Durf te denken

Dirck Volkertzoon Coornhert (1522-1590)

Durf te denken

Dirck Volkertzoon Coornhert (1522-1590)

De in de Amsterdamse Warmoesstraat opgegroeide Coornhert wordt door zijn familie onterfd omdat hij op jonge leeftijd voor een twaalf jaar oudere vrouw kiest. Sindsdien luidt zijn lijfspreuk: “Verkiezen doet verliezen.”

In een tijd van religieus fanatisme pleit Coornhert voor tolerantie en redelijkheid. Hij jaagt daarmee zowel de calvinisten als de katholieken tegen zich in het harnas. Omdat hij een belangrijk adviseur wordt van opstandeling Willem van Oranje, zetten de Spanjaarden hem in 1567 in de Gevangenpoort. Tijdens zijn gevangenschap schrijft hij ‘Boeventucht’. Hierin stelt hij o.a. voor, om in plaats van gevangenen aan lijfstraffen te onderwerpen hen aan het werk te zetten.

Na vier jaar in Duitsland te hebben gewoond vestigt Coornhert zich in 1576 in Haarlem. Als daar in 1581 het katholicisme wordt verboden pleit hij principieel voor geloofsvrijheid. Hij schrijft zijn boek ‘Zedekunst dat is Wellevenskunste’, dat in 1585 gepubliceerd wordt. Het is de eerste systematische ethica ooit geschreven in een Europese volkstaal. Coornhert zou nog één keer vluchten, en wel naar het tolerantere Gouda. Hij overlijdt er in 1590 op 65-jarige leeftijd.
___________________________________________________________________

Centraal in de reportage van Susan Koenen staat de vraag: Hoe gaan we anno 2011 om met mensen in detentie, m.n. vreemdelingendetentie. Wat zien we daarvan terug in de uitgangspunten van Coornhert?
Marjo van Bergen, voormalig humanistisch raadsvrouw in detentie, omschrijft Coornhert als “ruimhartig, vrijgeestig en fris denker”. Hij benadrukte dat je niet gedoemd bent als je in lastige situaties komt. ”Wat er ook met je gebeurt, innerlijk blijf je vrij.” Volgens Van Bergen hebben Nederlanders meer nodig van de innerlijke vrijheid van Coornhert, met name in het vreemdelingendebat. “We moeten meer open staan voor oplossingen.”

Hoe ‘bruikbaar’ en actueel sommige van de denkbeelden van Coornhert zijn blijkt uit zijn opvattingen over straf. “Je moet ze registreren en aan het werk zetten. Het is goed voor hen, ze kunnen er iets aan verdienen en het is goed voor de samenleving.” Daaruit ontstond het idee van gevangenissen met een opvoedende en rehabiliterende werking. Volgens van Bergen zou dit een eerste aanzet kunnen zijn voor de impasse waarin het debat over vreemdelingenbeleid zich nu bevindt.