Best practice van de week: De Amsterdamse Familie School. In Klassen zagen we verschillende mensen in het onderwijs die aanliepen tegen het bieden van gelijke kansen aan kinderen. In de Meetups die nu in het land georganiseerd worden, praten mensen uit het onderwijs samen over oplossingen rond deze thema’s. En daar komen soms bijzondere oplossingen om ongelijkheid in het onderwijs te verkleinen naar voren.

No man is an island, schreef de dichter John Donne. Het gedicht dateert uit de zeventiende eeuw, maar is nog altijd relevant. Zonder gemeenschap ben je nergens. En in een wijk waar veel families wonen, is de school een belangrijke plek voor de gemeenschap. Waarom zou je de school dan alleen als plek voor onderwijs zien, en niet als belangrijke schakel in het bijeenhouden van die gemeenschap?

Een veilige en stimulerende leeromgeving, waarin ieder kind de kans krijgt zich te ontwikkelen tot de beste versie van zichzelf, is per slot van rekening gebaat bij een prettige thuisomgeving en ouders die tijd en ruimte hebben om er hun kinderen te helpen.

In Amsterdam krijgen tien scholen steun en subsidie vanuit de gemeente om als leer- en samenkomstplek voor kinderen en ouders te fungeren. Elke school vult dit op haar eigen manier in. Alles om kinderen optimaal voor te bereiden op de toekomst door hun leefomgeving binnen en buiten de school meer op elkaar af te stemmen. Deze aanpak, ging eind 2019 onder de naam Amsterdamse Familie School van start en wordt onderzocht door de HvA en de UvA.

Ouders ontmoeten Ouders

Als je 33 jaar op een school werkt, en nog even enthousiast en vol passie kunt praten over je leerlingen en de projecten, dan werk je niet alleen op school, dan ben je praktisch de school. Mustapha Khaddari is adjunct-directeur van de Indische Buurt School (schoolbestuur STAIJ) en locatieleider van hun school aan de Balistraat.

Door zijn decennialange betrokkenheid bij de middelgrote school (totaal 270 leerlingen) heeft Khaddari verschillende veranderingen binnen zijn geliefde school meegemaakt. “We zijn een school met allemaal Amsterdamse kinderen. Vroeger noemde je het een zwarte school, maar sinds we 23 jaar geleden een gemengde school werden, is er een mix gekomen van kinderen met verschillende achtergronden. We zijn een echte afspiegeling van de buurt waar zowel hoger- als lageropgeleide ouders wonen, met verschillende culturen en geloven.”

De Amsterdamse Familie School (AFS) past de school als een handschoen door projecten die ze zelf al jarenlang op de agenda hebben staan om ouders meer de school binnen te halen. Zoals Ouders ontmoeten Ouders: avonden waarop ouders samen eten, drinken, naar verhalen luisteren en tips en kennis uitwisselen in praatgroepjes. De financiering van de AFS biedt in de eerste plaats extra ruimte voor begeleiding van ouders.

Khaddari: “Er zijn nu meer uren voor onze ib’ers om met ouders intakegesprekken te houden over wat de mogelijkheden zijn, die kinderen kunnen helpen om bijvoorbeeld zo goed mogelijk te leren. Ook de ouder- en kindadviseurs werken nu samen met ouders die hulp nodig hebben. Zo proberen we preventief te werken door ouders direct te verwijzen naar de juiste instanties.”

Mustapha Khaddari van de Indische Buurt School.

Telefoontje van een moeder

Bovendien heeft de Indische Buurt School een samenwerking met het Educatief Centrum Oost. “We hebben nu vertrouwenspersonen die zijn opgeleid door het centrum en die contact zoeken met ouders," zegt Khaddari. "Zij kennen de instanties en plekken waar mensen naar toe kunnen. Deze vertrouwenspersonen zijn gewoon buurtbewoners. Het doel is om de drempel zo laag mogelijk te maken voor ouders, die in armoede zitten, problemen hebben met schulden of andere hulp kunnen gebruiken.”

Daarnaast biedt de school in samenwerking met het Educatief Centrum Oost ouders de mogelijkheid een mbo-opleiding niveau 1 te volgen, in school. Bijvoorbeeld op het gebied van administratie of zorg. Khaddari: “We kregen een telefoontje van een moeder die zo blij was dat ze die opleiding kon doen. Ze wilde dit al zo lang, maar had geen idee hoe en waar, en nu kon het hier op school. Het was fantastisch om te zien hoe iemand die jarenlang thuiszit met de kinderen, ineens een opleiding besluit te doen en daarmee niet alleen een eigen netwerk aanlegt, maar ook een hoop zelfvertrouwen krijgt en anderen inspirereert.”

