De bouw van het windmolenpark de Drentse Monden in de Veenkoloniën zorgde voor protest van een dusdanige schaal dat actievoerders vast kwamen te zitten. Maar niet alleen in het noorden van het land is weerstand tegen windmolenparken. Waarom gaat de aanleg van windmolenparken zo moeizaam en wat betekent dit voor de energietransitie?

Tegen 2030 moeten we de uitstoot van broeikasgassen met 49 procent hebben teruggedrongen, zo staat afgesproken in de Klimaatwet. In 2050 dient onze energievraag en dus ook onze elektriciteitsproductie volledig CO2-neutraal te zijn. Dat wil de Nederlandse overheid doen door van elektriciteit uit kolen en aardgas over te stappen naar elektriciteit uit zon en wind. 

Maar op de plekken waar die energietransitie wordt uitgevoerd, komen bewoners regelmatig in conflict met de planmakers. De 2Doc: Tegenwind vertelt het verhaal van de Drentse Veenkoloniën. Daar werden tachtig windmolens van tweehonderd meter hoog geplaatst, tot ongenoegen van de burgers. De actiegroep die de komst tegen probeerde de houden, kon daar niks tegenin brengen. Het verzet verhardde, een van de woordvoerders van de actiegroep zat zelfs maanden in voorarrest op verdenking van bedreiging.

Bromtonen en stress

Het protest tegen het windmolenpark in de Veenkoloniën is niet los te zien van tegenstand in andere delen van Nederland. Zoals het protest tegen het windpark langs de N33 in Groningen, verzet tegen windmolens op verschillende plekken in Amsterdam en het verzet in De Bilt in Utrecht. De actievoerders maken zich zorgen over de gevolgen voor de volksgezondheid, veroorzaakt door ernstige geluidshinder die stress en slaapverstoring kan veroorzaken.

Naar welke gezondheidsklachten windmolens kunnen veroorzaken, is nog te weinig onderzoek gedaan om een antwoord op te kunnen geven. Het Europees Hof van Justitie oordeelde daarom in 2020, in een kwestie rond een Vlaams windpark, dat windmolens moeten worden getoetst aan veel strengere normen voor effecten op gezondheid. 

Niet de lusten, wel de lasten

Als het op windmolens aankomt speelt er meer dan overlast door slagschaduw, horizonvervuiling en geluid, ziet lector energietransitie Martien Visser van de Hanzehogeschool Groningen. “Ik denk dat wat er misgaat, vooral is dat mensen zich benadeeld voelen, ze hebben wel de lasten maar niet de lusten."

"In het Klimaatakkoord is mede daarom afgesproken dat gestreefd wordt naar vijftig procent eigendom van de productie van de lokale omgeving, dus voor burgers en bedrijven. Daarnaast krijgen eigenaren van de grond waar de windturbines staan een vergoeding, en dat voelt soms wel een beetje oneerlijk. Want als jij het op je grond hebt staan en jij krijgt het geld, terwijl je buurman er net zoveel last van heeft, dan is het voor de buurman een stuk minder acceptabel dat die windmolen daar draait."

Zo worden de parken steeds duurder

Voor de aanleg van windmolenparken wordt door de overheid veel subsidie vrijgemaakt. Zo rekende onderzoeksplatform Argos uit dat met een totale som van 550 miljoen euro overheidssubsidie, investeerders van windparken in Groningen en Drenthe over een periode van vijftien jaar tussen de 2,4 en 3 miljoen euro per windturbine verdienen.

Boeren op wiens grond de windmolens staan, verdienen honderdduizenden euro’s voor het gebruik van hun grond, blijkt uit geheime contracten die zij met energiebedrijven afsloten. Provincies besteden de opdracht voor het bouwen uit aan projectontwikkelaars, die met boeren onderhandelen over de plek waar de turbines komen te staan.

Door het privatiseren van de ontwikkeling van windmolenparken, schuift de overheid een bepaalde verantwoordelijkheid af, ziet ook Martien Visser. "Als je protesteert tegen de komst van windmolens, wordt het dan lastiger waar je naartoe moet met je klacht. Want wie heeft eigenlijk welk besluit genomen: de provincie, de gemeenteraad of de projectontwikkelaar? Het gevolg is dat burgers nu zelfs al protesteren als er zoekgebieden dreigen te worden aangewezen. Je kunt er niet vroeg genoeg bij zijn."

"Ook kun je je afvragen of energie wel een commerciële aangelegenheid moet zijn, het is toch een eerste levensbehoefte."

Inmiddels gaat door het protest tegen windmolenparken relatief veel subsidie in de bouw zitten. "Wanneer je als ontwikkelaar begint met het plannen van een windmolenpark, dan kan je verwachten dat het lang gaat duren door weerstand en procedures, en je loopt risico dat het halverwege niet lukt," legt Visser uit. "Die extra investeringen die je moet doen voor het aanvragen van vergunningen, schrijven van rapporten, de kosten voor het teweer stellen in rechtszaken, die prijs je in. Naarmate de weerstand toeneemt, worden die projecten dus duurder."

Wind op zee en het delen van de lusten

Door het massale protest tegen windparken op land, inclusief lange procedures en rechtszaken, zijn windparken op zee volgens Visser een aantrekkelijker alternatief geworden. "We hebben niet veel tijd voor de energietransitie en moeten nog veel meters maken. Wind op zee heeft ook veel voordelen: het waait er harder en vaker en je kunt er nog hogere molens plaatsen, die per stuk meer windenergie opleveren."

"Daarnaast wordt op zee alleen de bouw overgelaten aan de vrije markt. De overheid regelt de ontwikkeling ervan. Dus de overheid bepaalt waar de parken komen, hoe groot ze zijn en zorgt dat er vergunningen zijn. Wanneer het op die manier geregeld wordt, blijkt de vrije markt ontzettend goedkoop die windturbines te kunnen bouwen. Misschien is het ook geen gek idee om windparken op land op die manier aan te besteden; en nog wel wat zaken in de energietransitie."

Daarnaast denkt Visser dat het nuttig is iedereen mee te laten profiteren van windenergie. "Je zou kunnen zeggen dat mensen die in de buurt van molens wonen minder energiebelasting hoeven te betalen. Je kan ook iets anders verzinnen, maar zorg er in elk geval voor dat iedereen profiteert zodat je niet meer die tweedeling krijgt in de samenleving. Want nu worden sommigen er bijna rijk van, terwijl anderen, die wel de overlast ervaren, er niks mee opschieten. Zoiets is niet bevorderlijk voor de saamhorigheid in de gemeenten waar de molens komen, en dan druk ik me nog zacht uit."

Kijk alle programma's in de klimaatweek

Tegenwind - Het Verdriet van de Veenkoloniën wordt op zondag 31 oktober om 20:20 uur uitgezonden op NPO 2. In dezelfde week is ook De Grote Klimaatkwis te zien, op donderdag 28 oktober om 21:30 op NPO 1. En op zondag praat Coen Verbraak in De Publieke Tribune over hoe we het in Nederland droog houden, om 23:00 uur op NPO 2.