De derde uitzending van Het Filosofisch Kwintet eindigde afgelopen zondag met een pleidooi voor de invoering van digitale burgerrechten: de vrijheid om ook op internet beslissingen te nemen over wat we zelf willen en het recht gespeend te blijven van dingen die we niet zouden willen.

We hadden besproken hoe de commerciële wereld zich verhoudt tot het thema van dit jaar: Macht, media en manipulatie.  
Kern van deze uitzending was de constatering dat de grote technologiebedrijven ons gedrag niet alleen weten te voorspellen, maar ook gaan bepalen. Google, Facebook en Amazon zijn bezig met een langzame overname van onze autonomie en ondanks het feit dat we weten dat dit gebeurt, laten we dat toe.  

Centraal stond het begrip ‘surveillancekapitalisme’ van sociaalpsycholoog en filosoof Shoshana Zuboff, waarmee ze aanduidt hoe de menselijke autonomie op een verborgen manier wordt gereduceerd tot het absolute minimum: zijn bereidheid de portemonnee trekken om geld uit te geven binnen een vooraf uitgestippeld consumptiepatroon. Dat is in de eerste plaats slecht voor onze individuele vrijheid, omdat we afleren onze individuele beslissingen te nemen. De vraag is: Hoe veranderen we hierdoor, wie worden we door al die manipulatie en willen we wel zo worden? De gevolgen strekken zich uit tot onze hele samenleving. Tot ons democratisch bestel. 

Wat doet de Corona-crisis met ons denken? Het Filosofisch Kwintet van Human is er in normale tijden voor reflectie nadat het stof is neergedaald. Maar het zijn geen normale tijden en daarom proberen presentator Clairy Polak en denker des vaderlands Daan Roovers beurtelings de coronacrisis in dagboekvorm te duiden. Persoonlijk, verdiepend en met het immer urgente motto dat doorgronden belangrijker is dan het twistgesprek.

Het gaat om onze burgerrechten

We maken ons vaak zorgen om overheden, als het gaat om toezicht en bespied worden.  Maar bedrijven vormen zo langzamerhand een veel groter probleem, vanwege de mate waarmee ze ons leven inmiddels beheersen en omdat ze steeds meer in het publieke domein komen. De macht verschuift, nu grote technologiebedrijven ook steeds meer vitale publieke diensten uitvoeren, zoals het opzetten van distributienetwerken en e-learning programma’s.

Door de ontwikkelingen op het terrein van de kunstmatige intelligentie, waarbij computers steeds meer het denkwerk doen en gigantische hoeveelheden data kunnen worden verwerkt en verbanden kunnen worden gelegd, ontbreekt het ons bovendien aan het kennisniveau om een alternatief te bieden.  

De vraag was of en hoe we ons er nog tegen teweer kunnen stellen.  

Mijn gasten waren het erover eens dat het onwenselijk is een dergelijk structureel en politiek probleem te individualiseren. De politiek zal de marktmacht moeten doorbreken. Het woord scroll-belasting viel: belastingheffing voor bedrijven voor iedere duimbeweging waarmee hun klanten door hun digitale aanbod bladeren. En, werd er geopperd, waarom zou het internet geen publieke infrastructuur zijn, zoals de wegen? Een typische taak voor de Europese Unie, vond men, daarmee de EU een zeer eigentijds onderwerp aanreikend om zich opnieuw te profileren. Waarom niet?  

Het gaat tenslotte om onze autonomie en vrijheid. Het gaat om onze burgerrechten.