Er is iets mis met de manier waarop de Nederlandse arbeidsmarkt werkt, vindt hoogleraar Ton Wilthagen. Volgens hem is er niet veel ruimte tussen bijstand en burn-out. We spraken hem over wat dit betekent voor mensen met een zogenaamde 'afstand tot de arbeidsmarkt' en waarom het belangrijk is dat iedereen wél mee kan doen.

In de eerste aflevering van De Wasstraat zegt medewerker Vincent: "Iedereen heeft een beperking." Hoogleraar Arbeidsmarkt Ton Wilthagen is dat met hem eens: "Iedereen heeft in feite een bepaalde afstand. Ik heb ook gewoon beperkingen. Een aantal dingen kan ik heel goed en daarom ben ik hoogleraar, maar van een aantal dingen kan ik helemaal niks van."

De term 'afstand tot de arbeidsmarkt' kan je volgens Wilthagen daarom niet klakkeloos hanteren. Toch zijn er in Nederland 1,4 miljoen mensen die in principe wel kunnen en willen werken, maar die geen toegang hebben tot zinvolle en betaalde arbeid. Volgens Wilthagen hebben we net zo goed als een energietransitie, een transitie van de arbeidsmarkt nodig.

Wat betekent het om een 'afstand tot de arbeidsmarkt' te hebben?

"Die term is in Nederland in zwang geraakt, maar het is niet een term die je klakkeloos moet hanteren. Want je kan ook aan de andere kant beginnen en zeggen dat de arbeidsmarkt behoorlijk wat afstand heeft tot de mensen. Je zou het zo kunnen omschrijven: mensen met een beperking zijn alle mensen die op dit moment geen toegang hebben tot zinvolle en betaalde arbeid. Terwijl ze dat wel zouden willen en kunnen.

In het VN-verdrag voor de rechten van de mensen met een handicap staat dat we iedereen toegang moeten bieden tot de arbeidsmarkt. Los van beperkingen of afstand of herkomst of wat dan ook. Voor mij is het uitgangspunt dat participatie en arbeid dermate van belang zijn dat je ervoor moet zorgen dat iedereen zijn talent kan inzetten en ontwikkelen. Daarom ben ik een van de initiatiefnemers geweest voor Kansrijk Nederland, een initiatief dat pleit voor een transitie van de arbeidsmarkt."

Waarom is het belangrijk dat iedereen meedoet op de arbeidsmarkt?

"Arbeid wordt vaak heel nauw gewaardeerd, maar mijn werk is erop gericht om die brede waarde en waardering van arbeid tot uiting te brengen. In de enge waardering is arbeid productiviteit, arbeidsinzet, loon dat je daarvoor krijgt en het besparen op uitkeringen. En in de brede definitie is arbeid de manier om te participeren, de manier om te ontwikkelen.

Mensen die werken zijn aantoonbaar gelukkiger, hebben een betere gezondheid, hoeven minder vaak naar de huisarts. De kinderen van mensen die wel werken hebben een betere toekomst dan de kinderen van mensen die structureel bijstandsafhankelijk zijn. Je bouwt sociaal kapitaal op, je bouwt een netwerk op, je hebt collega’s dus je hebt sociale steun. Je ontwikkelt menselijk kapitaal, je kunt je talenten breder inzetten.

Als je dat allemaal uitschrijft, dan is arbeid een enorm waardevol goed. Toch is het voor heel wat mensen weinig toegankelijk. Iedereen, dus ook mensen met een beperking of een afstand, mensen die buiten de arbeidsmarkt staan, hebben enorm veel baat bij die participatie in betaalde en zinvolle arbeid."

De hoofdpersonen uit de serie De Wasstraat.

''Als je het VN-verdrag leest, dan zie je dat arbeid een mensenrecht is. En in de Nederlandse grondwet staat dat de zorg voor volledige werkgelegenheid de verantwoordelijkheid is van de overheid. En dat je de toegang tot arbeid ook moet bevorderen. Dus er is een recht op arbeid, maar ik kan daarmee niet naar het UWV en zeggen: ‘Ik heb een recht op arbeid dus wanneer kan ik beginnen?’ Dus dat recht is dan vrij abstract, maar juridisch en in die verdragen is het onomstotelijk en staat het overal vast."

Hoe komt het dat veel mensen geen plek vinden op de arbeidsmarkt?

"Het is opvallend dat Nederland het behoorlijk slecht doet als het gaat over het bieden van arbeid aan de mensen over wie we het hebben. We zien onszelf graag als sociaal vooruitstrevend land, maar we doen het aanzienlijk slechter dan veel andere landen in Europa.

