Best practice van de week: Transformatief onderwijs in Brabant. In Klassen zagen we verschillende mensen in het onderwijs die aanliepen tegen het bieden van gelijke kansen aan kinderen. In de Meetups die nu in het land georganiseerd worden, praten mensen uit het onderwijs samen over oplossingen rond deze thema’s. En daar komen soms bijzondere oplossingen om ongelijkheid in het onderwijs te verkleinen naar voren.

Voor scholen waar een groot deel van de kinderen uit een specifiek demografische groep komen, denk aan kinderen in een wijk waar veel armoede heerst, kinderen van migranten of met ouders uit een niet-westerse cultuur, is lesgeven alleen vaak niet genoeg om een kind het vertrouwen in eigen kunnen te geven.

De wereld van kinderen speelt zich naast school, ook thuis en op straat af. En de dynamiek op die plekken speelt een belangrijke rol in hun ontwikkeling. Hoe kun je als school een goede aansluiting vinden met thuis en de wijk zodat de ontwikkeling van een kind niet spaak loopt?

Laveren tussen gedragscodes

Tilburg heeft verschillende zogeheten krachtwijken. Basisschool Don Sarto en de 2College Cobbenhagenmavo staan in zo'n wijk in de Brabantse stad. Scholen waar kinderen niet zelden met problemen kampen die niet school-gerelateerd zijn. Problemen thuis, maar ook de straatcultuur speelt een rol in hun leven. Voor scholen is het belangrijk je daartoe tot te verhouden om de kinderen dicht bij je te houden. De twee scholen in Tilburg hebben daar een eigen manier in gevonden, gefundeerd op de Transformatieve School (TS).Bij TS draait het om het inzicht dat jongeren dagelijks laveren tussen gedragscodes die horen bij de thuiscultuur, de straatcultuur en schoolcultuur, ladders genaamd binnen TS.

Docenten ervaren dagelijks hoe dat de groepsdynamiek beïnvloedt en hoe dat kan leiden tot spanning in de klas of bij een leerling. Door transformatief handelen van docenten (leren omgaan met groepsdynamiek en laveren tussen de verschillende ladders) is het doel te werken vanuit gezag in plaats van macht en helpen en motiveren hun leerlingen om geloof in eigen kunnen te bouwen. 

Kinderen op het Don Sarto in Tilburg.

Niet kijken naar leerling maar naar kind

Op Don Sarto is Nikkie van Groenendaal schoolleider. Samen met Ryanne Geboers, interne begeleider, is ze aan de slag gegaan met de theorie van TS. Van Groenendaal: “Soms gebeuren dingen in het leven van kinderen waar wij als leerkrachten geen invloed op hebben, maar die wel een cruciale rol gaan spelen in hun ontwikkeling. Hoe ga je daar als leerkracht mee om? Dat was een belangrijke vraag voor ons. We kijken nu naar het kind in plaats van de leerling."

Op die manier kijken verzorgt een breder verhaal van een kind dan het gedrag in de klas. “TS biedt theoretisch kaders en wetenschappelijke onderbouwing bij wat wij doen," zegt Van Groenendaal. "Je hebt als school veertig procent invloed op de zelf-effectiviteit (self efficacy) van een kind en zestig procent gebeurt daarbuiten: op straat en thuis. En dan is die veertig procent in de meest optimale situatie. Vaker is het dus minder en daar nemen wij geen genoegen mee. Dat brengt ons op de vraag hoe wij een band kunnen aangaan met die omgeving om te zorgen dat ze zich ook daar kunnen blijven ontwikkelen?”

Op het podium

Dat iedereen dezelfde taal spreekt, is stap één. Daarin voorziet TS. Zo wordt een theater-analogie gebruikt. Van Groenendaal: “En dan moet je denken aan de plekken waar je als school directe invloed op hebt. Het podium, oftewel voor de klas. De coulissen, de plek die kinderen niet zien, maar waar wel professioneel gewerkt wordt. De kleedkamer, de plek waar niet professioneel wordt gewerkt, zoals bij het koffieapparaat, maar waar wel gesproken wordt over kinderen."

Geloof in eigen kunnen om succesvol te zijn, dat is de kernwaarde waar deze manier van werken voor het lerarenteam van Don Sarto om draait. Van Groenendaal: “Als je lage verwachtingen hebt van kinderen, dan straal je dat verbaal en non-verbaal uit op dat podium voor de klas, bijvoorbeeld in het werk en in de doelen die je stelt aan de klas. Het begint bij de leerkracht die het geloof heeft dat je deze leerlingen verder kunt brengen.”

Met ouders bellen

Om gedrag van kinderen te begrijpen, moet de school weten wat er thuis speelt. Cruciaal daarbij is de relatie met ouders. Daarom gaat de school elk jaar bij ieder kind op huisbezoek. “Dat is een tijdsinvestering die heel veel oplevert," zegt Ryanne Geboers. "Als jij interesse toont in de situatie van ouder en kind, begin je een vertrouwensband. We praten heel veel met ouders. Als er ook maar iets bijzonders gebeurt, bijvoorbeeld een leerling is gevallen of als je op iemand hebt gemopperd, dan belt de leerkracht. En als het vaker gebeurt, nodigen we ouders uit om erover te praten.”

