Best practice van de week: De brugfunctionaris in Groningen. In Klassen zagen we verschillende mensen in het onderwijs die aanliepen tegen het bieden van gelijke kansen aan kinderen. In de Meetups die nu in het land georganiseerd worden, praten mensen uit het onderwijs samen over oplossingen rond deze thema’s. En daar komen soms bijzondere oplossingen om ongelijkheid in het onderwijs te verkleinen naar voren.

Op sommige scholen groeit een groot deel van de kinderen op in armoede. Dat heeft vergaande invloed op de gesteldheid, de prestaties en de verdere kansen van leerlingen. Ook kan door armoede-gerelateerde problematiek de thuissituatie onveilig zijn of kunnen leer- en taalachterstanden ontstaan. Het gevolg is dat docenten en schoolleiders zich naast lesgeven ook bezig moeten houden met het oplossen van problemen.

Hoe zorg je ervoor dat kinderen die in armoede opgroeien niet verder achtergesteld worden op school en alle kansen krijgen om talent te ontwikkelen? En dat docenten zich kunnen bezighouden met kennisoverdracht in plaats van hulpverlenen? 

Bruggen in Gent

In het kader van kennisuitwisseling bezocht Marielle Reneman tien jaar geleden, toen als locatiemanager van Vensterscholen in Groningen, de Belgische stad Gent. Daar hoorde ze over een persoon die werkzaam is op een school en een brug slaat tussen school, thuis, de wijk en diverse organisaties die zijn gericht op zorg en talentontwikkeling; een zogenoemde brugfunctionaris. Reneman was diep onder de indruk.

Ze erkende het probleem dat de thuissituatie van grote invloed is op de schoolprestaties en dat het daarom van groot belang is dat je ook ouders betrekt. Reneman: “In Gent zag ik hoe makkelijk het was om via school de ouders te bereiken. Want immers, alle ouders willen graag het beste voor hun kind.”

Reneman ziet hoe moeilijk wijkteams en ggz-teams contact krijgen met ouders in wijken waar armoede aan de orde van de dag is. "Wat ik bijzonder vind aan de brugfunctionaris is dat het niet alleen gaat om zorg bieden, maar dat de functionaris ook talenten van kinderen ziet en daarover met ouders in gesprek gaat om ze te wijzen op mogelijkheden zoals financiële ondersteuning voor muziek- of sportles.”

Daarom besloot Reneman dat Groningen ook zo’n project nodig had. Basisscholen in zwakke wijken, waar relatief veel armoede heerst, kregen geld om een eigen brugfunctionaris in dienst te nemen. Binnen tien jaar groeide het uit tot een succesvol project met 21 functionarissen werkzaam op zestien scholen.

Van zwemles tot schuldhulp

Wilma Bolhuis is zo’n brugfunctionaris. Zij werkt al jaren op obs De Sterrensteen in Groningen. Eerst als leerkrachtondersteuner, maar sinds zeven jaar als brugfunctionaris, of ‘brugger’ zoals zij en Reneman de functie liefkozend noemen. De schoolleider vond de functie haar op het lijf geschreven. "Ik sta aan de zijlijn van school. Alles wat met onderwijs te maken heeft, bemoei ik me niet mee. Maar alles wat in de thuissituatie misgaat, daar stort ik me op."

Bolhuis merkt dat de functie in de afgelopen zeven jaar aan bekendheid heeft gewonnen. Leerkrachten signaleren veel sneller en weten dat ze met deze signalen bij haar terecht kunnen. "Juist omdat ik op school werk, mijn eigen plek hier heb en de docenten en ouders ken, is de stap veel kleiner en voelt het veel vertrouwder om ouders te vragen met mij in gesprek te gaan.”

Docenten zien ouders in oudergesprekken, waarin vaak ook wordt gesproken over de thuissituatie. Wanneer zij bijvoorbeeld horen dat een kind niet op zwemles zit, gaat er een belletje rinkelen. Dat is één van de eerste dingen die afvallen als er weinig geld te besteden is thuis. "Dan vraagt de docent of ik contact met hen mag opnemen. Ik bel ze en nodig ze uit voor een gesprek. Vaak is het dan niet alleen de zwemles, maar zit er een groter probleem achter, bijvoorbeeld schuldenproblematiek. In overleg met de ouders kijk ik wie ik kan inschakelen om te helpen.”

Brugofficier Wilma Bolhuis.

Brugger van buiten

Een school vult zelf de vacature voor brugfunctionaris. “Meestal zijn dat mensen die al aan school verbonden zijn," zegt Reneman. "Deze mensen kennen het systeem en de weg in school. De band met andere docenten is goed en ze weten elkaar te vinden."

Laatst is de eerste ‘brugger’ van buiten de school aangenomen. Reneman denkt dat dit vaker gaat gebeuren. "Het is zo’n belangrijk profiel; je wil niet iemand binnen school die tijd over heeft, maar iemand die goed kan netwerken in de wijk, die de juiste mensen en instanties weet te vinden, die ondernemend is en kansen ziet en daarnaast natuurlijk ook meelevend is.”

Goed overleg tussen de brugfunctionaris, de ib’er en de schoolleiding binnen school, is essentieel. Een schoolleider kan een partij zijn in gesprekken die een brugfunctionaris niet wil of kan voeren om de vertrouwensband niet te beschadigen. Bijvoorbeeld als er een leerplichtambtenaar of justitie aan te pas is gekomen. 

Marielle Reneman aan het uitwaaien op het strand.

