Kan onderwijs het verschil maken? De afgelopen vijftien jaar is de kansengelijkheid in Nederland afgenomen en door de pandemie lijkt deze alleen maar verder af te nemen. De Amerikaanse socioloog Bowen Paulle ervaarde in zijn thuisland wat voor effect dit heeft op een samenleving. Hij wil ons waarschuwen.

Je zou de beginjaren van Bowen Paulle het oorsprongsverhaal van een socioloog kunnen noemen. Bowen groeide op in een middenklasse gezin in de upper west side van Manhattan, een welvarende wijk in New York.  Van jongs af aan had Bowen één droom: basketballer worden. Qua basketbal was hij erg dominant in die ‘rijkere’ wereld van privéscholen en waande zich als een soort god. Hij wist dat hij goed genoeg was om gescout te worden en zo dankzij basketbal naar een goede universiteit te gaan.

Om met de beste basketballers te kunnen spelen. besloot hij om zijn kakkerige privéschool in Manhattan in te ruilen voor een inner city high school in de South Bronx, een school waar voornamelijk arme en niet-witte kinderen op zaten. Zijn ouders maakten het niet zoveel uit. Moeder was een hippie en zijn stiefvader kwam uit Nederland, en was zich niet bewust van de ongelijkheid in het Amerikaanse schoolsyteem.

Bowen was geen onbekende met de heftigheid van de getto. Zijn moeder was directrice van een blijf-van-mijn-lijfhuis in the Bronx. Het kwam dus wel voor dat op zaterdagochtend hij een kind van een van de moeders in de woonkamer aantrof. Bowen vroeg dan aan zijn moeder: 'Hebben we gasten?' 
Waarop zijn moeder antwoordde: 'Ja, de opvang was weer vol.'

Woningbouw-projecten in the Bronx

Niet door cultuur of DNA

Bowen bracht zijn jeugd door met vrienden uit de getto. Hij groeide op met verhalen van vrouwen en kinderen die mishandeld werden en werd zo gedwongen om anders dan de meeste pubers uit middenklasse gezinnen naar de wereld te gaan kijken.

Bowen: ‘’De grootste ontdekking waar ik toen ben achter gekomen is dat er enorm veel talent verspild wordt. Ze gingen niet naar die dure scholen, want hun waren ouders niet hoogopgeleid. De kinderen waarmee ik opgegroeid ben, waren niet dom. Dat zij het minder goed doen op school komt niet door hun cultuur, en al helemaal niet door hun DNA. Dat is allemaal bullshit. Ze hebben gewoon te weinig resources, ze krijgen te weinig kansen om zich te ontwikkelen.’’

Toen hij achttien jaar was, zat hij weer op het 'normale' traject, met de geprivilegieerde kinderen die dachten dat kinderen in kansarme wijken niet hard genoeg werkten of niet sim genoeg waren. ''Dat was zo walgelijk. Ze hadden toen, en nu nog steeds, geen idee van hoe geprivilegieerd ze waren.''

Een basketbalveld in Harlem, New York

Steeds meer scheurtjes

Eenmaal weer thuis werd hij bijgepraat wat er met zijn jeugdvrienden was gebeurd: Jerome was doodgeschoten en Kenny was op de vlucht omdat hij twee mensen had vermoord. Zelfs zijn beste vriend, die dezelfde score had op de grote testen, kwam in aanraking met wapens, cocaïnehandel en eindige in de gevangenis.  

Hij maakte van dichtbij mee hoe levens kunnen ontsporen en grote schade veroorzaken in de samenleving. Hij werd er naar eigen zeggen depressief van. Zijn obsessie voor basketbal ruilde hij in voor sociologie, zijn focus werd de strijd tegen ongelijkheid.

Toen hij tijdens zijn studiejaren naar Nederland ging als uitwisselingsstudent dacht hij: Welke gek zou niet proberen hier te blijven. Na drie jaar les te hebben gegeven in The Bronx, verhuisde hij naar Amsterdam, waar hij ook drie jaar les gaf. Daarna werd Bowen socioloog aan de Universiteit van Amsterdam.

''Het is hier vele malen beter geregeld dan in Amerika. De uitdagingen zijn minder en het beginpunt is veel beter. Er zijn geen getto’s. Toch ontstaan er hier ook steeds meer scheurtjes; indicaties die niet alleen op het gebied van onderwijs, maar ook op het gebied van gezondheid en vermogens, waarschuwen dat de hoog-en  laagopgeleide steeds meer uit elkaar groeien.''

