Best practice van de week: Wereldschool IKC Sint Jozef in Heerenveen. In Klassen zagen we verschillende mensen in het onderwijs die aanliepen tegen het bieden van gelijke kansen aan kinderen. In de Meetups die nu in het land georganiseerd worden, praten mensen uit het onderwijs samen over oplossingen rond deze thema’s. En daar komen soms bijzondere oplossingen om ongelijkheid in het onderwijs te verkleinen naar voren.

In de hal van IKC Sint Jozefschool hangt een enorme wereldkaart met een speld in elk land waar een leerling van de school vandaan komt. Dat verschilt natuurlijk per jaar, maar gemiddeld zitten er zo’n zeventien pinnetjes in de wereldkaart. De school, met 120 basisschoolleerlingen, staat in een wijk in Heerenveen waar veel gezinnen met een migrantieachtergrond wonen.

Het is een wijk met veel sociale huurwoningen. Mensen die via Vluchtelingenwerk binnenkomen, komen al snel in deze wijk terecht. De school ziet zichzelf dan ook als oefenplek voor een interculturele samenleving en maakt expliciet gebruik van de velen talen en culturen die de leerlingen van de school mee de schoolklas innemen.

Focus op talen

Francis Flapper is intern begeleider en waarnemend schoolleider op IKC Sint Jozef-school. “Bij ons krijgen kinderen les in het Nederlands, vanaf groep 1 krijgen ze Engels en we hebben aandacht voor de Friese taal. Juist de focus op verschillende talen trekt verschillende ouders aan, wat voor een goede balans op school zorgt."

Veel kinderen spreken thuis nog een andere taal en gaandeweg kwamen ze erachter dat als zij hun eigen taal niet goed onderhouden, het ook lastiger is de Nederlandse taal te leren. "Als kinderen ineens worden ondergedompeld in de Nederlandse taal, door onderwijs maar ook door hun vrienden en tijdens het spelen, verdwijnt als eerste de taal van emoties in hun oorspronkelijke taal. Als kinderen thuis niet hun eigen taal onderhouden, kunnen kinderen en ouders op den duur niet meer communiceren.”

Daarom heeft de school de afgelopen jaren taal en de cultuur van thuis een belangrijke rol gegeven. Flapper: “We zien dat ouders nog regelmatig geadviseerd worden om zo veel mogelijk Nederlands met hun kind te spreken. Dat is een achterhaalde visie op meertaligheid. Als je een sterk ontwikkelde moedertaal hebt die zich blijft ontwikkelen, kun je daarbij veel makkelijker een tweede taal leren.”

Het Schoolplein van Wereldschool St. Jozef.

Voorlezen in de moedertaal

Omdat taalontwikkeling een vlucht neemt bij peuters en kleuters, initieerde de school een leesplan. Kinderen en ouders worden geholpen de woordenschat in hun eigen taal te vergroten. De school zocht geschikte prentenboeken (Heb jij misschien olifant gezien? En Coco kan het!) en liet die vertalen in de moedertaal van alle kinderen. Als kinderen worden aangemeld op school, verwacht de school dat ouders meedoen aan een workshop en ze thuis het prentenboek voorlezen. De workshops (voorlezen) worden in samenwerking met leesconsulenten van de bibliotheek aangeboden. 

Flapper: “Omdat de ouder zelf gaat voorlezen, raakt het kind niet alleen geïnteresseerd in lezen en boeken, maar komen ouders ook in aanraking met de rijkheid van de taal. In boeken staan meer woorden dan je in het dagelijks leven gebruikt. Ook leren ouder en kind dat het een gezellig moment is om samen te gaan zitten lezen. Om de verbinding te houden en herkenbaarheid te vergroten, wordt de Nederlandse versie van het prentenboek op school voorgelezen.”

In de ontwikkeling van deze visie is de school begeleid door een lector meertaligheid en schriftelijke vaardigheden van de NHL Stenden Hogeschool. Studenten van deze opleiding gaan als opdracht de effecten meten van het leesplan. “Het is een visie op meertalig onderwijs en we gaan proberen de opbrengst van onze aanpak aantoonbaar te maken," zegt Flapper. "Het is interessant voor ons om het effect van onze aanpak te meten. Enerzijds om de taalontwikkeling van kinderen te kunnen volgen, anderzijds omdat we hiermee onderbouwing kunnen geven aan instanties die subsidies verstrekken.”

Kinderen snappen veel

In alle klassen leren kinderen dat hun eigen taal en cultuur belangrijk zijn. “Kinderen hebben de moedertaal nodig om hun eigen cultuur te bewaren," zegt Flapper. "Door trots te zijn op hun eigen cultuur en taal ontwikkelen ze eigenwaarde en zelfvertrouwen.”

