Voor de heilige Barbara is het ook niet makkelijk

, Jules Ruijs

Sint Barbara van Nicomedië is de beschermheilige van onder meer de mijnwerkers, en zodoende nauw verbonden met de wijk Lindenheuvel in Geleen. Om die reden is ze ook de verteller in onze serie 'We zien ons'. Tijd voor een kennismakingsgesprek. "Dat gevoel, omkijken naar elkaar, schiet er soms bij in als je zo inzet op zelfredzaamheid."

Barbara van Nicomedië leefde volgens de legendes rond het jaar 300 in Izmit, in de buurt van de Turkse stad Istanbul. Ze stierf volgens verschillende bronnen rond het jaar 306. Ze had zich bekeerd tot het christendom, en dat vond haar vader niet zo'n goed idee. Hij liet zijn dochter martelen om haar van het geloof af te brengen, maar elke ochtend waren haar wonden genezen op wonderbaarlijke manier.

Toen ze op een dag ontsnapte, kon ze schuilen in een grot die spontaan ontstond, nadat een rotswand voor haar neus openscheurde. Toch werd ze verraden, en door haar bloedeigen vader vervolgens onthoofd. Hij werd volgens de mythe tijdens die handeling getroffen door een bliksemschicht. 

Wat is uw rol in Geleen?

"Als beschermheilige van de mijnindustrie hield ik jarenlang een oogje in het zeil bij de mijnen. Toen de productie van de staatsmijn Maurits in 1967 gestaakt werd, werd mijn rol minder prominent. Maar als één van de veertien Noodhelpers heb ik meer taken dan alleen het beschermen van de mijnwerkers. 

In Geleens buurstad Sittard bescherm ik bijvoorbeeld nog het muziekcorps, als naamgever. En op de plek van de mijn kwam al vroeg een nieuwe tak van gevaarlijke beroepen, die zou uitgroeien tot de huidige chemiereus Chemelot. Genoeg reden om te blijven hangen."

Het sluiten van de mijn heeft nogal wat gevolgen, sociaal. Had u met al uw voorzienigheid niet de mijn open kunnen houden?

"Het is niet aan mij om de arbeidsplekken van de mijnwerkers te beschermen. Ik hou een oogje in het zeil als ze daadwerkelijk aan het werk zijn. Dat lukt overigens maar ten dele, het is nou eenmaal een hele gevaarlijke plek om te werken. Bovendien zijn kolen gewoon niet houdbaar als belangrijke brandstof. Net als dat we daarvoor al veenturf hadden afgezworen."

Dan is het zeker ook niet aan u om de kerkbanken gevuld te houden.

"Dat ik een katholieke beschermheilige ben, maakt me inderdaad niet verantwoordelijk voor het bezoekcijfer van de diensten van pastoor Queadvlieg en kapelaan Carlos. Er is maar zoveel dat een heilige kan doen. Betekent niet dat het me geen pijn doet om te zien.

Maar het doet me wel deugd om te zien hoe kastelein Daisy die rol in redelijke mate weet over te nemen. Zij is toch wel een beetje een moeder, voor velen, zoals een pastoor een vader was voor velen. En in Café de Paesjsjstal ziet ze toch wel veel van de wijk voorbij komen."

Interview gaat verder na afbeelding

Still uit 'We zien ons'

Daar ziet ze ook het ongenoegen voorbij komen, en een hang naar 'de goede oude tijd in de mijnen'. Hoe verklaart u die hang naar dat gevaarlijke verleden?

"Die mensen willen niet per se terug naar de tijd van de mijnen, als je het mij vraagt. Ik zie mensen die weer als gelijken aan hetzelfde project willen staan, zoals ze deden als koempels. Samen de schouders eronder. Dat lijkt steeds lastiger te worden in de huidige maatschappij, waarin meer wordt ingezet op zelfredzaamheid.

