Martin Kniest bewijst in De Wasstraat dat een bedrijf waarvan ruim negentig procent van de werknemers een arbeidsbeperking heeft, levensvatbaar kan zijn. Wat maakt zijn wasstraat zo’n succes? "Je moet ze als mens behandelen, niet als nummer."

Het stof van alle aandacht voor De Wasstraat moet nog neerdalen bij Martin Kniest. Ook zijn medewerkers moeten nog wennen aan het idee ineens hoofdperonages te zijn van een documentaireserie. Maar, en zo hebben we hem leren kennen, zoals altijd maakt Martin zich meer zorgen om ‘zijn’ jongens, dan om zichzelf. "Het zijn toch kwetsbare jongens, en je weet niet wat voor impact die aandacht op ze kan hebben."

Toch heeft hij nu al zijn doel bereikt. Want zijn mailbox ontploft door alle reacties van mensen die zijn geheim willen weten.

Martin Kniest, eigenaar van Matz Carwash.

Uitzendbureau’s van de gemeente

De vraag die Martin het meest gesteld wordt, is waarom het uitvalpercentage van zijn werknemers zo laag is. "De meeste bedrijven die werken met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt hebben een slagingspercentage van dertig procent. Bij mij is dat zeventig procent."

De crux zit hem volgens Martin in de persoonlijke benadering van zijn werknemers, die ze bij andere bedrijven en sociale werkplaatsen missen. "Ik heb genoeg praktijkvoorbeelden waaruit blijkt dat ze gewoon als nummer behandeld worden en waar geen enkel gevoel bij komt kijken of wat dan ook."

Hij heeft dan ook geen hoge pet op van de betrokken instanties die deze doelgroep begeleiden en schroomt niet zich erover uit te laten. "Veel geld gaat om in zogenoemde jobcoaching; in feite gewoon uitzendbureau’s van de gemeente. Die komen eens per maand langs om te praten: 'Hoe is het?' Ze klappen hun laptopje dicht en gaan weer weg. Daar zit nul beleving in. Dat is natuurlijk te bizar voor woorden."

Alles binnenboord houden

Daarom besloot Martin het heft in eigen handen te nemen. "Ik ging zelf die jobcoachtraining doen en raakte zo steeds meer betrokken bij de mensen die voor me werkten en bij hun problematiek. Sommigen hebben schulden. Ik heb zelf hbo-schuldhulpverlening gedaan en heb inmiddels allemaal mensen om me heen verzameld die me hierin ondersteunen; mensen die deze jongens op waarde kunnen schatten en dit werk doen uit passie."

Door zijn manier van werken houdt Martin zijn werknemers binnenboord. Als voorbeeld noemt hij Denai, een jongen uit Eritrea, die met acht verschillende instanties te maken heeft. "Dan praat je over psychische hulp, maatschappelijk werk, jobcoaching, huisbegeleiders, noem het maar op. Maar die hebben onderling geen contact. Als die jongen een brief van de Belastingdienst krijgt, komt hij naar mij omdat hij niet weet wat hij moet doen."

Martin schuift daarom al die instanties opzij en gaat daar tussen zitten als een soort ruisfilter. "Denai vindt het al lastig om over dingen te praten, laat staan ergens aan te kloppen. Dus komt hij met zijn problemen bij mij, ik zet het uit bij de juiste partij en ik koppel het weer terug naar hem."

Een andere benadering

Voor Martin begint het door deze mensen anders te benaderen. "Ze hebben helemaal geen afstand tot de arbeidsmarkt. Wij noemen het: mensen met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt. Want iedereen kan iets. Maar je moet ze wel op de juiste waarde schatten. Welke functies binnen het bedrijf kan iemand wél uitvoeren?"

Daarin is belangrijk goed te kijken wat je kan verwachten van die persoon. "Leg die verwachtingen niet te hoog," zegt Martin. "Want ik kan je verklappen; je moet elke dag dezelfde dingen uitleggen aan dezelfde mensen. En dat moet je accepteren, want dat hoort ook bij een sociale onderneming."

Dat betekent overigens niet dat zijn werknemers op hun lauweren kunnen rusten als ze eenmaal voor hem werken. "Ik breng ze wel een verantwoordelijkheidsgevoel bij. Als ze niet komen opdagen, kom ik ze gewoon halen. Want we rekenen wel op ze."

