Met kansenongelijkheid in het onderwijs hebben de meeste docenten dagelijks te maken. Het probleem is er, een definitieve goedwerkende oplossing moet er nog komen. Anneke Madern (37) geeft les aan een middelbare school in Tilburg en is mentor bij Trainees in Onderwijs, waar ze academici opleiden tot docenten. Volgens haar moet de focus veel minder op segregatie.

De afgelopen tien jaar is de kansenongelijkheid in het onderwijs gegroeid.  Dit blijkt uit een artikel van de Onderwijsinspectie. Zo beschrijft het onderzoek dat leerlingen met gelijke prestaties steeds vaker op verschillend niveau uitkomen. Het diploma van hun ouders wordt hierbij steeds belangrijker. Volgens de Onderwijsinspectie groeit de ongelijkheid in geen enkele sector zo hard als in het onderwijs.

Toch is het niet alleen maar kommer en kwel. Een groeiend aantal professionals zet zich dagelijks in om kansengelijkheid te verbeteren. Een voorbeeld hiervan is Anneke Madern. Ze wil kansenongelijkheid verminderen door de focus van segregatie af te halen. Madern is onder andere biologiedocent en onderwijsontwikkelaar bij de middelbare school Odulphuslyceum én mentor van twee trainees bij Trainees in Onderwijs. Een stichting die ervoor zorgt dat academici (oftewel, de trainees) binnen twee jaar voor de klas staan. Als de trainees ergens tegenaan lopen, staat Madern voor ze klaar.

Verwachtingen en kansenongelijkheid

Voordat je kansenongelijkheid wil aanpakken, moet je natuurlijk weten hoe jongeren in een kansarme situatie terecht zijn gekomen. Volgens Madern hangt dit samen met een aantal problemen die elkaar versterken. "Denk bijvoorbeeld aan weinig verwachtingen die ouders hebben van hun kinderen, waardoor deze leerlingen geen noodzaak zien om zichzelf uit te dagen op educatief gebied. Als gevolg ontstaat een selffulfilling prophecy: de gevangenis van lage verwachtingen. Deze situatie moeten we doorbreken. Zolang we dit niet doen, zal kansenongelijkheid blijven bestaan.

"Ik zeg overigens niet dat kansrijke leerlingen een supermakkelijk leven hebben. Zij lopen weer tegen andere problemen aan, zoals een hoge prestatiedruk en verwachtingen waardoor veel stress ontstaat en vaak schaduwonderwijs plaatsvindt, zoals bijlessen en examentrainingen.'' Deze groep kan volgens Madern eerder een burn-out of andere overspannenheidsklachten krijgen.

Verplaatsen in kansarme situatie is lastig

Ondanks dat Madern kansenongelijkheid wil aanpakken, heeft ze moeite met zich te verplaatsen in een kansarme situatie. Ze is het kind van twee artsen, haar beide zussen zijn een tijd geleden afgestudeerd en haar broertje is momenteel bezig met promoveren in scheikunde.

"Als ik terugdenk aan mijn basisschool, kan ik mij ook niemand herinneren die te maken heeft gehad met een kansarme situatie. Ik zat op een basisschool met enkel kinderen die ongeveer in eenzelfde situatie zaten als ik. Voor mij was vroeger een kansarme situatie een hele andere wereld.''

Anneke Madern, docent bij St. Odulphuslyceum in Tilburg.

De lat moet omhoog

Toen Madern naar de middelbare ging, werd kansenongelijkheid al meer zichtbaar. Haar toenmalige vriendje had ouders die niet hooggeschoold waren, terwijl hij zelf op het gymnasium zat. "Zijn moeder en vader zaten op een heel ander level en leken de lat lager te leggen dan mijn ouders. Hij heeft het gymnasium uiteindelijk niet gehaald."

