Vanochtend kregen mijn kinderen een gymles via videoverbinding. Van alle pogingen tot afstandsonderwijs die ik de afgelopen weken voorbij zag komen, vond ik dit direct de meest geslaagde: met de hele klas oefeningen doen voor het scherm. Het zag er zeer aanstekelijk uit, en ik wilde dolgraag aansluiten, maar dat vonden mijn jongens toch net iets te gênant.

Ik loop sowieso vrijwel alleen nog in sportkleren. Meestal hoef ik nergens te verschijnen, en bij die zoom-sessies valt het amper op wat ik aanheb als ik snel een vest aantrek.

Niet dat ik niks te doen heb. Ik schrijf, ik geef telefonische interviews, ik doe aan thuisonderwijs, maar kennelijk verwacht ik elke dag dat er een gat valt dat ik dan direct kan invullen met een rondje (of twee) rennen in het park. Ergens hoop ik toch elke minuut van de dag goed te benutten en iets meer beweging staat hoog op mijn wensenlijstje.

Wat doet de Corona-crisis met ons denken?
'Het filosofisch kwintet' van Human is er in normale tijden voor reflectie nadat het stof is neergedaald. Maar het zijn geen normale tijden en daarom proberen presentator Clairy Polak en denker des vaderlands Daan Roovers beurtelings de coronacrisis in dagboekvorm te duiden. Persoonlijk, verdiepend en met het immer urgente motto dat doorgronden belangrijker is dan het twistgesprek.

Sport- en gymklasjes kunnen prima gegeven worden vanuit huis, of vanaf een balkon, zoals hier in Londen.

Stille leerlingen te zien

Met die online gymles had ik prima mee kunnen zonder in beeld te komen. De kinderen hadden de microfoon gemute en deden er alles aan om niet al te veel aandacht te trekken, en de zogenaamde ‘slimme software’ van videoconferences is erop afgesteld dat je dan ook niet in beeld komt - dat weten mijn kinderen na een paar weken precies.

Waarom werkt dat eigenlijk zo? Stand-up filosoof Laura van Dolron had dit weekend in een interview in De Volkskrant dezelfde vraag: "Vanochtend deed mijn dochter mee aan een conferencecall met andere kleuters. Haar juf ziet dan maar vier kinderen op haar scherm, namelijk degenen die het meeste geluid maken. Dat blijken de jongens te zijn." En het schijnt nog gekker te kunnen, hoorde ik in een teams-sessie een paar uur later: er bestaat ook software waarbij je beeld groter wordt naarmate je meer aan het woord bent. Geinig.

Maar het omgekeerde lijkt me eigenlijk interessanter. Kan er, zoals Laura van Dolron oppert, niet iemand software ontwerpen waardoor juist de stille leerlingen te zien zijn? En kunnen we die dan niet gaan gebruiken in het onderwijs voortaan? Lijkt me veel informatiever.