Nederland is heel erg efficiency-verslaafd. Dat is op zich goed, want daardoor werken we ook sneller of goedkoper. Maar op het moment dat je zo nauw op efficiëntie stuurt, dan heb je heel weinig rek om mensen op te nemen die niet in dat 'if you can’t stand the heat, get out of the kitchen'-plaatje passen. Efficiëntie betekent dat je heel weinig armslag hebt.

Het probleem voor bedrijven en voor sociale ondernemingen is dat je eigenlijk nog steeds moet bewegen in die smalle boekhoudkundige kijk. Er is nog steeds geen systeem van all-countability, dat je alle kosten en baten van werk meetelt. Niet alleen loonproductiviteit en uitkeringenbesparingen, maar ook de bredere kosten. De sociale ondermers zie je vaak heel erg kantje-boord werken omdat ze uiteindelijk het klassieke bedrijfseconomische model moeten hanteren. En voordat je het weet komen ze in de problemen terwijl ze juist heel sociaal zijn en mensen een kans geven.

Daarnaast is het probleem in Nederland systemisch van aard. Onverstandig beleid heeft het moeilijker gemaakt voor sommigen om mee te doen op de arbeidsmarkt. Bijvoorbeeld het per direct sluiten van de sociale werkvoorzieningen (wat gebeurde onder Rutte-II in 2015, red.) als onderdeel van de Participatiewet, dat is wat mij betreft illusiepolitiek. En bedrijven twee jaar lang het loon van zieke werknemers laten doorbetalen – iets wat nergens ter wereld verder voor komt – werkt letterlijk uitsluiting in de hand." 

"In 1919 kwam de Internationale Arbeidsorganisatie met een leus: labour is not a commodity; arbeid is geen handelswaar. Ik denk dat dat nog steeds waar is. Alleen in de praktijk, zeker in Nederland, met de flexmarkt, is arbeid absoluut handelswaar geworden. En de mensen waar we het over hebben, komen niet in aanmerking. Ze worden niet als lucratief handelswaar gezien, om dat maar heel overdreven te zeggen.

Het is niet dat er niks gebeurt, maar je hebt eigenlijk maar één smalle rijbaan naar dat reguliere werk omdat verder alles afgezet wordt. De rijbaan sociale werkvoorziening is afgesloten, Melkertbanen afgeschaft, dus je zult meer rijbanen moet ontwikkelen, meer mogelijkheden om meer mensen in de volle breedte betaalde en zinvolle arbeid te geven. Nu hebben we een hele smalle route, waarbij weinig ruimte is voor mensen die meer zorg nodig hebben. Voor weinig mensen is die route geschikt."

Je maakt je hard voor een transitie van de arbeidsmarkt, wat is er nodig?

"Nederland heeft tussen bijstand en burn-out niet veel ruimte over, helemaal nu die sociale werkvoorziening afgesloten is. Ik denk dat het de opgave is om die tussenruimte productief te maken door zinvolle en betaalde arbeid.

Het probleem is niet eens dat er te weinig werk is, want het werk ligt op straat. In Nederland zeggen we tegen bedrijven: 'Je moet mensen aannemen, punt. Je krijgt wel loonkostensubsidie, maar anders krijg je een boete.' Andere landen hebben vaak andere collectiviteiten om mensen op die manier aan het werk te helpen.

Eén van die manieren is een coöperatie. Dat werkt goed, laat bijvoorbeeld Italië zien. Als iemand via coöperaties werkt is die in dienst bij de coöperatie en werkt hij of zij vanuit de coöperatie elders. Daarmee kun je de werkgever ontzorgen en de risico's afwenden. En Finland laat zien dat die bredere waarden van werk veel meer wordt ingezien in het hele systeem. Brede waarden zijn bijvoorbeeld de positieve effecten voor de maatschappij, in plaats van alleen winst en efficiency. Zo ver zijn wij nog niet, maar ik hoop dat we met het volgende kabinet wordt ingezet op een arbeidsmarkttransitie.

Je moet oog hebben voor het systemische, dit is niet iets dat je met één maatregel of campagne oplost. Het interesseert me mateloos hoe we het kunnen oplossen. Dat klinkt misschien utopisch en idealistisch, maar ik denk dat we heel goed moeten gaan kijken naar wat de route naar vooruitgang is. De mensen die het betreft hebben recht op deze vorm van respect en inclusie."

Kijk voor alle afleveringen van De Wasstraat, over een wasstraat waar mensen werken met een afstand tot de arbeidsmarkt, op de speciale programmapagina.