Op een winterse dag trekt journalist Addie Schulte met andere vrijwilligers het bos in om bomen te oogsten. Stuk voor stuk trekken ze zaailingen de grond uit, om ze elders een nieuwe toekomst te geven. Een kleine stap in de richting van de één biljoen bomen die er wereldwijd bij moeten komen.

Er ligt sneeuw op de velden in het Amsterdamse Bos. Het is iets boven nul. In het Schinkelbos, een uitloper van het Amsterdamse Bos, staat een groepje mensen rond een druk pratende man. Er staan ook een paar kruiwagens, een stuk of tien gele schoppen en een auto met een grote aanhanger erachter.

Onder de vrijwilligers die zich bij een vlag van meerbomen.nu verzamelen is een stel met bonte hippiekleren, een vrouw met rode wangen, mannen met grijs haar (ik ben niet alleen), en wat studenten. Degelijke schoenen zijn een vereiste, regenkleding moest je ook meenemen, zo was de instructie. Dit is de eerste keer dat ik bomen ga oogsten. Zaailingen eigenlijk: ze zijn tussen kniehoogte en menslengte. Sommige zijn spichtige sprieten met een paar zijtakjes die snel uit de grond te halen zijn. Andere zijn al stevig ontwikkeld met een sterk wortelstelsel. Ze geven niet mee, houden zich vast aan de zompige klei van het Schinkelbos.

Ze hebben hier geen toekomst: het zijn er te veel. Ze staan te dicht op elkaar. Te dicht bij grotere en kleinere soortgenoten die met hen concurreren om voedsel en zonlicht. Te dicht bij het pad waar mensen lopen en fietsen. Ze kunnen weg. Er is een andere plek voor ze. Bij boeren die hagen rond hun velden willen aanleggen. Bij grootgrondbezitters die bomen willen aanplanten. Rond voedselbossen in aanleg die beschutting nodig hebben. In tiny forests, die stadsbewoners een bosje in de buurt bieden. En in gebieden waar echt bos aangelegd kan worden.

Vrijwilligers van meerbomen.nu en een aantal geoogste bomen.

Goedkope CO2-opslag

Waarom ga je in de kou dit zware werk doen? Simpel: omdat zaailingen alleen in de winter geoogst kunnen worden. Dan zijn de sapstromen tot stilstand gekomen en kunnen ze verplant worden. En uiteraard omdat bomen zo gewenst zijn. Ze produceren zuurstof, werpen schaduw, houden water vast en bieden onderdak en voedsel aan vogels, zoogdieren, insecten en nog veel kleinere organismes. Een dode boom die met rust wordt gelaten, rot weg, als voedingsstof voor schimmels, planten en een volgende generatie bomen.

En dan hebben bomen nog een eigenschap die vroeger niet zo opvallend was, maar nu des te meer: bomen slaan CO2 op. En daarvan is zoals bekend te veel beschikbaar. Het is een goed idee om CO2 uit de atmosfeer te halen en op te slaan in een uiterste poging de temperatuur niet te ver op te laten lopen. Daarom wordt gewerkt aan allerlei innovatieve technieken om dat overschot aan CO2 op te vangen en weg te stoppen: onder de zee, in zoutkoepels of in mineralen. Maar de CO2-opslag door bomen bestaat al, is de goedkoopste manier en iedereen kan eraan meehelpen. Dat zei bijvoorbeeld hoogleraar Tom Crowther in The Guardian.

Meer bomen

Dat iedereen kan meehelpen wordt gedemonstreerd door meerbomen.nu. De oudste vrijwilliger die ik het afgelopen jaar zag was een vrouw van misschien tachtig jaar oud. De jongsten waren een paar kinderen van een jaar of acht, die alles heel spannend vonden. Een bos waar je van de paden af mag en aan bomen mag rukken! Ruim een jaar geleden begon de actie van meerbomen.nu om zaailingen te oogsten en een betere plek te geven. Eén miljoen bomen erbij is het doel voor het seizoen 2021/2022. Er zijn meer dan genoeg aanvragen.

Meerbomen.nu is maar een van de vele initiatieven om ja, meer bomen te planten. De Nederlandse overheid wil de komende tien jaar 185 miljoen bomen laten planten, om het beperkte bosgebied hier uit te breiden. De EU wil drie miljard bomen extra in 2030. Er zijn diverse initiatieven om wereldwijd binnen enkele decennia één biljoen (duizend miljard) bomen te planten.

Die één biljoen komt niet helemaal uit de lucht vallen. De eerdergenoemde Crowther berekende dat voor de mens aan de landbouw begon, er ongeveer zes biljoen bomen op aarde stonden. Bijna de helft van die bomen is verdwenen. Maar volgens zijn berekeningen is er nu plaats voor één biljoen extra bomen, zonder landbouwgrond of menselijk woongebied op te offeren. Die één miljoen bomen waar de vrijwilligers in Nederlandse parken en bossen dit jaar voor zwoegen, zijn dus een takje in een enorm woud.

Aflaat van de klimaatcrisis

Bomen lijken intussen wel de oplossing voor van alles en nog wat. Een stukje vliegen? Doneer een paar euro voor bomen en alles is in orde. Een paar oude bomen kappen? Plant een paar sprietjes en dat is dan de wettelijk verplichte compensatie. Ben je een groot fossiel bedrijf en wil je iets aan je imago doen? Plant een boom. Shell Nederland laat voor iedere nieuwe werknemer een boom planten in Oeganda, die ook nog op afstand te volgen is. Op de laatste klimaattop werden weer grote beloften gedaan om ontbossing tegen te gaan en herbebossing te bevorderen.

Dat klinkt goed, maar bossen en bomen dreigen de aflaat van de klimaatcrisis te worden. Laat een boom planten en al uw zonden worden vergeven. En zomaar bomen planten is ook niet alles. Grote gebieden vol zetten met een of een paar boomsoorten werkt meestal niet goed. Een plantage is geen bos. Er moet oog zijn voor de omgeving. Wat gaan mensen doen met de bomen? Er zijn zat voorstanders van het planten van bomen die vooral denken aan de opbrengst als die mooie stammetjes gekapt gaan worden. Ook moet er oog zijn voor de traagheid van bomen. Het kan vijftig tot honderd jaar duren voor een bos maximaal CO2 heeft opgeslagen.

Redders van het klimaat

Al die bedenkingen weerhouden ons niet. We gaan door in het bos. We leggen de meidoorn bij de meidoorn, de zwarte elzen bij elkaar, de berken, de rode kornoelje en alle andere soorten. Het is een steile leercurve om ze te onderscheiden als er bijna geen blaadjes meer aan zitten. Om de bundels van twintig of soms vijftig zaailingen gaat een touwtje, er wordt een label aan gehangen en deze redders van het klimaat zijn klaar om getransporteerd te worden.

Op een dag kun je met tien mensen tussen de vijfhonderd en een paar duizend bomen oogsten. De eerste resultaten wijzen erop dat tachtig procent overleeft en dat is geen slechte score. Of ze er over tien, twintig of dertig jaar nog staan, dat weten we uiteraard niet. Maar de sterkste bomen kunnen de oogsters en de planters overleven. En wie weet waar ze dan goed voor zijn.