Demissionair Onderwijsminister Arie Slob was een trouw kijker van Klassen. “De serie heeft mij diep geraakt.” Hij vertelt over de waarde van Klassen en over zijn grote pijn. “Kansenongelijkheid is er nog, ook na mijn termijn. Daarom heb ik een oproep voor mijn opvolger.”

Sarah Sylbing en Ester Gould volgen in Klassen achtstegroepers vlak voor het eindadvies voor de middelbare school. Sommige kinderen worstelen met hun thuissituatie, anderen gaan gebukt onder prestatiedrang. Gelukkig zijn er de zeer betrokken leraren, de mentor, de bestuurder en de wethouder. Maar is dat genoeg?

Dit waren de ingrediënten van Klassen, de zevendelige serie over kansenongelijkheid in het onderwijs die HUMAN uitzond eind 2020 en begin 2021. Naast de serie was er Nablijven op NPO 1 Extra, waarin experts doorpraatten over de onderliggende thematiek. Na de serie waren er meetups door het hele land, werd een jongerenraad gevormd, gingen we scholen in en was er een slotbijeenkomst in Den Haag. Alles over Klassen verzamelden we in een handig tijdschrift (een tijdschrift dat je hier kunt downloaden).

Voor dit tijdschrift interviewden we demissionair minister van Onderwijs Arie Slob over hoe hij naar Klassen heeft gekeken. 

Wij wilden u spreken over Klassen en kansenongelijkheid. Geen onderwerp om als minister mee te shinen. U functioneert demissionair en had op ons verzoek voor een gesprek prima nee kunnen verkopen. U zei toch ja, waarom?

"De serie heeft zo’n diepe indruk gemaakt op mij en velen. Als ik als afscheidnemend minister nog mijn zegje erover mag doen, moet ik dat doen. Klassen belicht de politieke besluitvorming rondom onderwijs. Afgewisseld met indringende stukken, zoals die bij leerling Anyssa, die mij zo bijbleef. Anyssa, die zonder lunch naar school gaat en hoe dat dan binnenkomt bij haar juf Jolanda.

Zo’n scène heeft meer invloed dan een dikke beleidsnotitie over kansengelijkheid. Ik ben onderwijsminister, maar ook mediaminister. Ik was bij Klassen gewoon supertrots op de publieke omroep en HUMAN. Dat is geen slijmen maar de waarheid. Voor deze programma's is de publieke omroep op aarde." 

Ik denk aan u te zien dat Klassen u persoonlijk raakte en aangaat. Klopt dat?

“Ja. Ik was namelijk ooit docent en goed, ik wil niet overdrijven, maar ik ben ook niet in een heel kansrijke omgeving opgegroeid, daar komt het door. Geen twijfel: ons Capelse gezin was zeer liefdevol, maar doorleren werd niet enorm gestimuleerd. Arie doet Havo, dat was al ongekend. Ik heb studies weten te stapelen tot aan de universiteit en het ministerschap.

Ieder kind dat ambities heeft om bijvoorbeeld op mijn ministerstoel te zitten, moet daar eigenlijk de kansen voor krijgen, net als ik. Ik zie, en zag al voor Klassen, dat dat niet altijd zo is in Nederland. De omgeving waar je opgroeit kan nog veel uitmaken met betrekking tot kansen die je krijgt.’’

U ziet het probleem kansenongelijkheid. Hoe is het dan als ze u als hoofdschuldige zien? Er waren na Klassen-uitzendingen reacties als: 'Kansenongelijkheid? Het is de schuld van Slob!' 

“Ik ben ook een mens met gevoel. Dus dat passeert inderdaad niet zomaar. Maar dit probleem bestond helaas ook al voordat ik begon, natuurlijk. Nu is dit probleem mijn verantwoordelijkheid geworden. Ik kan niet alle problemen van de wereld in het onderwijs in één keer oplossen. Alles wat binnen mijn vermogen lag om kansenongelijkheid aan te pakken, heb ik aangewend.’’

Wat is niet gelukt, wat spijt u?