Het team van De Wasstraat.

Zelfs de gemeente doet nu mee

Zijn aanpak blijkt zo’n succes dat bijna geen werknemer meer bij hem weg wil. "Maar dat betekent wel dat je op een gegeven moment vol zit." Daarom is Martin bezig met het opzetten van een werkcarrousel onder de toepasselijke naam Matz Socials. "Hoe mooi zou het zijn als je op een gegeven moment gewoon tien partijen hebt om mee samen te werken waar je deze mensen kunt gaan plaatsen en begeleiden. Dat is mijn ideaalplaatje."

Ook de gemeente heeft oren naar zijn plannen. "Momenteel ben ik in gesprek met de wethouder van Deventer en van Zutphen. Ook met de directeur van de sociale werkplaats. Zij willen graag plaatsnemen binnen het nieuwe bedrijf."

Inmiddels hebben zich nog tien bedrijven gemeld die willen meedoen. "Deze bedrijven gaan wij begeleiden in het proces, waarbij we werknemers duurzaam gaan plaatsen en het slagingspercentage omhoog kan."

Een opleidingsinstituut

Dat werknemers vaak ziek zijn en te laat komen, weten de bedrijven. Maar ze hebben allemaal een overeenkomst getekend waarin staat dat zij deze mensen toch een kans willen geven om zich te ontwikkelen, en om basisvaardigheden van het werk bij te brengen. Na een half jaar kijken bedrijf en werknemers of werknemers bij het bedrijf willen blijven, of het werk gebruiken als springplank naar ander werk.

Daarmee creëert Martin een soort opvoedingsinstituut. "Het is een soort stage, alleen wel in een werksituatie. Het is geen sociale werkplaats, want ze hebben zo wel het gevoel dat ze onderdeel van de maatschappij zijn."

Alleen maar voordelen

Essentieel hierin is de begeleiding van de werkgever in kwestie. Daarvoor wil Martin een handboek maken waarin alle regels omtrent het aannemen van mensen met een verminderd arbeidsvermogen staan opgenomen. Zo komen deze mensen in het 'doelgroepenregister', waarin mensen met een arbeidsbeperking centraal worden geregistreerd. Dit levert een reeks aan voordelen op voor een werkgever. 

Als werkgever kun je bijvoorbeeld een loonwaardemeting doen bij mensen uit deze doelgroep. Wanneer iemand gedeeltelijk minder functioneert, krijg je daarvoor een vergoeding van het UWV. Daarnaast mag je allerlei externe hulp inschakelen waardoor iemand beter zal functioneren. Bovendien heeft iedereen in het doelgroepregister recht op een no-risk polis, zodat werkgevers honderd procent van het salaris vergoed krijgen bij uitval door ziekte. 

"Dit zijn enkele voorbeelden waardoor een werknemer rustig kan instromen. Zonder dat daar druk op staat bij de werkgever." En zo kan hij nog wel een paar voorbeelden noemen. "Buiten het feit dat het natuurlijk gewoon fantastisch is om met deze mensen samen te werken."

Kwestie van investeren 

Toch zijn er nog genoeg barrières waar Martin tegenaan loopt. "Denai heeft volgens het UWV een loonwaarde van vijftig procent. Maar die jongen is eens per week ziek. Hij heeft PTSS, komt niet opdagen, is onvindbaar, hoort stemmen. Zijn contract loopt af, en ik kan dat niet verlengen. Niet omdat hij niet wil werken, maar omdat hij zijn loonwaarde niet waard is. 

"Maar als Denai bij mij niet kan werken, kan hij helemaal nergens werken. Hij valt straks overal buiten, omdat het UWV zegt dat hij wél loonwaardig is. Dit soort regels binnen de bureaucratie zorgen ervoor dat we die problemen ook zelf gaan creëren."

Daardoor dreigen mensen zoals Denai, die extra aandacht nodig hebben, buiten de boot te vallen volgens Martin. "Maar als je investeert, kun je iemand stabiliseren, waardoor je geen uitval meer hebt. Van daaruit kun je naar betaald werk. Nu wordt zo iemand jarenlang binnenboord gehouden. Reken maar uit wat dat kost met acht instanties."

Kijk voor alle afleveringen van De Wasstraat, over een wasstraat waar mensen werken met een afstand tot de arbeidsmarkt, op de speciale programmapagina.