Lucius Annaeus Seneca (± 4 v. Chr. - 65 na Chr.)

Stoïcijn uit de Romeinse tijd

Lucius Annaeus Seneca (± 4 v. Chr. - 65 na Chr.)

Stoïcijn uit de Romeinse tijd

Het aanvaarden van het lot is typisch voor de leer van de filosofische stroming de Stoa, waartoe Seneca zichzelf rekende. Het lot staat voor de stoïcijnen gelijk aan de natuur, waartoe ook mensen behoren. Verzet daartegen is volkomen onredelijk. Wat heeft het immers voor zin je te verzetten tegen de natuurlijke orde of rede? Wijs is te willen waartoe het lot je dwingt. De wijze schakelt daarbij zijn gevoel uit, want emoties getuigen van onzinnig verzet. Zijn ideaal is bevrijding van alle hartstochten – apatheia.
Seneca is een gedreven staatsman, zoals meer stoïcijnen. Immers: de weg van de natuur ofwel de rede, geldt niet alleen voor de enkeling maar ook voor de staat. Dat zijn voorschriften voor een deugdzame en sobere levensstijl sterk contrasteren met zijn persoonlijke rijkdom, is overigens een smetje.
Seneca’s geschriften getuigen van wat we nu Klassiek Humanisme noemen; we vinden dat vooral in zijn brieven aan Lucillius. Hierin adviseert hij een jonge vriend over het alledaagse leven, van vriendschap tot het oordeel van de massa. Seneca prijst Lucillius om zijn menselijke omgang met slaven. Dat siert hem en toont zijn wijsgerige ontwikkeling, meent Seneca. Je moet met een lager geplaatste omgaan zoals je zelf door een hoger geplaatste behandeld wilt worden. Daarbij is slavernij een relatief begrip. Iemand die formeel geen slaaf is, kan slaaf zijn van zijn ambitie, zijn wellust of zijn angst.
En, als de natuur ons lot bepaalt, dan zou in principe ieder vrij mens een slaaf kunnen worden. Er is dus geen enkele natuurlijke grond om je boven slaven of minderen verheven te voelen. Door de nadruk op lot en natuur, zien we bij de Stoa een kiem van de gedachte dat ieder mens gelijk is. Ongehoord in de Klassieke Oudheid.
Het levenseinde van Seneca laat alles zien over zijn levensleer. Nero, de wrede keizer van Rome, dwingt zijn vroegere leermeester Seneca tot zelfmoord, omdat deze betrokken zou zijn bij een complot tegen de keizer. Het zijn vage geruchten, en de straf van Nero getuigt van paranoia. Toch aanvaardt Seneca zijn lot, naar verluidt zonder een spier te vertrekken. Hij drinkt de gifbeker. Een eervolle dood, overigens. Socrates stierf immers ook zo.