“Kort antwoord: dat er nog steeds kansenongelijkheid is. Hetgeen Klassen goed laat zien. Vlak voor de coronacrisis was ik hoopvol. We zagen voor het eerst sinds jaren een kentering. De onderwijsinspectie rapporteerde dat de kansenongelijkheid in ons onderwijs was gestabiliseerd, niet verder toegenomen. Alle jaren daarvoor, en dan ga ik een aantal kabinetsperiodes terug, hoor, zag je het iedere keer toenemen in rapportstukken. Voor de coronacrisis was er een moment waarvan we op het ministerie zeiden: we kunnen nog niet juichen, maar het lijkt alsof we de weg naar boven hebben gevonden.

Toen was daar corona en dat heeft kansenongelijkheid weer vergroot. Kwetsbare leerlingen zaten thuis, soms verstoken van hulp en uitleg. Dat zag je ook in Klassen, het is daarom zo goed dat ook die coronaperiode in de serie zit. Door corona vielen we terug, maar dat heeft mij opnieuw strijdbaar gemaakt. Ik wil daarom dit interview ook gebruiken om te zeggen: in het onderwijsprogramma van de komende jaren moet ontegenzeggelijk kansengelijkheid als grote ambitie staan.’’

Hoe is deze kansenongelijkheid in ons welvarende land ontstaan? 

“Sinds de jaren zestig gingen steeds meer mensen naar de universiteit of hogeschool, waarmee het milieu waar je vandaan kwam steeds minder bepalend werd. Dat is dus niet zo. Een aantal jaar geleden trok de inspectie aan de bel: er waren grote verschillen ontstaan tussen de kansen van kinderen, op basis van de sociaaleconomische status. Kinderen uit ‘armere’ gezinnen kregen minder steun vanuit thuis en hun netwerk, kregen lagere schooladviezen en zaten soms ook op scholen waar veel wisselingen waren in personeel. In minder stabiele omgevingen dus.”

Klassen hield een slotbijeenkomst. Politici en onderwijsdeskundigen discussieerden over ons onderwijssysteem, over toetsing en vroegselectie. Dat had impact. Een veel gehoord verzoek: doe leerlingen tot pakweg hun vijftiende in één klas, zoals in veel andere landen.

"De harde knip na groep 8 schuift dan op, naar vijftien jaar, maar blijft. Ik vind dat een kind ook de ruimte moet hebben om eerder een afslag te nemen, als dat beter past."

Toch, even dit: onze vroegselectie is wetenschappelijk bewezen slecht voor de kansengelijkheid. Vroegselectie-voorstanders wijzen naar begaafde leerlingen, die zouden floreren bij differentiatie vmbo tot vwo. Maar Nederland blinkt ook internationaal niet langer uit in excellente leerlingen. De weerstand voor latere selectie lijkt hardnekkig. Of zijn er veranderingen?

"In Nederland selecteren we inderdaad vroeger dan in veel andere landen. Vroegselectie kan soms wel voordelig zijn, zie ik, voor meer begaafde leerlingen. Maar ook voor leerlingen die bijvoorbeeld uitstromen naar praktijkonderwijs.

Ik roep scholen al langer op: geef leerlingen de tijd om uit te vinden welk schoolniveau bij hen past. En in het Nationaal Programma hebben we extra geld voor scholen die een brede of verlengde brugklas willen inrichten. De mogelijkheid daartoe is er dus. Ook heb ik me er de afgelopen jaren voor ingezet om te zorgen dat de overstap van de basis - school naar de middelbare school minder bepalend wordt."

Anyssa met haar opa

Wat zou u over kansenongelijkheid tegen uw opvolger zeggen?

"Je hebt een enorm groot onderwerp dat ook de volgende kabinetsperiode moet worden opgepakt. Een nieuwe onderwijsminister moet hierop onverminderd strijdbaar zijn."

Is het voorstelbaar dat u nu uzelf adviseert? Dat de opvolger van minister Slob minister Slob is?

"De formatie is in nevelen gehuld en dat geldt ook voor mij daarin. Ik heb in het leven geleerd om nooit nooit te zeggen, maar ik ga nu gewoon als demissionair minister door en hoe het zich verder ontwikkelt. Als kansenongelijkheid maar besproken wordt bij het formeren, dat zijn we aan alle Nederlandse kinderen verplicht.”

Want je kunt iedereen de schuld geven van kansenongelijkheid, maar toch niet een kind als Anyssa?

“Zeker. Ik denk dat het daarom begint met een stuk herkenning, dat kansenongelijkheid zich nog steeds voltrekt. Dat is de monumentale waarde van Klassen.”