Dat gevoel kan ik me dus wel voorstellen. Gelukkig zijn er mensen als Gerrit, die met z'n winkel, z'n paard en z'n activiteiten als het eenzamendiner hard werken voor de saamhorigheid. Tegelijkertijd zie je ook dat niet iedereen mee kan komen in die veranderende samenleving. En dat leidt tot die schrijnende eenzaamheid waar jullie het over hebben."

Wat verbond de mensen destijds in de mijnen?

"Onder de grond is iedereen gelijk. Je zit samen in hetzelfde schuitje, en je moet goed naar elkaar omkijken om ervoor te zorgen dat alle koempels weer boven komen. Dat gevoel, omkijken naar elkaar, dat schiet er soms bij in als je zo inzet op zelfredzaamheid."

Interview gaat verder na video

De VPRO maakte voor 'Onzichtbaar Nederland' deze video over het verdwijnen van de mijnen.
Welke momenten uit de tijd van de mijnen zijn u bijgebleven?

"Tijdens de meeste dagen zegende ik iedereen die de schachten in ging, en hield ik een klein oogje in het zeil als ze beneden waren. Twee keer lukte het niet onheil te voorkomen. In 1942 vergisten Engelse bommenwerpers zich, die een aantal bommen op het mijngebied gooiden. Eén mijnwerker kon ik niet redden.

Een paar jaar later, in 1958, had ik een drukke week. Op 4 oktober keek ik mee hoe de eerste transatlantische vlucht werd uitgevoerd door een straalvliegtuig. Daardoor was mijn aandacht even niet bij Geleen, waardoor een pijler in de mijn instort. Zeven mensen lieten het leven, en pas na drie dagen was iedereen weer boven. Een zwarte bladzijde."

Dat moet er flink ingehakt hebben bij u.

"Ik heb in de zeventien eeuwen dat ik meedraai al behoorlijk wat meegemaakt, denk aan al die oorlogen, of verschrikkelijke branden zoals de grote brand van Londen. De stad stond in 1666 vier dagen in brand. Of de brand in de kolenmijn van New Straitsville, Ohio. Die mijn fikt al sinds de mijnwerkers gingen staken in 1884.

Hetzelfde geldt voor de mijn in Luzerne County, Pennsylvania. Daar liet een mijnwerker in 1915 een carbidlamp vallen, waardoor de boel in de hens vloog. Het brandt daar nog steeds. Al die ellende blijft me bij. Daar ben ik natuurlijk ook voor in het leven geroepen, maar makkelijk is anders."

Hoe lang blijft u nog beschermheilige van gevaarlijke beroepen?

"Hoewel ik sinds 1969 niet meer op de kalender sta, word ik toch nog vaak aangeroepen in benarde situaties. En ook preventief blijf ik vaak in de buurt. Toen ze in Amsterdam begonnen met het boren van de Noord-Zuidlijn, hadden ze een kapelletje voor me ingericht. De Deken van Amsterdam kwam mij zelfs inzegenen, opdat ik de werkers goed kon beschermen. Ik blijf dus nog wel even in de buurt."

De Noord-Zuidlijn rijdt inmiddels. Waar bent u dan nu vooral druk, in Nederland?

"Iets wat mijn doorlopende aandacht heeft is de mijnbouw in Groningen. Ik noem het mijnbouw, omdat het daar eigenlijk bij hoort. Jullie noemen het gaswinning. In ieder geval gaat er iets de aarde in, zodat jullie iets omhoog kunnen halen. Zoals iedereen wel weet heeft dat al voor behoorlijk wat toestanden gezorgd. 

Ik heb mijn best gedaan om het kabinet, waar nu toch wat christelijke partijen vertegenwoordigd zijn, te bewegen de mensen in dat mijnbouwgebied beter te beschermen. Met effect: minister Wiebes wil al over drie jaar de activiteiten daar drastisch hebben afgebouwd. Nu neem ik weer heel even rust, al blijf ik natuurlijk altijd waakzaam."