Als land en samenleving zijn we mede gevormd door ons koloniaal verleden. Hoe gaan we daarmee om? HUMAN sprak met theatermaker Ira Kip over inclusief herdenken en de lange weg van bewustwording die Nederland nog te gaan heeft. Ook raadt ze het boek Wit Huiswerk aan, dat je kunt winnen via onze Vriendenactie.

We spreken Ira Kip in een café in de Pijp in Amsterdam. Het is een geluk dat dit gesprek fysiek kan: niet alleen omdat de versoepelingen van de coronamaatregelen net pas zijn ingegaan, maar vooral omdat Kip nog in Nederland is. Ze verdeelt haar tijd namelijk tussen haar leven in New York, waar ze inmiddels al veertien jaar woont, en Amsterdam, waar ze sinds een paar jaar weer een appartement heeft.

We hebben het over het verschil tussen de Verenigde Staten en Nederland in hoe erover racisme en het koloniaal verleden wordt gesproken en gedacht. Kip, met een kop thee voor zich waarvan ze uiteindelijk maar twee slokken drinkt, omdat ze zoveel te zeggen had: "De context waarin ik me beweeg, is in beide landen anders."

Theatermaker Ira Kip.

Hoe bedoel je dat?

"Voor mijn gevoel zijn ze in de VS een paar stappen verder in het denken over racisme en het koloniaal verleden, in ieder geval in mijn bubbel in New York. In Amerika is Juneteenth bijvoorbeeld sinds kort erkend als nationale dag om de afschaffing van de slavernij te vieren. In Nederland voeren we nog discussie over of 1 juli een nationale feestdag moet worden.

In Amsterdam moesten ze eerst gaan onderzoeken of daadwerkelijk geld was verdiend aan de plantages door de eigenaren van de grachtenpanden. Dat vind ik typisch. Voordat het erkend wordt, moet alles eerst worden bevraagd. Terwijl ik denk: de geschiedenis spreekt voor zich."

Waar komt dat verschil tussen Nederland en de VS vandaan?  

"Dit heeft te maken met de verschillen in de geschiedenis. De generatie van mijn ouders is vanuit de Cariben naar Nederland toegekomen voor een betere toekomst. Zij hebben altijd geleerd om het niet over slavernij en racisme te hebben. Pas je gewoon aan, gedraag je, wees niet te luid.  

Terwijl in Amerika de slavernij heeft plaatsgevonden. De voorouders van zwarte mensen komen direct van de katoenplantages af, van hetzelfde land. Dus de mensen die daar ongelijkheid ervaren, hebben zoiets van: ‘Hallo, dit is mijn land.’ Dat is een heel ander vertrekpunt."

Drie jaar geleden ben je weer (deels) terug naar Nederland gekomen. Waarom?

"Voornamelijk voor mijn werk. Ik werd gevraagd om hier een voorstelling te ontwikkelen. En ik heb altijd de ambitie gehad om niet alleen in Amerika te werken, maar me te blijven verbreden op andere plekken."

Bevalt het om weer hier te zijn?

"Dat vind ik een lastige. In de Nederlandse culturele sector voel ik me best vaak geremd. Hier is diversiteit en inclusiviteit echt een actuele trend en daardoor kijken mensen ook met die blik naar mijn werk. Waar dat in New York veel minder aan de hand is. In Nederland zitten we nog in een proces waar ik mezelf niet in herken. En dat is soms eenzaam. 

Maar ergens heb ik wel het idee dat ik hier meer kan betekenen. Lang heb ik een bepaalde afstand genomen van het gesprek over racisme, omdat ik ongeduldig was. Maar ik ben me gaan realiseren dat ik misschien wel iets in beweging kan brengen en dat er ruimte voor me gecreëerd wordt. Ik voel dat de culturele sector mijn perspectief belangrijk vindt. Dus nu neem ik minder afstand van dat gesprek, al blijf ik selectief aan welke discussies ik deelneem."

Voor de viering van Keti Koti heb je in Nederland ook veel betekend. Vorig jaar zijn dankzij jouw initiatief op 1 juli vierduizend gratis maaltijden uitgedeeld. Hoe ben je op dat idee gekomen?

"Ik was geïnspireerd door de Vrijheidsmaaltijdsoep die gratis werd uitgedeeld op Bevrijdingsdag. Ik kende Joris Bijdendijk van het Rijks Restaurant, dus ik belde hem op en zei: ‘Tof die gratis soep die jullie uitdelen. Wat gaan jullie op 1 juli doen?’

