Best practice van de week: De verlengde brugklas van het Liemers College in Didam. In Klassen zagen we verschillende mensen in het onderwijs die aanliepen tegen het bieden van gelijke kansen aan kinderen. In de Meetups die in het land georganiseerd werden, praatten mensen uit het onderwijs samen over oplossingen rond deze thema’s. En daar komen soms bijzondere oplossingen om ongelijkheid in het onderwijs te verkleinen naar voren.

De laatste maanden konden we veel lezen over nadelige gevolgen van het op steeds jongere leeftijd voorsorteren voor één onderwijssoort als vmbo, havo, of vwo. Aanjager was het rapport Later Selecteren, beter Differentiëren van de Onderwijsraad. Vroege selectie leidt tot ongelijke kansen in het onderwijs, lezen we in het rapport.

"Leerlingen met dezelfde cognitieve capaciteiten, maar met verschillende achtergronden, komen niet op hetzelfde onderwijsniveau terecht. Hierdoor volgen veel leerlingen voortgezet onderwijs dat niet past bij wat zij in hun mars hebben," schrijft de Onderwijsraad in het stuk.

Dat de eindtoets op zo'n jonge leeftijd niet de 'geschiktheid' voor het vervolgonderwijs meet, maar kinderen met elkaar vergelijkt, ziet ook toetsexpert Karen Heij. "Er bestaat geen profiel van wat een kind geschikt maakt voor vwo, havo of vmbo," schrijft Heij in haar column. "Er is alleen een score. En zo hebben we een toets die zorgt voor verschil."

Peruskoulu

In de verhalen die naar aanleiding van dit advies verschenen, werd ook Finland weer aangehaald. Dankzij Finse onderwijshervormingen in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw komen jongeren tot hun vijftiende, ongeacht niveau, bij elkaar in de klas. Pas daarna kiezen ze voor beroeps- of wetenschappelijk onderwijs. Een van de resultaten van deze vorm van verlengd basisonderwijs, peruskoulu in het Fins, is dat Finland jaarlijks uitermate hoog eindigt in lijstjes waar best presterende studenten per land worden vergeleken.

''Laat het schooladvies in groep acht verdwijnen en stel een driejarige brugklas in voor alle leerlingen," adviseert de Onderwijsraad. "Dat betekent dat er later geselecteerd moet worden en beter gedifferentieerd. Daarmee kun je leerlingen onderwijs bieden dat recht doet aan hun capaciteit en ontwikkeling.''

Samen leren tot de derde

De verlengde brugklas is een idee dat al langer suddert. Verschillende scholen voor voortgezet onderwijs in Nederland hebben dit idee opgepakt. Zoals het Liemers College in Didam, waar men ondanks corona in augustus 2020 startte met een hele nieuwe indeling van de eerste schooljaren voor hun mavo-, havo- en vwo-leerlingen. Zij zitten vanaf dit schooljaar twee jaar lang bij elkaar in de klas en kiezen zelf per vak op welk niveau zij leren. 

Een van de initiatiefnemers van dit plan is teamleider onderbouw Susanne Pondman. Zij begon ruim anderhalf jaar voor de start van de nieuwe indeling, met het vormgeven van het idee. Ze dook in (literatuur)onderzoeken, schreef scholen aan die al met zo'n 'brede brugklas' werken, en verzamelde overal informatie. 

"We zijn een kleine locatie met 385 leerlingen," vertelt Pondman. "Ik heb gekeken met welk advies leerlingen hier binnenkwamen. De afgelopen jaren kregen meer kinderen combinatieadviezen (bijvoorbeeld mavo/havo). Hoe bepaal je dan waar een leerling uiteindelijk thuishoort: op mavo, of op havo? Vaak halen die leerlingen toch op het lagere niveau uiteindelijk hun diploma.

''Dat was voor ons een reden om te kijken wat een leerling dan precies nodig heeft om naar de havo te kunnen. Daarnaast liep de klas met vwo-leerlingen terug, dus daar konden we geen homogene vwo-brugklas meer mee vormen. Deze leerlingen kwamen daarom in een brugklas met havo-leerlingen, waarna we aan de resultaten zagen dat havo-leerlingen beter gingen presteren. Dat was reden genoeg om verder te kijken naar de toepassing van dit concept.'' 

