De online wereld waar we vrij met elkaar kunnen communiceren, is niet altijd een veilige plek. Elke internetgebruiker kan vroeg of laat te maken krijgen met online haat. Bert Pieters, expert online haat, vertelt over de gevaren én hoe we onszelf ertegen kunnen wapenen.

Haatzaaien. Discriminatie. Bedreiging. Intimidatie. Uit onderzoek van het Rathenau Instituut blijkt dat elke Nederlandse internetgebruiker te maken kan krijgen met deze vormen van online haat. 

Hoe wapen je jezelf tegen beledigende of discriminerende uitspraken, afbeeldingen of video’s? Vooral wanneer achter het schadelijke en immorele gedrag de mechanismen van het internet liggen, die dat gedrag mogelijk maken? In de Week van de Mediawijsheid spraken we hierover met Bert Pieters van Mediawijs, internationaal erkend expert in het reageren op online haatspraak.

Slachtoffer van online haat

Slachtoffers van online haat worden veroordeeld op basis van verschillende onderdelen van hun identiteit. “Om de wereld te verstaan hebben we de gewoonte om alles en iedereen in hokjes te stoppen,” zegt Pieters. “Denk aan geslacht, huidskleur, religie, etnische culturele achtergrond of seksuele voorkeur.”

“Val je buiten de norm en behoor je tot een minderheidsgroep, dan is de kans groot dat je online haatspraak over je heen krijgt. Het is immers makkelijker om hatelijke uitspraken te doen over een minderheidsgroep, dan over de grote massa.”

En pas je binnen meerdere hokjes, dan krijg je vaak nog meer haatspraak te verduren. Dit wordt ook wel ‘intersectionaliteit’ genoemd: als ongelijkheid zich voordoet langs verschillende assen die elkaar snijden. “Iemand die bijvoorbeeld zowel zwart, vrouw als lesbisch is, kan racistische, seksistische en homofobe haat ervaren."

Gevolgen voor individu en maatschappij

Haatboodschappen komen volgens Pieters voort uit angst of afkeer tegen bepaalde groepen mensen, ook als het zich op individuen richt. “De haatspraak kan gericht zijn op één persoon, maar het heeft vaak betrekking op een groep met dezelfde kenmerken,” zegt Pieters. “Als iemand bijvoorbeeld iets vrouwonvriendelijks zegt als: ‘met zulke kleren vraag je erom verkracht te worden,’ is dat tegelijkertijd een hatelijke uitspraak over andere vrouwen die zich zo kleden.”

Maar wat doen al dat soort nare uitspraken met je? Als iemand constant een stroom aan negatieve berichten over zich heen krijgt, dan heeft dat mentaal ernstige gevolgen, stelt Pieters. “Psychologisch kan online haatspraak zware negatieve effecten hebben op mensen. Iemand krijgt het gevoel dat een grote groep hem of haar niet aanvaardt, want ze vallen buiten de boot. Soms worden mensen boos, soms sluiten ze zich af van de wereld en het kan zelfs zo ver gaan dat iemand niet meer verder wil leven.”

Volgens Pieters is online haatzaaien niet alleen schadelijk voor het slachtoffer, maar ook voor de maatschappij. Het zorgt namelijk voor een onveiligere omgeving voor iedereen. “Aan de ene kant kunnen mensen voorzichtiger worden, uit angst om slachtoffer te worden van online haat,” zegt Pieters. 

“Aan de andere kant is het gevaar dat mensen gaan denken dat de haatspraak terecht is of klopt," zegt Pieters. "Als je bijvoorbeeld maar vaak genoeg hoort: ‘We moeten al die vluchtelingen terugsturen, want ze zijn hier alleen om van ons te profiteren,’ dan gaan mensen dat op een gegeven moment geloven. Zo ontstaan vooroordelen en krijgen bepaalde groepen geen kans meer in de samenleving."

Bert Pieters.

Wat te doen tegen al die online haat?