Maar ook positieve dingen worden benadrukt. Leerkrachten bellen einde week met ouders om te bespreken wat goed is gegaan. Docenten zien dusdanig het belang van dit soort gesprekken dat ze er tijd voor inruimen. “We vragen ouders ook om ons te bellen als er iets is," zegt Geboers. "Bijvoorbeeld als opa is overleden of een kind ’s morgens zijn bed niet uitkomt. We plannen nooit vergaderingen direct na lestijd, zodat docenten ruimte hebben eerst nog even te bellen met ouders of na te praten met kinderen.”

Voor jou, juf

De Sarto staat in een wijk waar veel families al generaties wonen. "Die ouders hebben hier zelf ook nog op school gezeten," zegt Van Groenendaal. "Wij voelen ons een verbindende factor tussen school, thuis en de straat. Kijk, je hebt ouders die zeggen: 'Ik wil niet dat mijn kind het pispaaltje wordt, dus als-ie terugslaat, mag dat van mij’. Wij vinden het belangrijk dat ouders beseffen en respecteren dat we op school regels hebben waarbinnen dat absoluut niet mag, maar dat we er ook voor waken dat zo’n kind niet het pispaaltje wordt.” 

Die straat- en thuiscultuur zijn op deze leeftijd erg verweven, erkennen Geboers en Van Groenendaal. “Kinderen luisteren nog naar hun ouders en hebben niet echt de ruimte en vrijheid die je ziet bij oudere kinderen," zegt Van Groenendaal. "Je ziet ook pas dat ze vanaf groep 5 kinderen om zich heen gaan zien als peers. Bij ons werken de kinderen vaak ook voor docenten: Voor jou doe ik het goed, juf. En kinderen zitten de hele dag bij dezelfde docent, dus die relatie is sterk.”

Regels zijn tijdelijke winst

Op het voortgezet onderwijs gaat dat anders, waar leerlingen zelfstandiger moeten zijn, steeds weer andere docenten voor zich hebben en waar het leven buiten school meer invloed krijgt. Ronald Verschuren is directeur van onder meer het 2College Cobbenhagenmavo. In die zoektocht naar de ideale vorm van onderwijs kwam hij in aanraking met de TS. “Van de leerlingen op de 2College Cobbenhagenmavo heeft ongeveer tachtig procent een niet-westerse achtergrond. TS heeft oog voor de verschillende culturen, die je als docent niet kunt ontkennen.”

Een voorbeeld. Om leerlingen te bereiken, hoef je geen straattaal te spreken, maar je moet wel weten hoe het werkt in de straatcultuur. "Je wil iemand die straatgedrag mee naar school neemt, niet aanspreken in een grote groep," zegt Verschuren. "Dan wordt iemand opstandig omdat hij of zij een bepaalde positie in die groep heeft. Je spreekt zo iemand alleen aan, op de gang."

Ook grijpt men vaak naar regels als iets niet goed gaat. Terwijl regels alleen maar tijdelijke winst opleveren. "Je creëert er geen prettige leersituatie mee," zegt Verschuren. "Ik heb als test wel eens geprobeerd iedereen precies volgens de regels te laten werken. Dat kan niemand volhouden, omdat er altijd uitzonderingen zijn. Dat is menselijk. Een docent kan als streng ervaren worden zonder dat hij of zij consequenties oplegt, omdat hij of zij het natuurlijk overwicht heeft en duidelijk is.”

Meester Thijs uit Klassen.

Leren begint bij relatie

Hoe zorg je ervoor dat iedereen zo kan werken? Verschuren: “Door van elkaar te leren en veel te praten over waarom iemand intuïtief goed handelt. Docenten kijken nu veel naar elkaar, zien wat wel en wat niet werkt. Welk gedrag triggert een leerling om iets wel of niet te doen? Een team van de TS heeft onze docenten geobserveerd en beschreven welk gedrag ze zagen. In duo’s hebben docenten met elkaar meegekeken en daarop hebben we intervisie gedaan.”

Het doel bij dit alles is om docenten te laten nadenken over wat ze met een leerling willen bereiken en wat ze daarvoor nodig hebben. Hoe krijg je een leerling te pakken? En hoe zorg je voor vertrouwen? "Elk leren begint bij relatie," zegt Verschuren. "Dat kan niet zonder.”

Verder helpen

Toen de 2College Cobbenhagenmavo startte met de TS bleek dat in de pedagogische didactische kwaliteiten van de docent moest worden geïnvesteerd. “Iedere docent was op zijn of haar eigen bevlogen manier bezig het onderwijs passend te maken," zegt Verschuren. "Terwijl iedereen tegen dezelfde problemen aanliep. Je moet elkaar kunnen vertrouwen in waarneming en feedback, je moet daarvoor dezelfde taal speken naar leerlingen toe en als school moet je structuur bieden aan de docenten om hun werk goed te doen.”

En wat is de volgende stap binnen het Transformatieve Onderwijs?Verschuren: “Nu komt de vraag hoe we het onderwijs zo kunnen inrichten dat het nog geschikter wordt voor onze leerlingen. Wat hebben zij nodig ten opzichte van andere leerlingen waar de thuissituatie hoogopgeleid is? Hoe komen ze in andere netwerken?"

Op het mbo stromen ze nog te veel uit, vindt Verschuren. "We helpen ze nog niet genoeg bij het oriënteren op de toekomst. Ze willen dokter of advocaat worden, hebben een ideaalbeeld gecreëerd en misschien nog niet het beeld wat echt mogelijk is met de opleiding die ze hebben. Dus voor ons is de vraag hoe we ze nog steeds kunnen helpen het maximale uit zichzelf te halen, maar ook hoe we ze een realistisch beeld kunnen meegeven van hun toekomst.”