Ten opzichte van 2019 lijken veel plannen gemaakt om de klimaatdoelstellingen van 2020, 2030 en 2050 te halen. Maar daadwerkelijk resultaat van die plannen blijft in de ramingen van het Planbureau voor de Leefomgeving nog uit. Volgens het PBL moeten we onze inspanningen de komende tien jaar verdubbelen om de klimaatdoelen van 2030 nog te halen.

Wat waren de doelen ook al weer?

De Nederlandse overheid streeft naar een aantal belangrijke klimaatdoelen. Zo zijn er VN-verdragen, waarin met de hele wereld is afgesproken de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. CO2 is zo'n broeikasgas, maar ook methaan en lachgas vallen onder die noemer. Het meest recente verdrag is het VN-Klimaatakkoord van Parijs. De afspraak daarin: in 2030 moet de EU gezamenlijk minimaal veertig procent minder broeikasgassen uitstoten. 

Nederland heeft eigen landelijke doelen gesteld. Zo moeten we in 2050 uiteindelijk 95 procent minder broeikasgassen uitstoten, ten opzichte van 1990. Om dat doel te bereiken heeft de overheid een tussendoel gesteld: 49 procent minder CO2-uitstoot in 2030.

De rechter besliste in 2015 bovendien dat de overheid meer moet doen om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. De Staat moet ervoor zorgen dat de uitstoot in Nederland aan het eind van 2020 ten minste 25 procent lager is dan in 1990. Dit werd in 2018 bevestigd in hoger beroep. Urgenda had de rechter om deze uitspraak verzocht, en dit doel is zodoende bekend komen te staan als het Urgenda-doel. Uiteindelijk hield de Hoge Raad eind 2019 het vonnis in stand, waarmee het definitief is geworden. Hoger beroep is niet mogelijk.

Bent u er nog?

Mooi, want naast de doelen die uitstoot betreffen, wil het kabinet ook een doel halen wat betreft energie. Eind 2020 moet veertien procent van de verbruikte energie duurzaam zijn opgewekt, en moet ons totale energieverbruik honderd petajoule lager zijn dan in 2013. 

We halen het niet dit jaar

Een belangrijk doel is het zogenoemde Urgenda-doel. De Staat moet zich inspannen om op uiterlijk 31 december van dit jaar 25 procent minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990. De rechter heeft zich meermaals uitgesproken, en de Staat kan er niet aan ontkomen. Maar sinds maart van dit jaar veranderde alles, en sloeg het PBL snel aan het rekenen om deze veranderingen te kunnen vatten in hun berekeningen. Het PBL heeft twee scenario's uitgewerkt.

Grofweg drie variabelen zijn van invloed op de uitstoot, en dus of we het Urgenda-doel halen: een strenge of juist zachte herfst en winter, of we in lockdown gaan, en de hoeveelheid stroom die Nederlandse energiecentrales produceren. In het scenario waarin we een zachte winter hebben (= minder uitstoot), we in lockdown gaan (= minder uitstoot) en we niet te veel stroom produceren en exporteren naar het buitenland (=minder uitstoot), halen we het Urgenda-doel net. We stoten dan 26 procent minder uit dan in 1990.

Maar wordt de winter streng, gaan we weer meer op pad, en is de gasprijs zo dat elektriciteit uit Nederlandse gascentrales goedkoper is dan stroom uit Duitse kolencentrales, halen we het Urgenda-doel bij lange na niet. De uitstoot van broeikasgassen mag eind dit jaar uitkomen op 166 megaton, maar in dat slechte scenario komen we uit op 174 megaton. 

Hoop volgens Boot

Maar hoeveel uitstoot wordt het nu? Je zou het gemiddelde tussen de twee bovenstaande scenario's kunnen uitrekenen (dan halen we het doel niet), maar dat is niet realistisch volgens Pieter Boot, sectorhoofd Klimaat bij het PBL. We weten pas begin 2021 of het Urgenda-doel daadwerkelijk gehaald is.