Het grote bereik van online haat, de gevoelsmatige anonimiteit achter het scherm en de onmiddellijkheid waarmee deze berichten wereldwijd direct te zien zijn, richten dus grote schade aan, zowel voor het individu als de samenleving. Moeten we al die haatdragende content dan maar gaan verwijderen? Volgens Pieters is dat geen oplossing voor de lange termijn. “Leugens of oproepen tot geweld moeten zeker verwijderd worden. Maar bij online haat ligt het veel ingewikkelder.”

“Er moeten verschillende afwegingen gemaakt worden,” vervolgt Pieters. “Geven we er wel of geen aandacht aan? Hoe groot is de impact van die haatberichten? Hoeveel mensen lezen en kijken mee? Welke andere reacties lokt de online haat uit? Hier is geen one size fits all oplossing. We kunnen immers niet alles weg gaan censureren, dat gaat in tegen de vrijheid van meningsuiting."

Problemen voor platformen

Volgens Pieters zijn de sociale mediaplatformen als eerste aan zet voor verbeteringen. “Organisaties als Twitter, Facebook of TikTok moeten acties ondernemen tegen online haat. En die platformen willen dit probleem ook wel aanpakken,” zegt Pieters. “Het lastige is alleen dat deze platformen hun eigen regels hebben die losstaan van het overheidsbeleid. Iemand kan bijvoorbeeld door de rechter veroordeeld worden voor het verspreiden van online haatspraak, maar de content blijft vervolgens wel op Facebook staan, omdat het volgens hun richtlijnen niet strafbaar is.”

Een ander probleem dat Pieters bij de platformen ziet, is het verdienmodel op basis van aandacht. “Hoe meer emoties, hoe meer reacties, clicks en likes. Des te aantrekkelijker is het voor platformen om de extreme content te verspreiden.” Hier is dus een belangrijke rol voor de gebruiker weggelegd, stelt Pieters.  “Het is essentieel dat internetgebruikers voorkomen dat haatberichten een groter bereik krijgen. Deel bijvoorbeeld geen haatberichten en negeer de discussie.”

Steun bieden of melding doen

Wat kunnen we als omstanders nog meer doen tegen online haat? Volgens Pieters is het cruciaal dat online haat gemeld wordt, bij het sociale media platform of bij de politie. Maar volgens Pieters is het nog belangrijker dat je steun, troost of een luisterend oor biedt aan het slachtoffer. “Als ik één ding geleerd heb van het spreken met slachtoffers van online haat, is het dat zij gehoord willen worden. Dat helpt hen vaak beter dan een melding van de haat of de content verwijderd krijgen,” zegt Pieters.

Daarom is het zo belangrijk dat we de verhalen van slachtoffers te horen krijgen, stelt Pieters. “Ik zelf behoor niet tot één van de minderheidsgroepen die veel te maken krijgt met haatspraak. Maar het is cruciaal dat we bewust worden welke psychologische impact hatelijke uitspraken hebben op iemand. Daarom moeten we weten hoe het is om de hele tijd haat over je heen te krijgen omwille van bijvoorbeeld je gender, geaardheid, huidskleur of religie.”

Samen sociaal online

Hoe kunnen we online positief met elkaar omgaan? Als het aan Pieters ligt, staan we vaker stil bij die vraag. “Wij bij Mediawijs deden dat al binnen No-Hate-Speech beweging, een jeugdcampagne onder leiding van de Raad van Europa die jongeren wil mobiliseren om online haat te bestrijden, en de mensenrechten en online mediawijsheid te bevorderen. Maar ook in lespakketten die we ontwikkelen hebben we daar aandacht voor."

Alleen met elkaar kunnen we ervoor zorgen dat de online wereld een fijne plek blijft. “Maatschappelijke organisaties, bedrijven, overheden en wij met elkaar moeten slachtoffers beter beschermen. Het internet moet een plek blijven waar iedereen zijn mening kan geven, maar waar we ook ingrijpen als we zien dat het misgaat. Op die manier blijft de online wereld voor iedereen en van iedereen.”

Vind jij dit ook een belangrijk onderwerp of maak jij je hier ook zorgen over? Doe dan mee aan de Week van de Mediawijsheid (5 t/m 12 november) en organiseer een activiteit, maak (les)materiaal of ga op een andere manier aan de slag met het onderwerp.