Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt zijn niet per definitie veroordeeld tot laaggeschoold werk. Dat bewijst IT-bedrijf Carapax. “Mijn mensen hebben autisme, maar werken vijf keer zo snel als 'normale' IT-ers,” vertelt directeur Addy Borst tijdens de derde De Wasstraat Inspiratiesessie in Noord-Brabant. Het brengt Wasstraat-eigenaar Martin Kniest tot de volgende conclusie: “Werken met mensen die begeleiding nodig hebben, heeft mijn leven verrijkt.”

Met onze tv-serie De Wasstraat kregen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een gezicht, vindt Martin Kniest. "We hebben met de tv-serie een steen in een rivier geworpen en zo de rivier van de arbeidsmarkt in Nederland blijvend veranderd,” zegt Martin Kniest. “Nu moeten we door. Rimpels in het water blijven veroorzaken en de wereld blijvend veranderen. Daarbij hebben we iedereen nodig.”

Pierre van Os, medewerker bij bierbrouwer Rabauw heeft die boodschap alvast begrepen. “We moeten net zoveel stenen blijven gooien totdat we naar de overkant van de oceaan kunnen lopen.” Hij kende ook zo zijn problemen in zijn leven, totdat hij door Rabauw werd opgepikt. Ad Penninx, mede-oprichter van Rabauw, had ervaring met het begeleiden van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Rick Feijen en Gijs Verhagen wilden bier brouwen. Ze vonden elkaar in het nieuwe bedrijf Rabauw dat goeddeels wordt gerund door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Martin Kniest wil tijdens deze derde inspiratiesessie van mede-eigenaar Gijs Verstraten weten of hij de brouwerij winstgevend kan maken met deze arbeidspopulatie. Verhagen: “Je hebt schaal nodig en dus hebben we er horeca aan gekoppeld en zijn we een tweede brouwerij begonnen. Zo kunnen we het echt rendabel maken.”

Medewerker Van Os zocht aanvankelijk zingeving in een klooster, maar werd pas weer echt gelukkig bij Rabauw. “Het koste me best even moeite om de stap in 'de lift' te zetten naar een nieuw leven. Maar door die stap te zetten, zit ik niet langer vast. Ik kan nu, doordat ik werk, weer iets betekenen voor de maatschappij. Je kunt wel labels op iemand blijven plakken tot je een stickerboek vol hebt, maar dat lost niets op.”

Bier heeft ingrediënten nodig om op smaak te komen. Zo heeft een bedrijf ook ingrediënten nodig om te floreren. Mede-oprichter Verhagen prijst zich gelukkig dat zijn medewerkers dé bepalende ingrediënten zijn. ”Vertrouwen geven aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt is denkt ik wel het magische ingrediënt van ons bedrijf. De energie die je haalt uit het werken met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt is enorm.”

Wasstraat-baas Kniest beaamt dat: “Het heeft mijn leven echt verrijkt. Ik spreek ook niet over afstand, maar over mensen die begeleiding nodig hebben. Ik merk zelfs dat mijn jongens in De Wasstraat elkaar coachen en begeleiden.” En volgens Gijs kan hij 99 van de honderd mensen die langskomen iets bieden. Afstand is dus een beperkt begrip. Verhagen: “Sociaal ondernemen kan in elk bedrijf. Alleen de regelgeving zou simpeler moeten. Minder hokjes, minder verschillen. Werkgevers raken nu de weg kwijt.”

Diversiteit brengt een mooiere cultuur

Ook aan tafel tijdens deze inspiratiesessie zit Sjoerd van het Erve van Weener XL uit Den Bosch, het werk- en ontwikkelbedrijf van de gemeente. Hij heeft wel een verklaring voor die complexiteit. “Sinds de decentralisering van overheidstaken, bepalen gemeenten hun eigen beleid. Daar zijn regionaal grote verschillen door ontstaan.” Toch gebeurt er in Brabant al heel veel goeds, constateren Sjoerd van het Erve, Hannie van Loon van het UWV en Esmah Lahlah, wethouder in de gemeente Tilburg.

De wethouder ging zelfs vrijwillig een maand in de bijstand met een budget van vijftig euro per week voor levensonderhoud, om te ervaren hoe het is om in de bijstand te zitten. “Ik vond het zwaar,” constateert ze. “Wat ik belangrijk vind, is dat we als gemeenten en maatschappelijke partners de talenten zien van mensen, maar wel met oog voor hun kwetsbaarheden. Ik herken de kritiek dat werkgevers de wetgeving ingewikkeld vinden. Tegelijk hebben we echt faciliteiten om werkgevers te ondersteunen.”