Niet meegenomen in de berekeningen van het PBL is een eventuele sluiting van een kolengestookte energiecentrale in Rotterdam, omdat dat aanbod pas onlangs kwam. Deze sluiting zou dan weer positief kunnen bijdragen aan het wél halen van het Urgenda-doel.

Ook niet meegenomen in de 'sommen', is een eventuele heffing op uitstoot van CO2. De uitwerking van die maatregel was nog te vaag om precieze cijfers aan te kunnen hangen. Maar volgens Boot kun je wel zeggen dat het een positief effect kan hebben, maar hoe groot dat effect is, blijft onzeker. Er is dus hoop.

Tekst gaat door na afbeelding

De kolencentrale in de Rotterdamse haven die mogelijk nog dit jaar gesloten wordt.

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) rapporteert jaarlijks wat het effect is van het beleid van de overheid, en onderzoekt in welke mate de doelen gehaald worden. 

Het Urgenda-doel van 25 procent minder uitstoot van broeikasgassen aan het eind van 2020 ten opzichte van 1990 halen we alleen als alles meezit. En om het doel van 49 procent minder uit te stoten aan het eind van 2030 moeten we nog harder aan de bak. 

Het PBL stelt sinds 2019 dit rapport verplicht op, dat is zo bepaald in de Klimaatwet. Het PBL noemt dit rapport 'De klimaat- en energieverkenning', kortweg KEV. Het rapport verscheen vrijdag 30 oktober, en verschijnt elk jaar. Verder verdiepen in de KEV van dit jaar doe je hier.

Hernieuwbare energie

Nederland haalt evenmin het doel om dit jaar veertien procent hernieuwbare energie te gebruiken. In de twee scenario's komt het aandeel hernieuwbare energie uit op tussen de tien en 11,6 procent. Zelfs de deal met Denemarken, waarmee wij een deel van hun stroom mogen aanmerken als Nederlandse stroom, brengt ons niet tot die veertien procent.

Ook het doel van 27 procent hernieuwbare energie in 2030 wordt met het huidige beleid niet gehaald. Verwacht wordt dat in 2030 zo'n 25 procent van al onze energie hernieuwbaar is. Als je kijkt naar alleen elektriciteitsproductie, ligt dat getal wel al op 75 procent in 2030. Die elektriciteit komt dan vooral van windmolens die op zee staan. Het vermogen gaat meer dan vertienvoudigen tussen 2019 en 2030, verwacht het PBL. De groei van het aantal windmolens op land en het aantal zonneparken op land is maar beperkt. 

Door onze gunstige ligging aan zee, gaan we bovendien waarschijnlijk meer stroom produceren dan we zelf gebruiken. Die stroom exporteren we dan naar landen als Duitsland en België. Tot nu toe waren wij juist een land dat veel stroom importeert.

Tekst gaat door na afbeelding

Windmolens van windpark Luchterduinen in aanbouw, in 2015. De molens staan zo'n 23 kilometer uit de kust ter hoogte van Zandvoort, tot aan Noordwijk.

Op naar 2030

In de KEV van dit jaar is de belangrijkste boodschap van het PBL dat we haast moeten maken met het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. In het tempo dat we nu hebben, gaan we ook het doel van 2030 - 49 procent minder uitstoot van broeikasgassen ten opzichte van 1990 - bij lange na niet halen. Het PBL raamt nu dat we in dit tempo een besparing van 34 procent halen. Daar hoort een bandbreedte omheen, maar zelfs in het meest gunstige scenario komen we niet verder dan veertig procent.

Of we het gaan halen is ook afhankelijk van Europees beleid. De Europese Commissie heeft onlangs zijn doelstelling aangescherpt. Van veertig procent verminderen van uitstoot, naar 55 procent in 2030. Met welke maatregelen Europa en daarmee ook Nederland dat doel moeten halen, is nog onduidelijk. Volgens PBL-sectorhoofd Boot is er inmiddels wel een studiegroep in het leven geroepen door de Nederlandse regering om scenario's klaar te hebben liggen om die doelen te gaan halen. 

Op de vraag welke maatregelen de regering dan moet inzetten om die uitstoot versneld te verminderen, antwoordt Boot: "Dat moet je aan de minister vragen." 