Peer-effect

Dat peer-effect kwam Pondman ook tegen in onderzoeken naar de brede brugklas. ''De resultaten van havoleerlingen in een combinatieklas havo/vwo liggen vijftien procent hoger dan die van leerlingen in een homogene havoklas.''

Waar ligt dat aan volgens haar? ''Ten eerste werk je samen aan opdrachten en vang je ongemerkt wat op van de vwo-instructie; dat werkt voedend.'' Als voorbeeld geeft ze een situatie in de klas waar een mavoleerling naast een vwo-leerling zat te werken. ''Deze leerling zag dat de vwo-leerlig later klaar was, maar wel alles in een keer goed deed. Zij realiseerde zich dat als zij eerst twee keer zou nadenken voor ze iets deed, ze het ook meteen goed deed in plaats van snel handelen en daarmee wellicht een fout antwoord geven. Dat vind ik mooi, dat je ook op zo’n manier van elkaar leert.''

Anders te werk gaan

Dat is precies wat er in de klas gebeurt, leerlingen op alle niveaus leren van elkaar. ''Ook vwo’ers leren van andere niveaus. Zeker op het gebied van vaardigheden. Ik wil niet generaliseren, maar je merkt vaak dat mavo-leerlingen verbaal sterker zijn dan vwo-leerlingen. Ze hebben een duidelijke mening, waar de vwo’er over het algemeen nog wel eens voorzichtiger is in het uiten van een mening. Nu zien we dat als je een groepje maakt met mavo- en vwo-leerlingen ze echt van elkaar leren. De mavo wil praktisch aan de slag, vwo wil nadenken, en zo leren ze van elkaar hoe je ook anders te werk kunt gaan.''

Maar waar lagere niveaus zich vakinhoudelijk kunnen optrekken, geldt dat peer-effect niet voor vwo’ers. Hoe blijft het Liemers hen prikkelen? ''We willen hen net zo goed uitdaging bieden, dus ontwikkelen we een vwo-setting. Daarin laten we ze bijvoorbeeld onderzoek doen of aan een project werken. Ook kunnen ze plusopdrachten doen. Bij wiskunde bijvoorbeeld werken leerlingen deels met een online methode die automatisch het niveau aanpast aan de antwoorden van de leerlingen. Vwo-leerlingen kunnen dus op een zeer hoog niveau wiskunde doen.''

Yunuscan met zijn juf

Uit het advies van de Onderwijsraad

De raad adviseert ook om, veel meer dan nu, in het basis- en voortgezet onderwijs flexibel onderwijs op maat te geven, dat recht doet aan verschillen tussen leerlingen. Dat betekent dat leerlingen onderwijs kunnen volgen op verschillende niveaus in wisselende groepen, met de verrijking, verdieping en extra begeleiding die zij nodig hebben. De raad vraagt daarbij ook aandacht voor de cognitief sterke leerlingen, die nu vaak te weinig uitdaging krijgen.

Hoe kun je een klas met verschillende niveaus bedienen als vakdocent? En hoe kun je leerlingen, met zorg en aandacht, laten differentiëren? ''Didactisch hebben alle vakdocenten een enorme omslag moeten maken. De drie niveaus worden bij alle vakken anders bediend. En we hebben anderhalf jaar voorbereidingstijd genomen voor we überhaupt begonnen. Ondanks corona. We hebben gekeken bij scholen die al breed werken en daar was veel informatie te halen.

''Vakdocenten hebben met elkaar contact gehad om ervaringen uit te wisselen. In de uitvoering gaat iedereen er anders mee om. Bij geschiedenis leren de leerlingen aan de hand van drie andere programma’s. Dat is bij handvaardigheid of tekenen veel minder. Sommige vakgroepen starten met boeken op het eigen niveau en andere vakgroepen pakken één boek bijvoorbeeld op havo niveau en differentiëren omhoog of omlaag.''