Met ouders op educatief bezoek

De school vindt het vooral belangrijk dat alle kinderen gelijke kansen krijgen, in de klas en in hun ontwikkeling. Khaddari. “Zeker omdat we zoveel verschillende culturen hebben en er ook armoede heerst onder een deel van de kinderen. We willen geen verschil maken tussen families. Ze krijgen allemaal dezelfde kansen en mogelijkheden op school.”

Goed voorbeeld is de ouderacademie. Khaddari: “Zodra het mogelijk is, gaan we met ouders en kinderen samen op educatief bezoek bij een theater, museum of andere instelling in Amsterdam. Veel ouders doen dat niet met hun kinderen, omdat ze de weg niet kennen of niet weten hoe belangrijk het kan zijn omdat je nieuwe dingen leert. Daarin nemen wij ze mee."

Dan bezoeken ze bijvoorbeeld het Tropenmuseum en krijgen een speciaal programma. "We willen graag de horizon van de kinderen uitbreiden. Een deel van de kinderen heeft weinig te doen na schooltijd. Dit is een mooie vorm in het kader van de tijd goed benutten en talenten ontwikkelen, en het is een mooie kans om andere kinderen of instanties te ontmoeten en nieuwe dingen te ontdekken.”

Marjolein Moorman, wethouder onderwijs in Amsterdam.

Bijdragen aan gelijke kansen

Het plan van de AFS komt uit de koker van wethouder Marjolein Moorman en is onderdeel van de PIEK-aanpak van de gemeente Amsterdam. Die richt zich specifiek op aanpassingen in het onderwijssysteem die bijdragen aan gelijke kansen voor kinderen. Hieronder valt bijvoorbeeld ook het versoepelen van de overgang van primair naar voortgezet onderwijs met de Brede Brugklas Bonus. De subsidie voor AFS is toegekend aan acht basisscholen en twee scholen met voortgezet onderwijs. Deze scholen gaan ieder op hun eigen manier, met eigen projecten en eigen begroting aan de slag om de Familie School in te richten. 

Dé AFS als instituut bestaat dus niet, benadrukt Daan Farjon, beleidsadviseur onderwijs bij de gemeente. Farjon: “Elke school mag een eigen invulling geven en een eigen richting bepalen en daarvoor hebben ze een plan moeten indienen eind 2019. Daar is kritisch naar gekeken, de geselecteerde scholen hebben vervolgens hun plan moeten presenteren voor een adviescommissie, waarin ook deskundigen en onderzoekers op het gebied van kansengelijkheid zaten. Na een strenge selectie krijgen de scholen een subsidie voor vier jaar.”

Tijdens die vier jaar is de gemeente naast subsidieverstrekker ook facilitator voor verdieping en verbinding. Farjon: “We willen met bijeenkomsten een lerend netwerk creëren. Elk half jaar komt iedereen bij elkaar. We bespreken waar de scholen mee bezig zijn, daarnaast hebben we een gastspreker die de scholen iets vertelt over bijvoorbeeld ouderbetrokkenheid in tijden van corona of identiteitsvorming.”

Directeur Erzsike Volf-Zaidi en adjunct Malika Mouch van basisschool Al Wafa.

Het team, het kind en de ouder

Ook het team van basisschool Al Wafa (schoolbestuur El Amal) in Amsterdam-West kreeg na de presentatie voor de commissie het goede nieuws dat zij geselecteerd zijn om een Amsterdamse Familie School te worden. En daar zijn ze best trots op.  Directeur Erzsike Volf-Zaidi en adjunct en projetleider Malika Mouch vormen de drijvende kracht achter de aanpak, weliswaar gesteund door het team. Zo is Oumaima Rotbi, leerkracht groep 7 bezig met het onderzoeken van integratie van begrijpend lezen en wetenschap en techniek.

Net zoals op de Indische Buurt School was het traject om ouders te betrekken bij de school hier ook al ingezet. Volf-Zaidi: “Het gaf ons de kans om waar wij mee bezig waren verder door te zetten. Dus het was ook niet ingewikkeld om te bedenken hoe we het moesten neerzetten.”