Als voorbeelden geeft ze het Werkgevers Servicepunt en het Regionaal Mobitliteitsteam Tilburg. “Dat is één loket waar ondernemers met al hun vragen terecht kunnen. Er zijn veel mogelijkheden, al geef ik toe dat die misschien soms onoverzichtelijk zijn.” Van het Erve daagt ondernemers ook uit om zich te melden en niet alleen te wijzen naar ingewikkelde regels. ”Als je wilt, vind je ons.”

Hannie van Loon onderstreept dat er al heel veel gebeurt en ook veel mogelijk is. Ze gelooft niet in een quotum om werkgevers te verplichten mensen met een afstand in dienst te nemen. Ze sluit aan wat Kniest eerder constateerde. “Het verrijkt als je als ondernemer met een diversiteit aan mensen werkt. Dat moeten ondernemers gaan ervaren.

"Door andersoortige mensen in je organisatie krijg je een andere, en mooiere cultuur," vervolgt Kniest. "Dat zou de inzet van ondernemers moeten zijn en dan heb je geen quotum nodig.” Volgens wethouder Lahlah willen ondernemers ook vaak best wel sociaal ondernemen, maar vinden ze de risico's te groot. Sjoerd van het Erve wijst in deze op de no-risk-polis. Vallen mensen die begeleid worden uit, dekt die verzekering de kosten. Een prachtig instrument voor ondernemers om zich in te dekken als ze het werken met een lastige doelgroep risicovol vinden.

Briljante autisten

In deze laatste online inspiratiesessie schuiven ook Jeroen Bekker en Addy Borst van IT-bedrijf Carapax aan. Borst heeft twee kinderen met een stoornis en dat bracht hem tot het opzetten van een IT-bedrijf dat vooral gerund wordt door mensen met autisme of, in het geval van Bekker, asperger. Bij een afstand tot de arbeidsmarkt gaat het dus niet alleen om laaggeschoold werk, zoals vaak wel de aanname is.

Het IT-bedrijf draait vrijwel zonder subsidies. Addy Borst: “Dat wil ik ook niet. Als een subsidie wegvalt, wil ik niet dat het bedrijf omvalt. We moeten zelf onze broek kunnen ophouden.” En dat lukt geweldig, niet ondanks, maar dankzij de mensen die er werken. Mensen zoals Bekker.

IT-baas Borst: “In de huidige maatschappij zoeken we vooral naar schapen met vijf poten. Mensen moeten alles kunnen. Carapax werkt met een kudde van schapen met drie poten. Maar die kudde wint wel de wedstrijd van de schapen met vijf poten. We hebben mensen met een hoog iq, briljante autisten. Ze zijn hoogbegaafd, loyaal en lopen niet weg naar een ander bedrijf voor honderd euro per maand meer. Zo loopt dus ook de kennis niet weg uit je onderneming.

"Sociaal ondernemen is prima te combineren met een goede businesscase," vervolgt Borst. "Investeer je in deze mensen, dan betaalt zich dat op termijn dubbel en dwars terug, Onze mensen kunnen vanwege een beperking misschien niet allemaal veertig uur werken. Maar ze werken soms vijf keer sneller dan een reguliere IT'er waardoor we uiteindelijk eenzelfde productie draaien.”

Wat Bekker fijn vindt van het werken bij Carapax, is dat hij ruimte krijgt en zo aan zijn zelfvertrouwen kan werken. Bekker: ”Soms wordt het druk in mijn hoofd en loopt de emmer over. Bij Carapax hoef ik de emmer niet constant rechtop te houden, maar mag die omkieperen. De emmer alleen maar recht willen houden, kost uiteindelijk veel meer energie. Bij dit bedrijf is er altijd wel iemand die een dweil pakt om het water uit de emmer op te ruimen.” 

Statushouders

Wasstraat-eigenaar Martin Kniest besluit de derde inspiratiesessie met een oproep aan ondernemers om ook de statushouders niet te vergeten. “De nieuwe inburgeringswet komt eraan en bij de groep statushouders zitten hele slimme mensen. Een doelgroep om in de gaten te houden. Zeker omdat er op dit moment een schreeuwend tekort is aan goede arbeidskrachten.” Wederom het bewijs: er is geen afstand tot de arbeidsmarkt, de arbeidsmarkt heeft veel vaker een afstand tot mensen.

Dit zijn de succesverhalen die deze avond aanschoven: Carapax en Rabauw.