Kansenongelijkheid speelt een grote rol in het onderwijs en neemt de afgelopen tien jaar enkel toe, volgens de Onderwijsinspectie. Het diploma van ouders wordt steeds belangrijker. Trainees in Onderwijs pakt kansenongelijkheid in het onderwijs aan en hoopt zo voor meer kansengelijkheid te zorgen.

De laatste tien jaar is het een rotzooi wat betreft kansenongelijkheid in het onderwijs. Dit blijkt uit onderzoek van de Onderwijsinspectie. Zo krijgen leerlingen waarvan de ouders hoogopgeleid zijn, een hoger studieadvies dan daadwerkelijk bij hun resultaten past. Jongeren zonder hoogopgeleide ouders, hebben juist het tegenovergestelde probleem. Toch is er licht aan het einde van de tunnel. Zo beschrijft de Onderwijsinspectie dat de kansenongelijkheid momenteel stagneert. Maar dit betekent niet dat het probleem is opgelost.

Stichting Trainees in Onderwijs schiet daarom te hulp. Ze bereidt, via een tweejarig traject, universitair opgeleide personen - de zogeheten trainees -voor op een volwaardige carrière in het onderwijs. De kandidaten, zij-instromers zoals je wil, worden alleen aangenomen als ze maximaal zeven jaar geleden zijn afgestudeerd en minimaal een zeven hebben gescoord bij het afronden van hun master. Eenmaal aangenomen werken de trainees drie dagen in de week als leerkracht bij een middelbare school. De andere twee dagen worden gebruikt om te studeren en te evalueren. Sanne van Kempen (36), directeur en programmamanager, heeft de leiding.

Doelgroep heeft meerwaarde

Van Kempen werkte een aantal jaren geleden bij de lerarenopleiding aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Daar kwam ze in aanraking met soortgelijke projecten, die op personen waren gericht die geen standaard lerarenopleiding hadden afgerond, maar toch interesse hadden om leraar te worden. Bijvoorbeeld mensen die al een aantal jaar werkzaam waren in het bedrijfsleven en toch iets anders wilden. Helaas stopten deze projecten omdat de overheid de financiering stopte. 

Nadat Van kempen haar werk had neergelegd bij de Radboud Universiteit, bleef de gedachte om deze doelgroep het onderwijs in te krijgen in haar hoofd rond spoken. Met een aantal andere partijen richtte ze daarom Trainees in Onderwijs op. ''Zonder deze stichting zou deze doelgroep niet als docent in het onderwijs terecht komen, dat is zonde want deze doelgroep kan een mooie meerwaarde bieden.'' 

Meer verdieping in docentschap

Dat behoefte bestaat aan Trainees in Onderwijs blijkt wel uit de duizenden aanmeldingen voor het traject. De stichting is genoodzaakt om te selecteren. Na de selectie kan een kleine groep van 150 à tweehonderd personen beginnen met het trainingsprogramma. Een week ziet er grofweg als volgt uit. Op maandag gaan trainees naar een lerarenopleiding om daar samen te studeren met medestudenten. Op dinsdag, woensdag en donderdag staan ze voor de klas. De laatste dag van de week wordt het extra-traineeprogramma gehouden. Dit programma zorgt voor meer verdieping in het docentschap. "Ik merk dat de trainees dit een erg waardevolle dag vinden," zegt Van Kempen. "Ze kunnen met elkaar sparren over dingen die ze hebben geleerd en problemen waar ze tegenaan lopen.'' 

Daarnaast is iedere deelnemer verplicht om een project op te starten. ''Soms komt de trainee zelf met een onderwerp en soms vertelt de onderwijsinstelling waar het over moet gaan," zegt Van Kempen. "Wanneer de trainees het traject hebben afgerond, zijn ze officieel een onderwijsprofessional.'' 

De boekenclub

Naast de vaste onderdelen heeft het traject ook keuzeonderdelen, waaronder de boekenclub. In de eerste boekenclub van dit jaar werd echter geen boek besproken, maar de documentaireserie Klassen. ''Elke boekenclubsessie kiezen we een boek uit dat we gaan lezen en bespreken. Tijdens de eerste bijeenkomst besloten we de documentaireserie Klassen te bekijken. De hele groep, zowel de trainees als de begeleiders, vonden het een erg interessante en aangrijpende serie. Bij ons staat kansengelijkheid ook hoog in het vaandel. Iedere trainee zet zich op zijn of haar manier hiervoor in. ''

Dat het programma in de smaalt valt, blijkt wel uit het feit dat het traject al voor de vierde keer is gestart. Veel middelbare scholen spreken van een topinitiatief. Veel mensen die deel hebben genomen aan de voorlopers van Trainees in Onderwijs zijn enorm gemotiveerd om hun steentje bij te dragen aan de nieuwe versie. ''Dit is erg fijn," zegt Van Kempen. "Zodoende ontwikkelt Trainees in Onderwijs zijn sterke kanten en verdwijnen inhoudelijke zaken waar oud-trainees niet blij mee waren.'' 

Snelloket is het alternatief

Omdat vooralsnog 150 tot tweehonderd mensen worden geselecteerd voor het traject, betekent dat zowat achthonderd mensen buiten de boot vallen. Van Kempen wil niet dat deze groep zich afgeschreven voelt. ''Iedereen zou goed geïnformeerd moeten worden over zijn of haar mogelijkheden binnen het onderwijs," zegt Van Kempen. "Helaas merkte ik dat ik deze doelgroep maar een beperkt aantal alternatieven kon bieden. Daarom  heb ik samen met een aantal personen het onderwijsloket bedacht.''

Bij het snelloket kan iedereen informatie inwinnen over de mogelijkheden en verschillende functies binnen het onderwijs. Daarnaast wordt er ook informatie gegeven op financieel gebied, denk aan financieringsmogelijkheden en salarissen.

Ook voor andere doelgroepen?

Het concept van Trainees in Onderwijs zou volgens Van Kempen ook prima voor andere doelgroepen opgezet kunnen worden, dus buiten de doelgroep van academisch geschoolde mensen. ''Dan zou de opzet en inrichting worden aangepast naar de behoefte en benodigdheden van deze groepen," zegt Van Kempen. "Tot nu toe hebben we nog niet de vraag gekregen om een traject op te zetten voor een andere doelgroep. Maar wie weet, misschien in de toekomst.''