‘Eigenlijk werken we allemaal voor Google’

, Jules Ruijs

Het Filosofisch Kwintet buigt zich over de vraag wat datareuzen als Google en Facebook voor invloed hebben op mens en samenleving. Aan het woord is schrijver Evgeny Morozov.

Vroeger was Evgeny Morozov overtuigd “cyberutopist”: hij geloofde dat online communicatie een bevrijdende werking op mensen had, zonder dat hij hiervan de keerzijde onder ogen wilde zien. Zo werd hij leidinggevende van de nieuwe media afdeling van Transition Online, een Westerse NGO. Deze organisatie probeerde met behulp van nieuwe media democratisering in de voormalige Sovjet-Unie te bevorderen.

Na vele ontmoetingen met bloggers en activisten verloor Morozov uiteindelijk zijn enthousiasme voor de democratiserende werking van nieuwe media. Nu probeert hij de wereld te attenderen op het negatieve effect dat cyberutopisme heeft op democratisering. Hij geeft antwoord op vragen als: 'wie heeft mijn data, en waarom werken wij (onbewust) voor Google?'

‘Data zijn de nieuwe olie’ is een veelgehoorde vergelijking. Gaat die volgens u op?

‘Er zijn meer gelijkenissen dan verschillen tussen data en olie. Voor olie wordt er bijvoorbeeld diep in onze aarde geboord, voor data wordt er diep in onze psyche geboord. Beide boormethoden worden gedreven door hetzelfde doel: winst maken. Het is een logische ontwikkeling binnen het kapitalisme, dat altijd een externe bron heeft verbruikt. In eerste instantie was dat de natuur, later slavernij en nog later huishoudsters die pas sinds de jaren ’70 fatsoenlijk gecompenseerd werden. En nu zijn we op een punt gekomen waar we data delven. De bron is in de loop der jaren dus wel veranderd, maar de principes en noodzaak voor extern goedkoop kapitaal niet.’

In hoeverre wordt er dan ook in mijn psyche geboord?

‘Online wordt je wel eens gevraagd met een testje te bewijzen dat je geen robot bent, bijvoorbeeld als je te veel zoekopdrachten binnen een bepaalde tijd plaatst. Eén van de manieren waarop dat kan, is door het gebruik van Captcha. Je krijgt dan plaatjes te zien en moet je elk blokje aanklikken waar bijvoorbeeld een verkeersbord op staat. Daarmee train je de algoritmes van Google. Die algoritmes kunnen op een gegeven moment verkeersborden gaan herkennen en in een volgend stadium ook objecten. Die herkenningssoftware komt vervolgens in de cabine van vrachtwagenchauffeurs, die vervolgens steeds minder zelf hoeven te doen. Maar op een gegeven moment kom je op het punt van de zelfrijdende vrachtwagen. De chauffeur wordt dus overbodig, en daar draagt hij door het gebruik van die Captcha’s zelf aan bij. In essentie is dat gewoon het leveren van gratis arbeid aan Google. En ik wil niet de uiteindelijke bijkomende schade zijn van zo’n nieuwe industriële revolutie.’

Evgeny Mozorov -geboren Wit-Rus- heeft een maandelijkse column over de ontwikkeling van ‘Big Tech’ die wordt afgedrukt in El Pais, Corriere della Serra, Frankfurter Algemeine en NRC. Hij schreef onder meer The net delusion, The dark side of internet freedom en To save everything, click here: The folly technological solutionism. De redactie sprak met Morozov ter voorbereiding op Het filosofisch kwintet.

Is dit wel de schuld van technologiebedrijven als Google en Facebook?

‘Het is belangrijk om het in een veel bredere context te zien. Het gaat niet simpelweg om een paar op winst beluste ondernemers in Silicon Valley.  We hebben te maken met de gevolgen van het liberaliseren van de arbeidsmarkt. Silicon Valley speelt daar slim op in, zeker ook omdat overheden niet meer kunnen leveren wat het volk wil.’ 

Wie is de eigenaar van mijn data?

‘Dat is de vraag. Is dat de producent van het systeem dat je gebruikt of is dat bijvoorbeeld de stad waarin data geproduceerd worden? Ik zou zelf niet de eigenaar wíllen zijn van alle data die ik produceer. Stel je voor dat je het weggeven van zulke persoonlijke gegevens daadwerkelijk in eigen hand neemt. De discussie daarover komt volgens mij in de buurt van discussie over orgaanhandel.’ 

Het klinkt alsof we dringend iets moeten veranderen. Waarom gebeurt dat niet?

‘Big Tech zal zelf niet morele verantwoordelijkheid nemen. Als ze dat doen, is dat hoogstens voor goede publiciteit, niet om echt iets op te lossen. Het probleem is dat advertenties een enorm lucratief systeem hebben opgeleverd. Kijk maar naar nep nieuws. Dat bestaat al eeuwen, maar wordt nu ineens lucratief. Dat probleem zit niet in het nep nieuws zelf, maar in de distributie ervan. In feite zit Big Tech tussen alle online handelingen in. Het heeft daarmee een flinke vinger in de pap bij veel innovaties. Maar de werkwijze van Big Tech levert met name de industrie zelf voordeel op. Daar moet je dus volgens mij ingrijpen.’ 

Hoe moeten we dan ingrijpen?

‘De datahandel is zo groot geworden, omdat we in een geglobaliseerde wereld leven. We willen met iedereen kunnen handelen en met zo min mogelijk barrières. Maar in China kunnen binnenlandse bedrijven floreren dankzij the Great firewall of China. In eerste instantie is dat een handelsinstrument, pas in tweede instantie een onderdrukkend middel. De top-50 apps in China is allemaal binnenlands. Facebook en Google krijgen daar nauwelijks voet aan de grond. En volgens mij kun je zo’n handelsinstrument ook elders invoeren, zonder dat het meteen onderdrukkend werkt.’

Dat klinkt behoorlijk heftig. Kan het ook met minder ingrijpende opties?

‘Je kan ontzettend hard ingrijpen en bijvoorbeeld verbieden dat data worden verzameld. Iets milder kun je zeggen dat data weliswaar verzameld mogen worden, maar niet gebruikt mogen worden om producten te verbeteren of geld te verdienen. Maar dan ga je terug naar 1998, toen bedrijven niet wisten wie we waren, maar toch advertenties aan ons moesten verkopen. Dat is een situatie waarin iedereen verliest. In mijn ideaal worden data door een soort nationale toezichthouder beheerd. Dan krijg je niet Uber of Google als staatsbedrijf, maar heb je wel betere controle over de data. In Alaska hebben ze iets vergelijkbaars gedaan met olie. Tegenlicht maakte hierover een aflevering. Met de inkomsten die daar uit voortvloeien kan de overheid alle inwoners voorzien van een bepaald basisinkomen.’