Zondag 16 mei begint het derde seizoen van Wat zou jij doen? Onze serie op NPO Zapp waarin kinderen filosoferen over persoonlijke en herkenbare dilemma’s. Maar wat is nou precies de essentie van filosoferen? En wat kunnen we leren van kinderen en hun gedachten? We vroegen het filosoof Sabine Wassenberg.

Kennis staat filosoferen alleen maar in de weg, volgens filosoof Sabine Wassenberg. Vandaar dat kinderen juist heel goed zijn in filosofie. "Zij hebben geen vooroordelen, dus is het makkelijker voor hen om ruimdenkend te zijn. Het is ook belangrijk dat je van jongs af aan begint met filosoferen, het zorgt ervoor dat je je kunt ontwikkelen tot zelfstandig en kritische denker. 

Vandaar dat Wassenberg, die filosofielessen geeft op basisscholen, met bovenmatige interesse uitkijkt naar het nieuwe seizoen van Wat zou jij doen? Onze serie op NPO Zapp waarin basisschoolleerlingen praten over dilemma's van leeftijdsgenoten. Waarbij niet de conclusie per se het belangrijkst is, maar juist hoe ze tot deze conclusie komen. ''Het gaat er om hoe ze redeneren," zegt Wassenberg. "Dus: welke afwegingen maken ze en welke normen en waarden vinden ze het belangrijkst.''

Sabine Wassenberg.

Wat is het 'ik'?

Ook Wassenberg was al aan jong aan het filosoferen. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat ze op jonge leeftijd haar studie wijsbegeerte voltooit aan de Universiteit van Amsterdam. Ze studeert om een antwoord te vinden op de vraag Wat is het 'ik’? Ze reist naar India, Amerika en Granada in Spanje en ontdekt dat het antwoord op haar vraag iets te maken heeft met een illusie en ook met haar ego en haar bewustzijn.

Ze beschrijft haar ervaringen en ideeën uitgebreid in het boek Mijn ego en ik, hoewel ze - spoiler alert - geen duidelijk antwoord krijgt op haar vraag. Maar door de ervaringen die ze op doet in de zoektocht naar het antwoord, heeft ze hier vrede mee. Naast het schrijven van boeken geeft ze filosofielessen op basisscholen en organiseert ze cursussen voor leerkrachten en bedrijven.

Tekst gaat verder na kader

Eerste aflevering Wat zou jij doen?

In de eerste aflevering van Wat zou jij doen? staat de vraag van basisschoolleerling Heike centraal: Zal ik verkering vragen aan mijn goede vriend? Heike is al een aantal jaar verliefd op een jongen uit haar klas, die ook een goede vriend van haar is. Ze weet niet zo goed wat ze met haar verliefheid aan moet. Ze is bang dat als deze jongen 'nee' zegt tegen verkering, ze geen vrienden meer zullen zijn. In deze aflevering volgen wij Heike, op weg naar haar besluit.

Andere vragen stellen

Het dilemma van Heike is volgens Wassenberg niet per se een filosofisch dilemma, eerder een praktisch dilemma. "Benader je dit dilemma filosofisch, dan moet je andere vragen stellen," zegt Wassenberg. "Zo zou een goede vraagstelling zijn: Wat is belangrijker in het leven: vriendschap of de kans dat ze verkering krijgt? En waarom?''

Om de filosofische benadering te verduidelijken, refereert ze aan haar eigen ervaringen op basisscholen. "Wanneer ik filosofielessen geef, bespreek ik met leerlingen actuele thema's zoals oorlog, corona en eenzaamheid. Ik start het gesprek door leerlingen een filosoferende vraag te stellen. Mogen mensen oorlog voeren? Of: Denk je dat oorlog voeren rechtvaardig is of juist onrechtvaardig? Zo kom je tot een filosofisch gesprek."

Kinderen krijgen te weinig krediet

Hoewel kinderen volgens Wassenberg doorgaans beter zijn in filosoferen omdat ze minder behept zijn met vooroordelen, zijn volwassenen vaak nog stomverbaasd over hoe goed kinderen dat kunnen. ''Ze gaan er vanuit dat kinderen niets zinnigs te zeggen hebben en dat zij het wel beter weten omdat ze filosofie als 'ingewikkeld’ onderwerp zien. Maar volwassenen moeten leren hun mond te houden, zodat kinderen de kans krijgen om hun redenatie uit te spreken."

Daarnaast denken sommige leraren dat kinderen die niet goed zijn in bepaalde vakken, zoals taal of rekenen, ook niet goed zijn in filosoferen. "Wanneer ik vervolgens een filosofieles kom geven, blijken deze kinderen juist onwijs goed te zijn in filosoferen. Het is belangrijk om te weten dat een kind dat door een eventuele concentratiestoornis niet goed is in rekenen en taal, wel goed kan zijn in filosofie.''

Twijfelen is oké

Niet alleen filosoferen in de klas helpt kinderen zichzelf te ontwikkelen, volgens Wassenberg. Ook samen naar programma's kijken waar filosoferende kinderen in voorkomen, draagt een steentje bij.

''Bij zo'n programma moet duidelijk zijn dat welke keuze het kind ook maakt, dit niet per se de beste keuze is. Kinderen moeten inzien dat er verschillende keuzes mogelijk zijn. Het is belangrijk om te beseffen dat morele dilemma's bestaan en dat het oké is om te twijfelen. Ik adviseer leerkrachten daarom ook om geen mening te vormen waar de leerlingen bij zijn. Kinderen denken namelijk al snel dat de mening van een docent de waarheid is. Kinderen lekker laten filosoferen onderling is het beste.''