‘De ironie van Zuckerberg is dat hij ons eigenlijk disconnect’

Filosoof Hans Schnitzler over datareuzen

, Jules Ruijs

Het Filosofisch Kwintet buigt zich over de vraag wat datareuzen als Google en Facebook voor invloed hebben op mens en samenleving. Een van de gasten is filosoof Hans Schnitzler.

Stel je voor, je bent leraar en je ziet je studenten stuk voor stuk afgeleid worden door hun mobiele telefoon. Je publiek heeft de aandachtsspanne van een baksteen. Wat doe je dan? Docent Hans Schnitzler schreef een plan voor een digitale detox, in de hoop dat zijn leerlingen zouden inzien hoe waardevol het is om zelf te ontdekken, in plaats van andermans ontdekkingen te volgen op het web.

Wat voor invloed hebben de grote datareuzen op ons leven?

‘We geven onze meest intieme gegevens af aan bedrijven als Facebook en Google. Ondertussen worden hun algoritmes steeds geraffineerder. Die combinatie maakt dat ze ons steeds beter kunnen voorspellen. Dat maakt ons tot object van manipulatie. Filosoof Hannah Arendt schreef dat de mogelijkheid tot een tweede geboorte fundamenteel is voor ons handelen. Als we worden gereduceerd tot die voorspelbaarheid kunnen we niet opnieuw beginnen en dus niet vrij handelen.’

Welk aspect van het vrij handelen gaat het u vooral om?

‘Ik vind het begrip aandacht heel belangrijk. Onderzoek laat zien dat succes in je latere leven in hoge mate bepaald wordt door het vermogen je aandacht strategisch te kunnen verleggen. Aandacht is een van onze meest intieme en fundamentele vermogens. Als we dat niet meer kunnen opbrengen zitten we écht met een probleem.’


Hans Schnitzler is als docent verbonden aan de Bildung Academie en columnist voor Follow the Money. Onlangs verscheen zijn boek ‘Kleine filosofie van de digitale onthouding’, eerder schreef hij ‘Het digitale proletariaat’. Ter voorbereiding op het gesprek tijdens het Brainwash festival sprak de redactie met hem.

Wat voor effect heeft de weeklange digitale detox die u uw studenten laat ondergaan?

“Zij hadden ineens hele bijzondere en échte ervaringen. Zonder contact vooraf naar een vriend of vriendin toe gaan, werd ineens een ontdekkingsreis. Als die vriend of vriendin dan ook nog toevallig thuis bleek was dat een overwinning. Dat gaf echt een kick. Of als ze de weg moesten vragen werden ze geconfronteerd met de verscheidenheid die onze publieke ruimte zo mooi maakt. We leven bij de gratie van onderscheid. We waarderen het mooie bij de gratie van het lelijke, gezondheid bij gratie van ongezondheid, geluk bij gratie van pijn.’

Waarom is dat zo belangrijk?

‘Dat vermogen om je aandacht te verleggen, is waar een bedrijf als Facebook van leeft. Zij willen dat we zo lang mogelijk blijven swipen om maar verhandelbare data te genereren. Dat heeft geleid tot de “aandachtseconomie”. Jouw aandacht naar de schermpjes trekken: het lukt ze aardig. Maar dat levert ook problemen tussen mensen op. MIT-professor Sherry Turkle deed vijf jaar lang onderzoek voor een school die haar om hulp vroeg. Leraren zagen daar dat twaalfjarigen zich steeds meer als achtjarigen gingen gedragen. Ze waren niet meer gewend om goed met elkaar te communiceren. Ze konden namelijk niet meer aandachtig kijken naar lichaamstaal en gezichtsuitdrukkingen.’ 

‘Dat heeft gevolgen voor je inlevingsvermogen. Aandacht betekent in feite betrokkenheid en liefde. Maar door het verliezen van het vermogen tot aandacht ben je minder betrokken bij je omgeving. De ironie van Zuckerberg is dat hij zegt ons te willen connecten, maar eigenlijk disconnect hij ons.’

