Mensenrechten laten gelden voor alle mensen. 73 jaar na het aannemen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens door de VN blijft deze ambitie voor veel mensen nog een verre droom, in plaats van een realiteit. Volgens Eduard Nazarski, oud-directeur van Amnesty International Nederland, moeten we veel meer doen om de menselijke waardigheid te beschermen.

Hoe is het om in Bangladesh te leven, wetende dat je over twintig jaar tot je knieën in het water staat als we niets tegen klimaatverandering doen? Hoe is het om als Rohingya in Myanmar vervolgd te worden door het militaire bewind? En hoe is het om onschuldig in een gevangenis te zitten in Nigeria?  

Rechtvaardigheid. Gelijkheid. Menselijke waardigheid. Het zijn zaken waar Eduard Nazarski zich al veertig jaar lang hard voor maakt. Hij trekt zich het lot aan van de mensen die beledigd en vernederd worden. “De Israëlische filosoof Margalit zei in zijn boek: 'Een fatsoenlijke samenleving is een samenleving die de zwakken niet vernedert.' In mijn vluchtelingenwerk zie ik hoe mensen in een uitzonderingspositie geplaatst worden en vervolgens op allerlei manieren beledigd, vernederd en fysiek bedreigd worden. Dat is een rode draad geworden in mijn werk, om iets te doen tegen onrecht.”

Tekst loopt door onder kader

Eduard Nazarski is geboren in 1953 in Limburg. Hij is werkzaam geweest bij het Landelijk Steunpunt Vrijwilligerswerk en zestien jaar lang bij VluchtelingenWerk Nederland, waarvan de laatste zes jaar als directeur. Van 2006 tot 2019 is hij directeur geweest van Amnesty International Nederland. Momenteel is hij voorzitter van de Raad van Toezicht van vredesorganisatie PAX.

Eduard Nazarski

De Dag van de Mensenrechten

10 december staat in het teken van mensenrechten. “Het is de dag dat de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens  plechtig ondertekend werd in Parijs, in 1948. In deze verklaring staat dat alle mensen gelijk en vrij in waardigheid aan de rechten worden geboren,” zegt Nazarski. “Mensen zijn niet allemaal gelijk, maar wel gelijkwaardig. Elk persoon heeft gelijke rechten omdat ze mens zijn, ongeacht hun geslacht, geloof, etnische afkomst of politieke overtuiging.”

Er is geen hiërarchie, alle mensenrechten zijn belangrijk om de menselijke waardigheid te waarborgen.

"Na de Universele Verklaring werden veel internationale verdragen gesloten, waarin mensenrechten preciezer zijn omschreven en waarin staat welke verplichtingen staten hebben,” zegt Nazarski. Maar ook al gelden nu tal van mensenrechtenverdragen, er zijn aanvullende maatregelen nodig om de mensenrechten van iedereen te beschermen. “Overheden moeten zorgen dat alle mensenrechten voor iedereen in de praktijk werkelijkheid worden en mensen zelf moeten anderen in hun vrijheid laten. Via internationaal toezicht door speciale comités of gerechtshoven wordt duidelijk wat de afspraken precies betekenen.”

Mensenrechten onder druk

Ondanks de grote ambities en beloftes van de internationale afspraken vinden dagelijks vele mensenrechtenschendingen over de hele wereld plaats, vertelt Nazarski. “Vandaag de dag ligt de democratie en de rechtstaat onder vuur. In vergelijking tot vijftien jaar geleden zijn meerdere autoritaire regimes opgedoemd. Niet alleen China of Rusland zijn voorbeelden van repressieve regimes. Ook in Europa staan mensenrechten onder druk. Kijk maar naar Turkije, Hongarije en Polen,” zegt Nazarski.

Over die trend is Nazarski uiterst bezorgd. “In de autoritaire regimes wordt de onafhankelijke maatschappelijke ruimte ingekrompen door wetgeving, intimidatie en manipulatie van de bevolking. De regimes ontwerpen en gebruiken wetten om de vrijheden van burgers, advocaten, journalisten en kunstenaars aan banden te leggen. Ze maken mensenrechtenverdedigers verdacht.”

Al eerder schreef Nazarski in een column dat we meer en meer zien dat “mensenrechten onder druk staan en we geconfronteerd worden met de taal van verdeeldheid, uitsluiting, angst en zelfs haat.” Volgens Nazarski lijkt het soms “of onze samenleving daar enigszins aan went, dat het de norm wordt, maar het is niet ‘normaal’ dat mensen uitgesloten worden, dat mensenrechten opzijgezet worden als dat even beter uitkomt. Dat de democratische rechtsstaat die wij hier opgebouwd hebben en waar we zo enorm veel baat bij hebben, aangetast wordt,” schrijft Nazarski.