Een New York crew in The Bronx

Minder linker-, meer rechterhand

Diezelfde scheurtjes waren in de jaren zeventig al zichtbaar in Californië, vertelt Bowen. Ronald Reagan trad aan als gouverneur en zorgde ervoor dat de rijkere minder belasting ging betalen. Er werd minder geld uitgegeven aan het openbaar onderwijs en de rijken stuurden hun kinderen vaker naar privéscholen.

De linkerhand van de overheid trok zich terug en de rechterhand - politie en gevangenissysteem  -  werd versterkt om de boel zogenaamd onder controle te houden. Zo’n vijftig jaar later leven de rijken in afgesloten woongemeenschappen met privébewaking of zijn lang en breed uit Californië vertrokken.

Bowen Paulle wil ons waarschuwen voor datgene wat hij in Amerika heeft gezien. Toen hij werd geboren in de jaren dat Ronald Reagan zijn doorbraak in de politiek maakte, was Amerika een land dat, mede dankzij vakbonden, werd gedomineerd door de middenklasse. Een klasse die ook politiek nog krachtig was. Dat houdt, volgens Bowen, de boel echt bij elkaar.

Een dakloze man zit achter een welvarende man in San Francisco

Structureel om zeep

Juist de middenklasse is uitgehold, volgens Bowen. "De onzekerheid is bij de lagere middenklasse toegeslagen en de arbeidersklasse is gedecimeerd. Niet alleen is de kloof tussen arm en rijk in die vijftig jaar toegenomen, maar ook de kloof tussen de kansen van hun kinderen. Beide leven in een min of meer compleet ander Amerika; dat verziekt een samenleving.’’

Een afname in ongelijkheid is dus niet alleen in het belang van de kansarmere in een samenleving, maar in ieders belang. Volgens Bowen  heeft de kloof gezorgd dat een grote groep mensen vijftig jaar lang structureel om zeep zijn geholpen, wat ertoe heeft geleid dat die mensen geen vertrouwen meer hebben in de politiek, media of het onderwijs.

Bowen: ''Het lijkt misschien aantrekkelijk om minder belasting te betalen en dan te zeggen: 'Ze zoeken het maar uit, het is ieder voor zich.' Dat hebben ze in Amerika vijftig jaar lang gedaan en het verziekt de boel. Het is echt giftig. Amerika is gebroken.''

Een dakloze man zit voor een reclamebord van een duur kledingmerk

Zoden aan de dijk

Die ongelijkheid aanpakken heeft volgens Bowen niks te maken met links of rechts beleid. Het is gewoon goed beleid. Volgens hem zijn wij nu aan zet: gaan wij proberen om een antwoord te vinden of kijken wij, net als de Amerikanen, weg?

Bowen: ''De afgelopen vijftien jaar zijn er in Nederland steeds meer signalen dat we in een samenleving leven waarin mensen objectief minder kansen krijgen. Als je dan als samenleving de vinger wijst en zegt dat we allemaal een basisschool en een Cito-toets hebben, creëer je een structurele ontkenning van ongelijkheid. Dat zorgt ervoor dat de mensen aan de onderkant van de samenleving minder status hebben. Ze zien de kloof groeien en ze geloven vaak niet dat ze daar ooit uit zullen komen, omdat de samenleving zegt dat het hun eigen schuld is.''

Als je dat niet erkent, en dus niet reduceert, ben je met vuur aan het spelen. Dat gezonde, knusse en gezellig Nederland zou dus nog lelijk kunnen worden. ''Ik zeg niet dat het morgen zo verziekt is als in Amerika, maar gaan we alert zijn of steken we onze koppen in het zand? In Amerika hebben ze nu door hoe verziekt het is en is het misschien te laat. Misschien komt het daar niet meer goed.''

Nu we in Nederland te maken hebben met een pandemie is de angst dat de kloof verder zal groeien. Bowen: ''Je kan dan als samenleving de schuld geven aan het onderwijs, maar die scholen zijn vaak overbelast met multi-probleemgezinnen, getraumatiseerde kinderen en/of ouders die diep in de armoede zitten. Laten we niet de scholen de schuld geven, laten we niet de leerkrachten de schuld geven, maar laten we gaan kijken hoe we ze kunnen helpen. Laten we kijken, met behulp van de wetenschap, wat echt helpt. Wat zet nou echt zoden aan de dijk?''

