Hoe kan Nederland zijn uitstoot van broeikasgassen met 50 procent verminderen tegen 2030 en tegelijk sociaal rechtvaardig blijven? Volgens socioloog Evelien Tonkens vereist dit een eerlijk, sociaal klimaatbeleid waarin burgers betrokken kunnen en willen zijn.

Nog altijd warmt de aarde op, met desastreuze gevolgen voor de aarde, mens en natuur. Nederland is daarom ook verplicht de CO2-uitstoot omlaag te brengen en zijn eigen klimaatdoelen te halen, zo is door de rechter besloten in de Urgenda-zaak.

De vraag is nu: wat zijn essentiële stappen die we voor deze emissiereductie moeten nemen? En hoe kunnen burgers bij die transitie betrokken worden, om zo draagvlak te houden binnen de samenleving? Socioloog Evelien Tonkens, behandelt deze vragen in haar recente boek En nou mag Ik even!. Wij gingen met haar in gesprek.

Een sociale energietransitie

Volgens Tonkens is het belangrijk dat de overheid een rechtvaardig, sociaal klimaatbeleid maakt, los van de technische maatregelen die genomen moeten worden. “De energietransitie kan geen succes worden als deze niet door de samenleving gedragen wordt,” zegt Tonkens. “De omslag vraagt namelijk om offers en deze moeten eerlijk over iedereen verdeeld worden. Een democratische, sociale transitie is dus ook nodig.”

Het maken van zo’n rechtvaardig klimaatbeleid blijkt nogal een uitdaging te zijn. “Burgers moeten goed betrokken worden bij de besluiten die genomen worden. Veel burgers klagen tegenwoordig over de huidige manier waarop zij inspraak hebben,” zegt Tonkens. “Ze vinden dat ze te weinig kans krijgen invloed uit te oefenen op een besluit, doordat besluitvormers alleen maar zenden. De klimaatbesluiten zijn voor hun gevoel al genomen als de inspraakavonden plaatsvinden." 

"Politici en beleidsmakers brengen daar tegenin dat er wel kansen op inspraak waren, maar dat ze niet gepakt zijn. Of dat insprekers wel rekening moeten houden met wat al veel eerder besloten is. Wie gelijk heeft, dat is niet makkelijk te bepalen."

Tegenmacht

Ook kan de invloed van burgerbetrokkenheid enorm verschillen. Tonkens noemt het voorbeeld van de Amsterdamse wijken IJburg vs. Zuidoost. “In IJburg ontstond een plan om windmolens te plaatsen. Maar mondige burgers gingen in protest. De windturbines zouden te hoog zijn en te dicht bij de huizen komen, met gevaar voor de gezondheid, de biodiversiteit en de natuur,” zegt Tonkens.

“Het plan werd afgeblazen, maar nu zoekt het bestuur naar een andere plek in de stad, bijvoorbeeld Amsterdam-Zuidoost,” vervolgt Tonkens. “Daar zijn mensen gemiddeld minder hoogopgeleid en hebben ze minder advocaten en ecologen in hun vrienden- en kennissenkring, waardoor hun protest waarschijnlijk minder effectief zal zijn. Burgerparticipatie zou hier dan betekenen dat mensen met de juiste kennis en de goede contacten het voor elkaar krijgen om de gemeente tegenmacht te bieden.”

Tekst gaat verder na afbeelding

Hoe verdelen we eerlijk de lasten en lusten?

Een ander probleem dat Tonkens bij de huidige energietransitie ziet, is dat de verantwoording over het klimaat vooral bij het individu wordt gelegd. “Maar het is afhankelijk van of burgers het vermogen, de capaciteiten en de mogelijkheden hebben om bijvoorbeeld zonne-energie of huisisolatie door te voeren, een burgerinitiatief rond energie te starten of zich te verzetten tegen beleidsplannen,” zegt Tonkens. “Dat schept ontzettend veel ongelijkheid.”

Daarom is het volgens Tonkens belangrijk om meer collectief te organiseren. “Neem zoiets als woningisolatie,” zegt Tonkens. “Dat moet niet aan burgers zelf overgelaten worden, daar moet beleid op worden gemaakt. Bijvoorbeeld een wettelijk recht op een goed geïsoleerde woning, zodat alle huiseigenaren huizen moeten gaan isoleren en dat mensen in nieuw geïsoleerde huizen kunnen wonen.”