Direct op hoger niveau

Vakgroepen die een andere leerroute hebben, geven drie andere instructies in de les. Vakgroepen die vanuit één boek werken, geven één instructie en gaan dan aan de slag met leerlingen die het lastig vinden. Leerlingen die mavo doen maar dat te makkelijk vinden, kunnen dus direct op een hoger niveau werken.

"Ik heb een leerling die vakken volgt op drie niveaus," zegt Pondman. "Dat kan, maar de meeste leerlingen volgen vakken op twee niveaus. Een kleiner deel volgt alles op één niveau. En vwo’ers doen dat sowieso.''

Een puber die leert nadenken

Pondman vindt het belangrijk dit proces onderzoeksmatig aan te pakken, daarom heeft ze regelmatig gesprekken met leerlingen om op de hoogte te blijven van hoe de verschillende leerlingen de brede brugklas beleven. "Over het algemeen zijn ze positief. Wat echt in hun voordeel werkt, is het coachingsprogramma, dat we parallel aan de brede brugklas hebben lopen. Een coach helpt ze om uit te zoeken welk niveau bij ze past en om sociaal vaardig te worden."

Dat is een meerwaarde volgens Pondman. Leerlingen krijgen namelijk meer regie over hun eigen leerproces en leren over zichzelf. "Ze denken na over zaken als ‘wie ben ik in zo’n groep en hoe deal ik met iemand die mij direct in de hoek zet, terwijl ik vind dat het op een bepaalde manier moet?’ Ook ouders hebben daar profijt van, ze krijgen een puber in huis die leert nadenken over eigen handelen.''

De vwo-leerling blijven bedienen

Iets waar het Liemers College nog verder mee aan de slag moet, zijn de vwo-leerlingen. In de praktische uitvoering blijkt het dat programma dat voor hen is opgesteld, toch meer aandacht nodig heeft. 

''We zijn nu bezig met het opstellen van een programma van toetsing onderbouw, waarin we expliciet de vakvaardigheden van de vwo-leerlingen uitwerken. Zo houden we beter zicht op de leerroutes voor de vwo-leerlingen. Ook merk je vaak dat mavoleerlingen makkelijk van zich laten horen, maar bij vwo’ers lijkt het toch lastiger om aan te geven waar ze moeite mee hebben of waar ze niet uitkomen. Vooral feedback geven is iets dat we meer moeten doen.''

Younes uit Klassen kreeg niet de uitdaging die hij nodig had op het vmbo.

En de toekomst?

Op het Liemers College waren al eerder combinatieklassen gehad, en daar werd ook al wel gedifferentieerd, maar nu worden docenten gedwongen te differentiëren. Deze opzet is niet geschikt voor iedere leerling, volgens Pondman. Een echte gymnasiumleerling is gebaat bij gymnasium-onderwijs, en een kb mavoleerling breed onderwijs bieden, is ook lastig. "Ze zijn van harte welkom, maar er is geen stap terug. Dus voor een leerling die het niet redt, is het zuur want ze kunnen niet op de mavo blijven."

Wat Pondman betreft gaat de school binnen korte tijd naar een driejarige brugklas. In ieder geval voor havo en vwo. Voor mavo is het lastiger, omdat zij al in hun derde jaar beginnen met toewerken naar de eindexamens. Wat Pondman in alle brede brugklasonderzoeken nog mist, en waar ze op gebrand is de komende jaren zelf te doen, is het monitoren van uitkomsten.

“Wat is nou die effectiviteit van de brede brugklas? Daar wordt nog te weinig onderzoek naar gedaan hier in Nederland. Je ziet in het buitenland wel dat het effect heeft, maar er zijn weinig scholen die het monitoren. Ik ben dringend op zoek naar onderzoekers die hier iets over konden vertellen, want je wilt toch dat mensen hoger uitstromen. Maar het eerste brede brugklasjaar, dat nu ten einde loopt, is de school heel goed bevallen.

Pondman: “Het voelt als pionieren. Het was een uitdagend jaar, maar breder instappen geeft leerlingen de lucht om op je eigen tempo uit te vinden waar ze staan en wat ze willen.''