High Dosage Tutoring

Volgens Bowen Paulle kunnen we het grootste verschil maken door het toepassen van rigoureus geteste onderwijsprogramma’s, waarbij we niet alleen uitgaan van goede intenties, maar kijken of iets überhaupt werkt. Één van die programma's is het High Dosage Tutoring (HDT), wat tien jaar in ontwikkeling is geweest en is getest in de Verenigde Staten. Als de methode goed geïmplementeerd wordt, maakt het een groot verschil in het onderwijs van kansarme kinderen, zeker op het gebied van wiskunde.

Het oorspronkelijke model van HDT werkt als volgt. Bij een wiskundeles zitten 25 leerlingen in de klas. Wanneer de leraar overstapt naar het uitleggen van breuken, kunnen twintig leerlingen dat prima volgen. Toch zijn er dan vijf kinderen die moeite hebben met optellen en aftrekken en dus niet mee kunnen met de rest van de klas. De leraar kan lastig de focus leggen op hen, dus blijven zij achter.

In plaats van dat deze leerlingen de rest van de wiskundelessen achterblijven, gaan ze naar HDT. Er is dan per twee leerlingen één tutor aanwezig. Die krijgen in het meest intensive HDT-model een uur per dag, vijf dagen per week tijdens reguliere schooluren gepersonaliseerde tutoring. De tutor blijft net zo lang bij een bepaald onderwerp, totdat ze het snappen.

Een leerling krijgt hulp van een tutor

Ik was niet dom

De essentie van de methode is dat de tutor een emotionele en duurzame relatie opbouwt met het kind en dan samen met de ouders een netwerk om het kind heen creëert.

Bowen: ''Op dit moment lopen kinderen jaren achter en kunnen niet meedraaien in de les. Je gaat dan aan jezelf twijfelen en je wordt gefrustreerd. Je schaamt je. Dus wat ga je doen? Herrieschoppen, grappen maken of depressief worden. Bij HDT blijft de tutor bij dezelfde lesstof totdat jij het echt kan. Pas dan, wanneer de leerling het onder de knie heeft, ga je naar iets anders. En langzaam maar zeker valt het kwartje bij de leerling: 'Ik was helemaal niet dom. Ik was onkundig. Ik kan kundig worden. School heeft wel iets te bieden.'

Aan de oppervlakte

Ondanks dat HDT zich op de lange termijn zou kunnen terugbetalen, blijft zeker het oorspronkelijke model in de korte termijn duur om te implementeren. Om die reden wordt er gekeken, zowel in de VS als in Nederland, naar goedkopere modellen.

Een tutor helpt twee leerlingen met het maken van een wiskunde opdracht

Zo zouden de kinderen bijvoorbeeld minder uur per week les kunnen krijgen, of heeft één tutor drie leerlingen in plaats van twee. Hierdoor nemen de kosten van HDT drastisch af en is het wellicht mogelijk voor gemeentes of schoolgemeenschappen om dit op grote schaal toe te passen. De vraag alleen is of de kwaliteit gewaarborgd kan blijven. Bowen daarover: "Creëer de voorwaarden voor succesvolle implementatie en blijf testen, testen en nog meer testen om te zien of het echt werkt."  

In Nederland wordt deze methode van tutoring toegepast op twaalf scholen waar het tot dusver tot zeer hoopvolle resultaten heeft geleid. Het Hogelant, de school in Klassen waar Gianny les krijgt, zou in maart van start gaan met HDT. Jammer genoeg gooide corona roet in het eten, wat ervoor heeft gezorgd dat pas in februari duidelijk is wat de eerste resultaten zullen zijn.

Bowen: ''Dat wil niet zeggen dat corona alleen maar een negatieve kant heeft, er is namelijk meer urgentie en aandacht ontstaan voor de groeiende kloof tussen kansarm en kansrijk. Er zijn kinderen geweest die meer hebben geleerd van de individuele lessen van hun ouders, dan in het drukke klaslokaal waar ze eerst in zaten. Toch zie je dit voornamelijk bij kinderen uit een kansrijk milieu. Juist door corona ligt dit aan de oppervlakte. Iedereen ziet het. Nu is het aan ons als samenleving om ons eens serieus af te vragen: gaan we hier iets aan doen?''