De school werkt met drie pijlers: het team, het kind en de ouder. Onder elke pijler heeft de school speciale programma’s. Volf-Zaidi: “Het team is je kapitaal dus daar hebben we als eerste op ingezet. We zijn een samenwerking aangegaan met De Transformatieve School. Dit is een langdurig traject met bijeenkomsten, masterclasses, klassenbezoeken en feedbackmomenten.”

“Een goede leerkracht draagt bij aan de kwaliteit van onderwijs.," zegt projectleider Mouch. "Zo worden we bewuster van bijvoorbeeld verwachtingen die we hebben van kinderen. Het hebben van hoge verwachtingen draagt eraan bij dat leerlingen meer en beter leren. Je geeft kinderen genoeg denktijd en helpt ze wanneer ze een fout of onvolledig antwoord geven, omdat je gelooft dat een kind het kan.”

Samen creëren en leren

Voor leerlingen wil de school vooral dat het onderwijs goed aansluit bij onze huidige maatschappij. Rotbi: “We willen verschillende vaardigheden en talenten aanspreken bij kinderen en in de lessen afwisseling tussen denken en doen. Taal vinden we belangrijk, daarom is begrijpend lezen bijvoorbeeld een vak dat ook wordt toegepast in lessen als wetenschap en techniek."

Ze bespreken thema’s als zeespiegelstijging en het broeikaseffect. Een van de doelen binnen de AFS is om modern onderwijs te bieden dat aansluit bij wat kinderen nodig hebben om zich straks goed te kunnen doorontwikkelen in de maatschappij. "Daarom zijn we ook bezig met het opzetten van het Al Wafa Talentenlab," zegt Rotbi. "Dit wordt een fysieke plek op school waar kinderen aan de slag kunnen met lezen, creatieve vorming en dingen maken of hun digitale vaardigheden verbeteren. En het is tevens de plek waar kinderen elkaar kunnen ontmoeten en samen creëren en leren.”

Malika Mouch en Erzsike Volf-Zaidi.

Sneller en dichter bij de ouders

Al Wafa beschikt over een brede zorgstructuur op school. Zo zijn er twee ib’ers, een logopedist, een fystiotherapeut, een ergotherapeut en een psycholoog die verbonden zijn aan de school. Mouch: “Dat gaan we samenbrengen tot een fysiek servicepunt waar ouders terecht kunnen met hun vragen. We weten uit onderzoek dat kinderen uit gezinnen waar problematiek is, meer problemen op school ervaren. Daarom willen we ouders ook helpen.”

Volf-Zaidi: “Wat daar ook bij hoort, is armoedebestrijding. En door zo’n servicepunt kom je veel sneller en dichter bij de ouders. Dat gaat over digitale leermiddelen of schoolontbijt, maar dat willen we uitbreiden naar samenwerking met maatschappelijke instanties, bijvoorbeeld voor schuldsanering. Er komt in ons nieuwe gebouw na de zomer, ook een groot ouderlokaal waar cursussen en workshops worden aangeboden aan onze ouders.”

Zo’n uitgebreid zorgnetwerk in school biedt meer voordelen. Rotbi: “Als leerkracht heb je hele korte lijntjes met de zorgverleners. Als je iets signaleert, kun je het snel bespreken. Een logopedist loopt soms gewoon de klas binnen om te kijken waar we mee bezig zijn en kinderen missen veel minder onderwijstijd omdat ze binnen school naar de zorgverlener gaan.”

Niet van 9 tot 5

Het contact met de ouders is intensief, er zijn veel formele gesprekken, maar ook informele. Rotbi: “Ook al mogen ouders de school nu niet binnenkomen, ze weten ons wel te bereiken. Telefonisch of via ons online ouderplatform. Hier plaatsen de leerkrachten ook wekelijks een update van bijvoorbeeld activiteiten die in de groep hebben plaatsgevonden om ouders te informeren.”

Volf-Zaidi: “Als je hier werkt, is het niet van geen negen tot vijf. Iedereen is intrinsiek gemotiveerd en doet een stap extra. In relatie met de ouders en de kinderen zijn we soms maatschappelijk werker of psycholoog, zonder die rol over te nemen, maar je wilt graag helpen en alles uit een kind halen. Een goede relatie is erg belangrijk.”

En wat levert het op? Mouch: “Wij willen het verschil maken, en we zien dat we het verschil maken. Onze kracht zit erin dat we geloven in elkaar en in onze leerlingen en dingen die onmogelijk lijken toch aanpakken. Dat maakt dat we heel veel bereiken.”