Een overheid kan in zijn beleid besluiten dat over bepaalde punten geen inspraak meer mogelijk is. “Een voorbeeld hiervan is dat in het Klimaatakkoord al is afgesproken dat de overheid windmolens gaat plaatsen om te zorgen dat in 2030 zeventig procent van onze energie uit hernieuwbare bronnen komt,” zegt Tonkens. “Over de grootte van de windmolens, hoe ze verspreid worden of hoeveel het er zijn, daar valt nog over te praten.”

Maar over waar precies nog inspraak mogelijk is, bestaat vaak onduidelijkheid, ziet Tonkens. “Burgers weten vaak niet waarover ze wel en niet kunnen praten. Overheden moeten daarom duidelijker informeren waarover nog wel inspraak mogelijk is en waarover niet meer. Ze moeten burgers serieus de gelegenheid geven om inspraak uit te oefenen. En daarnaast moeten ze goed luisteren naar wat precies de overlast is voor mensen en in hoeverre die overlast eerlijk wordt verdeeld."

Burgerforum

Een ander middel om ervoor te zorgen dat burgers bij besluiten betrokken worden, is het burgerforum. “Het burgerforum is een democratisch proces, waarbij zo’n honderd tot honderdvijftig mensen samen een representatieve groep vormen,” zegt Tonkens. “Denk aan afkomst, leeftijd, opleidingsniveau of je cynisch tegenover klimaatverandering staat of juist niet. De groep denkt na, delibereert en raadpleegt experts om tot een advies aan de overheid te komen.”

“Vaak blijft de vraag open wat er vervolgens met dat advies gebeurt. Daarover moet de overheid van tevoren duidelijk zijn, zoals wij van de Commissie Brenninkmeijer ook hebben betoogd in het rapport Betrokken bij Klimaat.”

Dat burgerberaad moet daarom na afloop gevolgd worden door een preferendum vindt Tonkens, net zoals David van Reijbroek onlangs betoogde in het NRC. “Het burgerforum mondt dan niet uit in een voorstel, maar in een lijst van keuzemogelijkheden. Deze lijst wordt voorgelegd aan andere burgers die daarover kunnen stemmen,” zegt Tonkens. “Dit is dus geen referendum, met enkel een ‘ja’ of ‘nee’ antwoord, maar het zijn een aantal voorstellen die burgers hebben bedacht, waar andere burgers uitgebreid op kunnen reageren.”

Alle stemmen moeten in dit proces gelijk meetellen. “Een burgerforum en een preferendum kunnen daarvoor zorgen,” zegt Tonkens. "Iemand met veel geld, macht, kennis of aanzien heeft dan geen zwaardere stem dan iemand die deze zaken in mindere mate heeft. Dat vormt een krachtige correctie van de maatschappelijke ongelijkheid, die vaak bij burgerparticipatie een grote rol speelt.”

Samenspel tussen overheid en burger

Volgens Tonkens is dit een kans voor Nederland om zijn democratie te verdiepen en te verbreden. Het kan ook bijdragen aan verdere afname van de CO2-uitstoot. Maar het vereist wel een nieuw samenspel tussen overheid en burger. “De overheid moet burgers een grotere rol toespelen waardoor zij zich nauwer betrokken voelen bij de energietransitie en het klimaatbeleid."

“Tegelijkertijd moeten burgers respecteren dat op een gegeven moment iets besloten wordt. Want er is een verschil tussen gehoord worden en je zin krijgen. Er zijn 17 miljoen mensen met verschillende belangen en ideeën. Ook als de overheid heel goed luistert kan ze het toch niet iedereen naar de zin maken.”

Kijk alle programma's in de klimaatweek

Tegenwind - Het Verdriet van de Veenkoloniën wordt op zondag 31 oktober om 20:20 uur uitgezonden op NPO 2. In dezelfde week is ook De Grote Klimaatkwis te zien, op donderdag 28 oktober om 21:30 op NPO 1. En op zondag praat Coen Verbraak in De Publieke Tribune over hoe we het in Nederland droog houden, om 23:00 uur op NPO 2.