monitort geen ontwíkkeling maar zorgt voor een vorm van verwachtingsmanagement. Zo bieden we kinderen geen kansen maar sluiten we ze op in hun verleden.

Bekende personages uit Klassen luisteren tijdens de slotbijeenkomst naar de talk van Karen Heij: Wethouder Marjolein Moorman, schooldirecteur Thea Michel en bestuurder Mirjam Leinders.

Select groepje 'winnaars'

De eindtoets in combinatie met het LVS is geen eerlijke wedstrijd. Het is bovendien een wedstrijd waar je niet opnieuw aan kunt deelnemen. Daarmee zijn de gevolgen buitenproportioneel groot. Het is de hoogste tijd dat we ons realiseren dat succes in onderwijs niet te voorspellen is. Niet met een toets en niet met een oordeel van de leerkracht. Onderwijs kan, net als de beurs geen garantie geven voor de toekomst op basis van resultaten uit het verleden.

Ons onderwijsmodel is een model dat zo snel mogelijk kinderen wil achterlaten om met een select groepje ‘winnaars’ bij de finish te komen. En met de rest vullen we de andere bakjes voor de arbeidsmarkt waarbij we overstappen en doorstromen steeds moeilijker zijn gaan maken. Want de uitkomst van de eindtoets is allang geen ‘advies’ meer en de ruimte om binnen het voortgezet onderwijs alsnog over te stappen, is steeds moeilijker gemaakt.

Dit zorgt voor nog meer druk op de eindtoets. Daar, op 12-jarige leeftijd worden de prijzen verdeeld. Zoals het jeugdjournaal in 2017 het liet zien: kinderen met een vwo-advies die proosten met kinderchampagne. De uitslag van de eindtoets is het feest van winnaars geworden en het wonden likken voor de verliezers.

Wie staat centraal?

We hebben in Nederland vooral een economisch georiënteerd onderwijsmodel gecreëerd, uitgaand van permanente selectie, bedoeld om de ‘besten’ te kunnen selecteren. Het is zeker geen onderwijsmodel waar de behoeften van het kind centraal staan, want wie het meest gebaat is bij veel onderwijs, gaat het kortst naar school. Onderwijstijd, energie en geld gaan vooral naar degenen die met behulp van een zorgvuldig selectieproces, kunnen zorgen voor een hoog rendement.

Nadenken over aanpassingen van toetsing of stelsel, zoals op veel niveaus nu gebeurt, vraagt dan ook eerst antwoord op een veel grotere vraag: wat willen we dat het doel van onderwijs is in onze samenleving en wie of wat staat daarbij centraal? En wat voor model past het best bij een streven naar rechtvaardig en inclusief onderwijs?

Gelukkig zitten hier vanavond veel mensen bij elkaar die zich met die vraag kunnen bezighouden. En daar leg ik de bal graag neer want daar ligt een belangrijke sleutel voor verandering!"