“Misschien is die rechtsstaat, en onze vrijheid, zo vanzelfsprekend dat we het belang ervan niet altijd meer zien, dat we ook niet altijd de verantwoordelijkheid nemen die democratische rechtsstaat te koesteren en uit te bouwen. Maar die verantwoordelijkheid moeten we wel degelijk op ons nemen.” Nazarski sluit daarom af met een oproep: “Wie niet wil dat Nederland ook die kant uit gaat, moet van zich laten horen. In gesprekken, in de mensenrechtendialoog, op sociale media, in het debat en ook in het stemhokje. Kies voor mensenrechten. Want die zijn niet vanzelfsprekend.”

Vernedering en onrechtvaardigheid

Nazarski maakt zich ook sterk voor de bescherming van de rechten van vluchtelingen. “Als je kijkt naar wat er gebeurt rond vluchtelingen in Europa, dat is ronduit vreselijk. De wreedheden zijn nauwelijks voorstelbaar,” zegt Nazarski. “Mensen verdrinken tussen Engeland en Frankrijk. In Libië zijn dit jaar alleen al 30.000 mensen teruggestuurd die dagenlang in een klein bootje hebben rondgedobberd op de Middellandse Zee,” zegt Nazarski. “Mensen worden verhandeld en verkocht. Ze maken een ultieme vernedering mee, angst, wanhoop en zelfs de dood. Daarmee blijft de Universele Verklaring ruim zeventig jaar na ondertekening voor veel mensen nog een verre droom, in plaats van een realiteit.”

Eduard Nazarski bracht bezoeken aan onder meer Lampedusa, Lesbos en Macedonië.  Eén van de reizen die Nazarski het meest bijstaat, is die naar Samos in februari 2019. Het vluchtelingenkamp was bedoeld voor 650 of 700 mensen. Er zaten er bijna 4.000. De omstandigheden waren afschuwelijk, vertelt Nazarski. “Velen mensen zaten buiten het kamp, zonder elektriciteit, water, wc’s en douche. Buiten het kamp wordt vuilnis niet opgehaald. Dus zijn er ratten en slangen. En stinkt het enorm. 250 alleenstaande minderjarigen. In barakken waar ik mijn kinderen nog geen half uur in zou willen laten. Geen school. Geen begeleiding.”

"Het is om gek van te worden. Ik heb groot respect voor de mannen en vrouwen die in die mensonwaardige omstandigheden toch nog iets van menselijke waardigheid overeind weten te houden. Maar ik ben ook van slag. Ik weet niet of ik nu woest ben of verbijsterd,” schrijft Nazarski op zijn Facebookpagina, tijdens de vlucht terug vanuit Samos.

Onverschilligheid

De betrokkenheid van veel mensen is groot. Maar tegelijkertijd constateert Nazarski een enorme onverschilligheid. “Europese staten zijn extreem terughoudend in het verlenen van visa en asiel,” zegt Nazarski. “Ook wij als Nederland reiken veel te weinig mensen de hand. Het beleid is gegaan van sober naar streng, van streng naar afschrikwekkend en tot slot naar zo afschrikwekkend mogelijk.

“Bij de komst van gastarbeiders in de jaren vijftig en zestig ging de overheid ervan uit dat mensen wel terug zouden gaan. Dus regelde de overheid niets voor hun integratie. Dat bleek een verkeerde aanname te zijn," zegt Nazarski. "Een tweede ontwikkeling betreft de problemen in terugkeer van mensen van wie het asielverzoek is afgewezen. Dat werd midden jaren negentig duidelijk en het probleem speelt nog steeds. Daarom was de regering er zeer op gericht asielzoekers vooral niet de illusie te laten krijgen dat ze hier konden blijven. Voorkomen moest worden dat ze zouden integreren, dus mochten ze bijvoorbeeld geen Nederlands leren.”

Sindsdien is ons integratiebeleid erop gericht om zo weinig mogelijk mensen binnen te laten komen, zegt Nazarski. “Ondanks de verschrikkingen die nu gebeuren in onder andere Calais, Griekenland en aan de Poolse grens.” De wachttijden bij de IND voor een visum stijgen sterk, stelt Nazarski. “Met als gevolg dat mensen jarenlang vastzitten in Nederland. Ze verhuizen van centrum naar centrum, leren geen Nederlands, mogen niet werken en krijgen niet de kans om een netwerk op te bouwen. Terwijl ze vervolgens wel aan de strenge eisen van de Nederlandse inburgeringswet moeten voldoen.”

‘Universe of obligation’

Het beginsel van de universe of obligation is interessant in verband met die heersende onverschilligheid. In zo'n universe heeft iedereen verantwoordelijkheid tegenover een ander, legt Nazarski uit. “Je voelt je allereerst verplicht aan je directe familie, vervolgens aan je vriendenkring. Uiteindelijk worden dit steeds wijdere cirkels en mondt dit gevoel van verantwoordelijkheid uit in mensen die het verst van je afstaan.”