Overleg met partners

Vaak zijn brugfunctionarissen de eerste stap naar zorg. "Buiten school heeft de brugger overleg met de partners in de wijk en eventuele stedelijke partners zoals Veilig Thuis, Groningse Kredietbank of schuldhulpsanering," zegt Reneman. "Deze ouders mijden regelmatig de reguliere zorg, omdat ze bijvoorbeeld bang zijn dat Jeugdzorg ineens op de stoep staat en ze uit de ouderlijke macht worden gezet. Je ziet dat de brugfunctionaris voor ouders de vertrouwenspersoon wordt waarmee ze hun positie kunnen behouden.”

Hoe dat eruit ziet in de praktijk? Bolhuis: “Ik voer regelmatig overleg met wijkmedewerkers, de ib’er, de locatieleider en jeugdverpleegkundige over onze gezinnen, uiteraard altijd met toestemming. Dan kijken we wat ze nodig hebben en waar ik voor een kind terecht kan in mijn netwerk."

Situaties kunnen heel erg verschillen, weet Bolhuis. Van ouders die nauwelijks tijd vrij kunnen maken voor hun kind omdat door ziekte en/of handicap van andere kinderen. "Dan regel ik een bso met tijdelijk extra zorg. Soms zie ik dat ouders het moeilijk hebben met opvoeden, omdat er thuis te veel andere problemen zijn. Dan vraag ik of ik een jeugdverpleegkundige mag inschakelen om te helpen.”

Iedereen mee op schoolreis

Er is goed overleg tussen de brugfunctionarissen in Groningen zodat niet iedereen zelf het wiel hoeft uit te vinden. Bolhuis: “Elke zes tot acht weken hebben we overleg en worden we gecoacht door twee 'bruggers' van het eerste uur. In dat overleg bespreken we casussen waarbij we elkaar kunnen helpen. En we worden door instanties en organisaties bijgepraat waarvoor we hen kunnen benaderen om hulp.”

En dat is prettig, want ook Bolhuis loopt na zeven jaar nog steeds tegen zaken aan. “Ik kan nog lang niet voor alle ouders iets betekenen, want armoede is een lastig onderwerp dat gepaard kan gaan met schaamte. En er zijn ook praktische problemen, zoals het fietsbudget dat is verdwenen. In het gezamenlijk overleg vraag ik dan of iemand nog een potje of organisatie kent voor hulp. Gelukkig kunnen we hier dankzij de gemeente wel altijd iedereen meesturen op schoolreisje.”

Uren uitbreiden

Na tien jaar concludeert Reneman dat de brugfunctionaris in Groningen voor iedereen een onmisbaar instrument is gebleken. Reneman: “Brugfunctionarissen helpen ouders met allerlei regelingen. Als er geen geld meer is voor boodschappen, kunnen ze hierin ondersteunen, maar ze zorgen er ook voor dat een kind met talent naar vioolles kan.”

Er zijn wel aanbevelingen voortgekomen uit een rapport met vijftig interviews, gemaakt in opdracht van de stuurgroep brugfunctionarissen. Reneman: “Een van de aanbevelingen is om het aantal uren fors uit te breiden op een aantal scholen. De komende tijd gaan we onderzoeken of we hier financiering voor kunnen vinden."

Het profiel staat weliswaar, maar in de samenwerking tussen de brugfunctionaris en het wijkteam kan nog verbetering komen," volgens Reneman. "We hebben één school waar iemand van het wijkteam en de brugfunctionaris fysiek samen zitten, waardoor ze heel snel kunnen schakelen over zorg en ouders en alles wat nodig is.”

Tama en haar moeder

Veel langer meelopen

Ook ziet Reneman nog kansen om voor en na de basisschool een brugfunctionaris in te zetten. “Incidenteel zetten we nu een brugger in op de voorschool. Want als er oudere kinderen zijn die al geholpen worden, kennen we de thuissituatie. We weten dat kinderen uit deze wijken vaak al met een achterstand op de basisschool komen. Als je de ouders al kent, en er is een vertrouwensband, kun je veel langer meelopen met zo’n gezin.”

En dat geldt ook voor het traject na de basisschool. Reneman: “Soms komen ouders ook nadat het kind naar het voortgezet onderwijs is, nog terug bij de brugfunctionaris met vragen of zorgen.”

Bolhuis zou ook graag langer contact houden. “We volgen een leerling soms wel acht jaar, we zwaaien ze uit naar het voortgezet onderwijs en vervolgens hoor je niets meer. Terwijl we weten dat de problematiek thuis gewoon doorloopt en een kind nog steeds niet de financiële mogelijkheden heeft om aan alles mee te doen.”

Een gepensioneerd docent geeft bijles.

Nu al onmisbaar

Gelukkig is daarvoor nu een pilot. “Ik mag de kinderen twee jaar na school blijven volgen," zegt Bolhuis. "Ik heb overleg met hun nieuwe school, en dat gaat niet over onderwijsgerelateerde zorgen, maar over wat een kind nodig heeft. Ik heb regelmatig contact met de familie, kan nog steeds dingen voor ze regelen, bijvoorbeeld sportlessen of een computer. Ouders vragen me zelfs mee naar informatieavonden omdat ze het prettig vinden dat er een iemand bij is die ze vertrouwen en hun situatie kent.”

En Bolhuis ziet met eigen ogen dat de brugfunctionaris onmisbaar is geworden. “We zijn ooit gestart omdat we ouders wilden helpen hun kinderen mogelijkheden te bieden die ze anders niet zouden krijgen. Ik heb veel meer mensen bereikt die ik anders niet zou spreken, ouders weten ons te vinden. Ze voelen zich welkom en weten dat er iemand is die ze helpt.”