Madarn weet nu dat ze geluk heeft gehad. "Mijn ouders gaven mij veel boeken en alle middelen die ik nodig had. Zo gingen wij vaak naar musea en tentoonstellingen die ik interessant vond en deden we samen onderzoek naar dingen die ik niet begreep. Hier ben ik mijn ouders heel erg dankbaar voor. Kinderen van ouders die minder geschoold zijn, moeten vaak alles zelf uitzoeken. Dit leidt tot achterstanden. Scholen zouden voor alle leerlingen de lat hoog moeten leggen, in de hoop dat dit leerlingen stimuleert het maximale uit zichzelf te halen.''

Focus moet minder op segregatie liggen

Naast de lat hoog leggen moet volgens Madern de focus bij het aanpakken van kansenongelijkheid van segregatie af. ''De focus ligt op wit en zwart, maar dit is niet het probleem. Het probleem is het grote verschil tussen kansarme en kansrijke studenten, ongeacht huidskleur. Deze verschillen ontstaan bijvoorbeeld door opleidingsniveau en sociaaleconomische status van de ouders.''

Taal is bij veel leerlingen een probleem, zowel bij kinderen met als kinderen zonder migratie-achtergrond. Daardoor begrijpen de kinderen de stof die een docent aanbiedt niet goed. ''Dit is ontzettend jammer, want als deze leerlingen de Nederlandse taal goed zouden beheersen, krijgen ze dezelfde kansen als een student die op hetzelfde niveau studeert én de taal wel goed beheerst.''

Uitwisselingsreizen zijn niet noodzakelijk

Uitwisselingsreizen kunnen helpen die kansenongelijkheid beter te begrijpen, volgens Madern. Zo organiseert de school waar Madern docent is, ieder jaar een uitwisselingsproject. Het Odulphus wil leerlingen hiermee laten zien hoe het onderwijs in een ander land eruit ziet en in welke situatie (kansarm of kansrijk) het merendeel van de leerlingen zich bevindt. De reizen gaan naar Aruba, Estland, Slovenië of Iran.

Maar leerlingen hoeven niet per se naar een ander land om de kansenongelijkheid van dichtbij te zien. "Ik zou met mijn klas, die leeft in een redelijk geprivilegieerd hokje, net zo goed naar een van de scholen in de Randstad kunnen gaan, waar de kansarme situatie enorm zichtbaar is.''

Boeken lezen over onderwijs

Naast haar rol als docent bij Odulphus houdt ze zich ook als mentor bij Trainees in Onderwijs bezig met kansenongelijkheid. Ze neemt samen met haar twee trainees maandelijks deel aan de boekenclub van Trainees in Onderwijs, waar boeken worden besproken die over het onderwijs gaan. Tijdens de openingssessie werd ook de documentaireserie Klassen besproken, een documentaireserie die zich richt op de strijd voor gelijke kansen in het onderwijs. 

Klassen schetst volgens Madern een pijnlijk beeld van hoe het er in het onderwijs aan toe gaat. ''Pijnlijk als in: dit klopt, dit is waar, het is een verschrikkelijke situatie en dit moeten we niet accepteren. Het probleem begint al zo vroeg in het leven van sommige kinderen. Dat maakt me verdrietig. Ik weet dat dit probleem al een lange tijd bestaat, maar door deze documentaireserie word je even met je neus op de feiten gedrukt.''

Eerste verantwoording ligt bij ouders

Ondanks alle ideeën van Madern over hoe kansenongelijkheid aan te pakken, vindt ze dat de eerste verantwoordelijkheid nog altijd bij de ouders ligt. "Ik ben het ermee eens dat de school een belangrijke opvoedkundige taak heeft, maar de eerste verantwoordelijkheid om studenten de Nederlandse taal goed te laten beheersen ligt thuis.

"Helaas gaat het hier vaak mis. Meestal niet omdat deze groep ouders hun kind geen Nederlands willen leren, maar omdat ze vaak de middelen niet hebben. Denk bijvoorbeeld aan het betalen van een extra taalcursus. Deze situatie versterkt de kansenongelijkheid in het onderwijs enorm.''