Elsbeth de Boer is al twintig jaar docent op Sint Jozef. Ze staat voor groep 7/8. “Kinderen krijgen de ruimte om zich in hun eigen taal en cultuur te uiten en zich daardoor gezien voelen. Ze vertellen bijvoorbeeld dat ze direct na school naar huis moeten om hun huiswerk te maken. Door dit te bespreken in de klas, kunnen ze dit afzetten tegen elkaar. Hoe gaat dat bij jou thuis? Dat vinden ze fijn om te vertellen, omdat ze daarmee ook begrip kweken. Bijvoorbeeld waarom ze na school niet kunnen buitenspelen.”

Er zijn nou eenmaal verschillen in achtegrond en kinderen voelen dat haarfijn aan, volgens De Boer. "Als ik kies voor aangepaste lesdoelen, bijvoorbeeld omdat een kind pas net in Nederland woont, is daar begrip voor bij de rest. We praten en leggen het elkaar uit, al is het met handen en voeten. Kinderen snappen het als een ander kind meer tijd nodig heeft.”

Gevoel van trots

“We werken in de klassen met thema’s," zegt Flappr. "Daarbinnen laten we zoveel mogelijk de achtergrond van de kinderen terugkomen. In maart hadden we bijvoorbeeld de maand van de meertaligheid. Toen heeft ieder kind een identiteitskoffer gemaakt waarbij de buitenkant ging over hun eigen achtergrond.” 

De Boer: “Bij sommige kinderen was dat de Nederlandse en nog een andere cultuur. Een Columbiaanse jongen had zijn hele koffer over Colombia gemaakt en dat brengt nieuwsgierigheid met zich mee. Andere kinderen willen weten wat je eet in Colombia, en of er wilde dieren zijn. Dat soort gesprekken voer je in de klas.”

Bij de kinderen ontstaat zodoende een gevoel van trots, ziet Flapper. "En of je nou uit Nederland of ergens anders vandaan komt, ze leren van elkaar en het blijkt dat er naast verschillen ook veel overeenkomsten zijn. Voor deze kinderen wordt het heel normaal dat je niet dezelfde achtergrond hebt.”

Feest op school in Heerenveen.

Hoge verwachtingen

De school vindt het belangrijk dat ouders ook een rol krijgen op school en zichtbaar zijn. Flapper: “Door ouders bijvoorbeeld soep te laten maken op hun eigen manier, passend bij hun cultuur. Deze ouders spreken misschien de taal niet zo goed, maar kunnen wel soep maken. En daar zijn hun kinderen dan weer trots op. Dat ouders meedoen is in de Nederlandse cultuur heel normaal, maar in veel andere culturen niet. Op deze manier geven we deze ouders ook een plek.”

En natuurlijk is er wel eens wrijving met zoveel verschillende culturen bij elkaar. "Zo was er wel eens een ouder die haar kind veel later ophaalde van het schoolplein dan afgesproken," zegt Flapper. "In zo’n situatie leg je nog eens een keer de regels uit en waarom die voor ons belangrijk zijn. Vaak hoor je dan meer over de situatie thuis en waarom het de moeder niet lukt om op tijd te zijn. Zo kun je een ouder helpen en gaat het steeds beter.”

Juf De Boer loopt soms tegen de hoge verwachtingen van ouders op. "Dan zeg je dat het goed gaat met het kind, want hij of zij doet het gezien de omstandigheden goed. Maar dat betekent niet direct dat iemand naar het vwo, terwijl de ouders hun kind graag arts of advocaat zien worden. Daarnaast is communicatie soms lastig. Veel staat op schrift en ouders die de taal niet machtig zijn, bereik je daar dus niet mee. Daarom maak ik soms wel gebruik van een tolk als het belangrijk is.”

Ideale wereldburgers

Volgens Flapper heb je een aantal diverse ouders nodig, die het voortouw nemen en andere ouders daarin meenemen. Dus een Arabische ouder, een Friese ouder, een Eritrese ouder, die door de andere ouders in die gemeenschap vertrouwd wordt en als tolk of supporter kan optreden.”

Wat betreft de kinderen merken zowel De Boer als Flapper dat de machtsverhouding tussen ouder en kind soms verschuift. De Boer: “Omdat een kind op een gegeven moment goed Nederlands spreekt en de ouders niet, worden kinderen het doorgeefluik. Kinderen komen mee bij oudergesprekken en gaan zelfs mee naar de huisarts. Dan gaan ze hun ouders voorbij. Wij blijven de kinderen erop wijzen dat ze misschien de taal wel beter spreken, maar dat ouders veel meer levenswijsheid en kennis hebben.”

“Voor ons is het een feest om naar school te gaan," zegt De Boer. "We hebben hier de ideale samenleving: het onderlinge respect en het plezier in de verschillen zou je wereldwijd willen zien. Wat zouden we dan een mooie wereld hebben.”