Uitstoot luchtvaart blijft groeien

In de KEV rekent het PBL uit hoeveel uitstoot van broeikasgassen er in Nederland wordt veroorzaakt, door welke sector, en hoe de toekomst eruit zal zien. Luchtvaart is uitgesloten bij deze berekeningen, hoewel er wel over wordt gerapporteerd door verschillende instanties. Het PBL heeft daarom wel wat sommen met die gegevens gemaakt. Wat blijkt is dat de uitstoot van broeikasgassen door internationale lucht- en scheepvaart op dit moment achttien procent boven het niveau van 1990 ligt.

De verwachting van het PBL is dat de verkoop van brandstoffen, aan de hand waarvan de uitstoot berekend wordt, voor scheepvaart gelijk blijft de komende tien jaar. Voor luchtvaart daarentegen voorziet het PBL de komende tien jaar een stijging. Bovendien heeft luchtvaart meer invloed op klimaatverandering dan enkel via de broeikasgasuitstoot, waarschuwt het PBL. De Europese Commissie komt naar verwachting nog dit jaar met een onderzoek naar niet-CO2-effecten.

Tekst gaat door na afbeelding

De uitstoot van de luchtvaart blijft groeien, voorspelt het PBL, al zal op korte termijn de uitstoot minder zijn, door de coronacrisis.

En wat merk je daar praktisch van?

Het PBL waarschuwt dat de toenemende vraag naar elektriciteit in industrie en bij woningen ook de vraag doet toenemen naar capacitieit op het elektriciteitsnet. Omdat investeringen in het versterken van die capaciteit veel tijd kosten, moet er nu geïnvesteerd worden. 

Een van de redenen waarom we meer elektriciteit gebruiken, is omdat huizen vaker verwarmd worden met elektrische vloerverwarming of een warmtepomp: warmte dus. Elektriciteit is goedkoper dan gas, dus zou je zeggen dat de energierekening onderaan de streep lager is.

Maar omdat geïnvesteerd moet worden in het netwerk, zou het kunnen dat je lokale netbeheerder hogere kosten gaat rekenen voor het transport van de stroom naar jouw huis. Het PBL berekende dat de energierekening in 2030 niet heel veel veranderd zal zijn, maar nam daarbij een enorme marge in acht. Boot: "Het is heel heroïsch om te denken dat de netwerkkosten niet gaan stijgen."

Is er dan helemaal niets positiefs te melden?

Het huidige energie- en klimaatbeleid vindt zo'n 25 jaar geleden zijn oorsprong. Sindsdien zijn zo'n vijftien doelen gesteld. Zeven daarvan hebben we niet gehaald, zes wel, en van twee weten we nog niet of we ze halen, legt Boot uit. Dus ja, soms haal je doelen ook wél. 

En ja: we zitten op de goede weg. In 2030 hebben we naar verwachting veel meer hernieuwbare stroom, en zijn alle kolencentrales aan het eind van het jaar gesloten. Maar het is volgens het PBL dus nog niet genoeg. We moeten onze inspanningen om de uitstoot van broeikasgassen te beperken verdubbelen. 

We zijn er nog niet

De belangrijkste lessen van deze editie van de Klimaat- en Energieverkenning van het PBL zijn dat we waarschijnlijk het Urgenda-doel eind dit jaar niet halen. Daarnaast moeten we onze inzet verdubbelen om de klimaatdoelen van 2030 nog te kunnen halen. Bovendien verwacht het PBL dat de uitstoot van de internationale luchtvaart blijft stijgen. Die telt niet mee voor onze klimaatdoelen, maar het helpt natuurlijk niet bij het bestrijden van de klimaatcrisis.

Hoe Europa het hernieuwde doel van 55 procent minder uitstoot van broeikasgassen in 2030 met beleid gaat afdwingen, is nu nog onduidelijk, net als de uitwerking van extra Nederlandse maatregelen. Wel duidelijk: we zijn er nog lang niet.

Human blijft volgen wat Nederlanders doen voor een beter klimaat. Ook op de hoogte blijven? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief. Al 45.000 anderen gingen je voor.