Hannah Arendt (1906 - 1975)

Tegen totalitarisme

Hannah Arendt (1906 - 1975)

Tegen totalitarisme

Op verschillende manieren wordt Hannah Arendt op verschillende manieren geconfronteerd met het Nazisme als Joodse en als lid van Zionistische beweging moet ze in 1933 vluchten uit Duitsland. Ze gaat naar Parijs en later naar New York. Bovendien blijkt haar vroegere minnaar en docent zeer gecharmeerd van Hitler. Hij treedt toe tot de NSDAP.
Arendt heeft uitvoerig geschreven over terreur en totalitarisme, zoals het monumentale The Origins of Totalitarianism. Ze heeft daarbij ook een scherp oog voor de dagelijkse praktijk. Hoe kan iemand tijdens het middageten vol overgave luisteren naar Mozart, en vervolgens een decreet tekenen voor het transport van duizend joden naar Theresienstadt?
In de jaren zestig schrijft ze voor het tijdschrift The New Yorker over het proces tegen de Adolf Eichmann in Jeruzalem. Ze concludeert dat hij geen monster is, maar slechts een ambtenaar die gedachteloos uitvoerde wat hem wordt opgedragen. Haar betiteling ‘De banaliteit van het kwaad’ komt haar op veel kritiek te staan. Dat het monster in werkelijkheid niets meer dan een fantasieloze bureaucraat zou zijn, schiet vooral bij joodse intellectuelen in het verkeerde keelgat.
Geconfronteerd met het terreur van Nazisme en Communisme, luidt de belangrijkste vraag van Arendt: ‘wat is de zin van politiek?’ Haar antwoord is op het eerste gezicht raadselachtig. Politiek gaat om wat zij ‘wereld’ noemt. Met wereld doelt ze op de ruimte tussen mensen, een ruimte die het mogelijk maakt individuen elkaar ontmoeten en in gesprek gaan. Die ruimte maakt pluraliteit mogelijk. Mensen kunnen er van mening verschillen. Tegelijkertijd zorgt de ruimte er ook voor dat de verschillen niet uit de hand lopen.
Arendt gebruikt de metafoor van de tafel. Een tafel verenigt mensen die eraan plaats nemen, maar maakt het tegelijkertijd mogelijk een meningsverschil letterlijk op tafel te leggen en zo bespreekbaar te maken.
Totalitarisme is precies het tegenovergestelde en de vernietiging van de wereld. Want, zegt Arendt, een ruimte die verschillende gezichtspunten mogelijk maakt is immers ondragelijk voor een ideologie met slechts één doel, één volk, één leider.