Die universe of obligation is volgens Nazarski nu geen realiteit. “We leven in verschillende universums waar verschillende verantwoordelijkheden lijken te bestaan,” zegt Nazarski. “Hoe verder mensen van je afstaan, hoe minder je je verplicht voelt om iets voor hen te doen. De mate waarin we ons het lot van de ander aantrekken, hangt daarnaast af van ons vermogen tot empathie, ons eigenbelang en een gevoel van verwantschap of een gedeelde geschiedenis.”

We zijn allemaal vluchteling

Ondanks het gebrek aan een verantwoordelijkheidsgevoel voor iedereen zouden we volgens Nazarski toch veel meer moeten doen om mensen op de vlucht menswaardiger te laten leven. “Wij leven in dezelfde tijd. We zijn allemaal met elkaar verbonden. We zoeken allemaal veiligheid en geborgenheid. We zijn allemaal ‘gelukszoekers’ want wie wil er nou niet gelukkig zijn? Iedereen wil zijn toekomst op zijn eigen manier vormgeven. Vluchtelingen willen dat ook. Alleen als een overheid of andere groepen mensen dat onmogelijk maken, dan probeer je die geborgenheid ergens anders te zoeken.”

Voor organisaties als Vluchtelingenwerk Nederland, Amnesty International en PAX is het zaak die heersende onverschilligheid tegen te gaan. Om je eigen kring uit te breiden met mensen waartoe je geen plichtsgevoel hebt, stelt Nazarski. “Het gaat erom problemen zo te brengen dat mensen zich kunnen inleven in een onrechtvaardige situatie. Dat kunnen we alleen bereiken met persoonlijke verhalen.”

Nu wordt de vluchtelingenproblematiek vooral als iets onpersoonlijks afgeschilderd, stelt Nazarski.  “Het gaat niet over individuele mensen, maar over ’groepen’ of ‘stromen’ mensen die misbruik willen maken. Door dit woordgebruik anonimiseren en diskwalificeren we deze mensen. Wat het moeilijker maakt om je als buitenstaander in te leven in de situatie van vluchtelingen en dus verdwijnt de prikkel om hen te helpen.”

Wat moet en kan anders?

Eén van de grootste uitdagingen waar onze samenleving voor staat de komende jaren is dus manier waarop de samenleving met vluchtelingen omgaat, zegt Nazarski. “Je leest dat er geen oplossing is voor deze situatie. Maar die is er wel. Wij moeten alleen niet wegkijken. We moeten ons actief inzetten en ons inleven in mensen die in bijzonder onrechtvaardige situaties verkeren.”

“Als ik bijvoorbeeld alleen al kijk naar de Nederlandse bedragen die vrijgemaakt worden voor de coronacrisis, dat is een veelvoud van wat er op wereldschaal nodig zou zijn om vluchtelingen in naburige regio’s beter op te vangen. Dus het kan allemaal wél, maar het gebeurt niet. Terwijl vanuit het oogpunt van stabiliteit en veiligheid iedereen gebaat is bij deze hulp. Die ultieme vernedering in vluchtelingenkampen is namelijk een ideale voedingsbodem voor radicalisering.”

We moeten volgens Nazarski zorgen voor een fatsoenlijk asielbeleid. “De menselijke maat moet terug. Waarom gebruiken we een term als ‘opvangcentra’ en niet ontvangstcentra? Eén woord kan al zoveel verschil maken,” zegt Nazarski. “Daarnaast moet de IND beter gaan functioneren. Er moet een ander opvangsysteem komen met permanente centra, waarbij mensen wegwijs gemaakt worden in onze samenleving en beter kunnen doorstromen naar een vaste woon- en werkplaats. Veel vluchtelingen willen namelijk graag iets terug doen voor Nederland. Geef hen de kans daartoe.”

Het gevoel van machteloosheid en wanhoop sluipt soms langzaam bij Nazarski binnen, wetende dat mensen wegkijken en niks aan de problematiek doen. “Het is dan zaak om niet cynisch te worden, maar pragmatisch en relativerend te blijven,” erkent Nazarski. “Er is namelijk hoop voor de mensheid, want wreedheid is van alle tijden, maar verzet daartegen ook.” Daarom blijft Nazarski voor ogen houden welke dingen hij wél kan bereiken voor individuen wereldwijd. “Opgeven is geen optie, want als ik het niet meer doe, wie gaat het dan doen? Mijn werk is nooit af en de mensenrechten zullen ook nooit af zijn.”

Op de dag van de mensenrechten doet Amnesty International een grote schrijfactie – Write for Rights. Waarbij je kan schrijven aan mensen die in een onrechtvaardige situatie verkeren of aan overheden om actie te ondernemen. Meer informatie over die actie vind je hier.