Dat was een beetje bedoeld als grap, maar Joris nam het serieus en zo zijn we erover na gaan denken. Ik wist wel dat geen enkele Surinamer bruine bonensoep uit blik zou willen eten, dus we wilden iets anders uitdelen. En toen kwamen we met ons team op het idee om heri heri te maken."

Het gerecht heri heri, zoals het op 1 juli wordt uitgedeeld.

Wat is dat voor gerecht?

"Heri heri is een maaltijd die de tot slaaf gemaakte mensen te eten kregen. Nu is het een delicatesse, maar vroeger waren het gewoon de resten uit de keuken van een slavenmeester op de plantages, zoals zoete aardappelen, cassave en banaan. Af en toe kreeg je daar nog vis bij. Het was niet per se gezond, maar de koolhydraten vulden je buik, waardoor je er vol van zat.

Het gerecht heeft een symbolische betekenis. Door het gratis uit te delen tijdens Keti Koti kunnen we het verhaal van de slavernij op een bijzondere manier vertellen. En je krijgt bij je maaltijd ook een boekje waarin het verhaal van heri heri staat uitgelegd en wordt verteld over de geschiedenis en de afschaffing van de slavernij."

Vierduizend gratis maaltijden klinkt als een grote kostenpost. Hoe financieren jullie dat?

"Dit jaar delen we er zelfs zeventienduizend uit, want Rotterdam, Almere, Leeuwarden, Den Haag en Tilburg doen nu ook mee. De maaltijden worden grotendeels vrijwillig gemaakt; we hebben namelijk lang niet genoeg geld om bijvoorbeeld de chefs voor hun uren te betalen.

Voor mij laat dat zien dat we in Nederland nog een lange weg te gaan hebben. Iedereen heeft geleerd dat Bevrijdingsdag belangrijk is en dat vieren we ook met z’n allen. Maar waarom wordt 1 juli 1863, de dag waarop Nederland de slavernij in zijn Westerse koloniën afschafte, niet herdacht? De regering lijkt dat niet echt belangrijk te vinden en dat is denk ik een reflectie van velen in deze maatschappij."

Een poster van de gratis heri heri die op 1 juli worden uitgedeeld.

Vind je dat Keti Koti een nationale feestdag moet worden?

"Ja, ik vind van wel. Maar het gaat me om meer dan dat het alleen een vrije dag wordt. Het gaat mij erom dat we erkennen wat er is gebeurd, dat Nederland excuses maakt en dat we dit verleden serieus gaan nemen. Er wordt nu ook een brief opgesteld aan de regering met de boodschap: hoe kunnen we inclusiever gaan herdenken? 4 en 5 mei gaat ons allemaal aan, maar 1 juli ook.

Aansluitend bij het inclusiever herdenken hebben we er dit jaar ook voor gekozen om 1 juli niet alleen Keti Koti te noemen. Dat is namelijk de Surinaamse naam voor deze dag, maar het verhaal van 1863 is groter dan alleen de afschaffing van de slavernij in Suriname.  We noemen het daarom nu ook Emancipation day, zoals deze dag op Sint Maarten heet, en Dia di lucha libertat, wat ‘strijden voor de vrijheid’ betekent in het Papiaments."

Tot slot: je raadt het boek Wit Huiswerk aan. Er zijn veel boeken over inclusiviteit, racisme en discriminatie die je had kunnen tippen. Waarom heb je gekozen voor dit boek?

"Wat ik zo goed vind aan dit boek, is dat het een bundeling is van verschillende stemmen. Juist bij thema’s als witheid of racisme is het belangrijk om meerdere verhalen te vertellen.

Maar voor mij zit de belangrijkste les niet letterlijk in dit boek. Die les is dat er nu tools zijn om meer over inclusiviteit en racisme te weten te komen. Er zijn boeken, podcasts, Instagramaccounts waarmee je over deze thema’s kunt leren. Welke taal je kunt gebruiken in gesprekken over racisme of hoe je met moeilijke conversaties om moet gaan. En dat moet je zelf doen. Je kan als witte persoon alles leren over zwarte cultuur, maar als je niks weet over jezelf en welke privileges je in deze samenleving hebt door je huidskleur, dan heb je huiswerk te doen. En de mogelijkheden om dat huiswerk te doen, die zijn er nu volop."

Win een exemplaar van Wit Huiswerk

Onder vrienden van HUMAN verloten we vijf exemplaren van Wit Huiswerk. Check de winactie hier. Reageer vóór 29 juli 2021 om kans te maken!