Maar het is toch niet efficiënt om op de bonnefooi naar iemand toe te gaan?

‘Nee, maar het leidt soms wel tot serendipiteit, onverwachts iets moois tegenkomen. Die techies in Silicon Valley willen zo weinig mogelijk frictie, want hoe minder frictie, hoe meer gemak en dus hoe meer geluk. Dat klopt volgens mij niet. Het leidt tot een wereld zonder onderscheid. Als we ons steeds meer gaan conformeren en nooit meer die ronde pin in dat vierkante gat zijn, tast dat ons creatieve vermogen aan. We durven niet meer af te wijken, we durven geen fouten meer te maken. Dat is een regelrechte inbreuk op onze privacy en ons recht op fouten.’

Begrijpen we de mechanismes die dat doen wel voldoende?

‘De algoritmes zitten nu in een soort Black Box. Bij een bedrijf als Coca-Cola kan je de receptuur nog opeisen, maar ik betwijfel of Google en Facebook hun receptuur zouden kunnen aanleveren. Dat komt doordat de algoritmes zichzelf constant verbeteren. Maar dat is ook heel heftig, want wie zit er dan nog aan de knoppen? Meer transparantie en controle zou niet verkeerd zijn. Je ziet ook meteen een spanning tussen zulke democratische waarden en waarden van Silicon Valley als connectiviteit en efficiëntie. Maar de politiek moet ons beschermen en eisen dat die recepturen democratischer waarden krijgen.’

Tekst loopt door onder afbeelding

Kan de politiek ons eigenlijk wel beschermen?

‘We hebben met de overheid een sociaal contract gesloten. Zij krijgen informatie over wie we zijn en waar we wonen en in ruil daarvoor krijgen wij nette straten, zorg, maar ook bescherming. Als de politiek geen maatregelen neemt tegen het verhandelen van data, verbreken ze dat contract. Data zijn een zeer intieme kwestie en je kunt datahandel zien als een vorm van mensenhandel. Het probleem is dat steeds meer bedrijven taken overnemen van overheden, zonder directe democratische controle op dat nieuwe sociale contract.’

Maar die grote hoeveelheid data kunnen ons toch ook helpen?

‘Natuurlijk zijn er allerlei toepassingen waarbij je op basis van allerlei analyses van heel veel data bepaalde waarschijnlijkheidsrelaties op het spoort kunt komen, zoals bij zorg of migratiebewegingen. Maar dan moet je wel onthouden dat het om waarschijnlijkheid gaat, niet om noodzakelijke relaties. Te vaak schuilt er een soort meedogenloosheid in die analyses. Het is niet zo dat je onheil kunt voorkomen door maar zoveel mogelijk data te verzamelen. Bovendien kun je als belastingdienst op basis van heel veel data misschien wel voorspellen waar een belastingontduiker schuilt, maar niet waaróm hij belasting ontduikt. Dan ben je dus bezig met symptoombestrijding.’

Wat moet er veranderen?

‘Het is heel belangrijk dat we ons bewust worden van dit enorme probleem. Dat kan door voorlichting, onderwijs, misschien zelfs digitale onthouding. Maar wellicht hebben we eerst een soort techno-apocalyps nodig. Daarnaast moeten er hele forse maatregelen komen. Natuurlijk loopt een overheid altijd achter op de werkelijkheid, maar wat betreft kartelvorming ligt de overheid nu wel heel erg te slapen. Europees gebeurt wel het een en ander, maar eigenlijk nog te weinig om die monopolies te doorbreken. Het is essentieel dat we minder afhankelijk worden van dat soort bedrijven.’ 

Tijdens het Brainwash Festival op 28 oktober buigt Het Filosofisch Kwintet zich over data en algoritmes. In een tijd waarin meer en meer beslissingen worden genomen op basis van algoritmes, vraagt het Kwintet zich af wat dat betekent voor ons als mens. De uitzending is op zondag 29 oktober om 13.00 op NPO 2.