24 jaar geleden ontvlucht Achmed* de genadeloze dictatuur in Noord-Irak. Ook tijdens zijn vlucht doorstaat hij veel ontberingen. Hij is één van de inmiddels miljoenen vluchtelingen uit Irak die zich gewaagd hebben aan de riskante route over de Middellandse Zee. Na al die jaren durft Achmed nu zijn verhaal te vertellen.

Jaren geleden vlucht Achmed* uit het door oorlog geteisterde Koerdistan via Turkije naar Europa. Het is een barre tocht, die hij grotendeels te voet aflegt. We zoeken Achmed thuis op, waar hij HUMAN ontvangt met grote glimlach. "Ik ben Achmed," zegt hij met vriendelijke stem en open blik. 

In de woonkamer nemen we plaats voor zijn boekenkast. Eentje waar hij jaren geleden enkel nog van kon dromen. Onderweg naar Europa - de tocht naar Nederland duurde maanden - slaapt hij gedwongen in de machinekamer van een veerboot en steekt hij een ijskoude rivier over in het holst van de nacht. Het is een tocht die hij nooit meer zal vergeten, en die symbool staat voor de ontberingen die veel vluchtelingen, net als Achmed, moeten doorstaan.

Een leven in oorlog

Achmed groeit op in Koerdistan, Noord-Irak, en komt uit een groot gezin. Een broer. Negen zussen. Van zijn zussen zijn er twee overleden. Zij vader werkte bij de politie, maar overleed aan verwondingen en vergiftiging in het ziekenhuis. Achmed is dan tien jaar.

Tijdens het hele leven van Achmed is in Irak al oorlog. Eerst met Iran, daarna door een conflict met Koeweit, tot uiteindelijk het regime van Saddam Hoessein aan de macht komt, dat vervolgens omver geworpen wordt. Het leven van Achmed speelt zich af in een ondemocratisch land. Zonder vrijheid. Buiten niet. Op school niet. Thuis niet. Over de politiek mag je niets zeggen. Alleen het geloof, de islam, biedt een gevoel van vrijheid.

Achmed gaat tot de derde klas naar school. Daarna moet hij in militaire dienst. Na drie jaar komt hij terug uit het leger. De supermarkt die zijn familie bezit, wordt afgepakt door het regime. Achmed probeert zijn leven op te bouwen en begint samen met zijn broer een hotel.

In dat hotel bieden ze onderdak aan Koerden uit Turkije, vertelt Achmed. Dat is verboden, want de Turkse Koerden hebben op dat moment oorlog met Koerden uit Noord-Irak. Achmed wordt hiervoor drie keer opgepakt en gevangengezet. Als Achmed daarover vertelt, stokt zijn adem. Over die verschrikkingen kan hij niet praten.

Hij neemt een slok van zijn thee en staart even uit het raam.

Nadat hij vrijkomt, weet hij één ding zeker. Hij moet daar weg. Het wordt te gevaarlijk. “Ik was bang dat ze me ’s avonds op straat zouden vermoorden. Ik verkocht de helft van het hotel aan mijn broer. Samen met mijn vrouw en zoon van acht maanden pakten we onze koffers. We vetrokken naar Turkije.”

Op de vlucht

In totaal verblijft het gezin zes maanden in Turkije. “Ook daar werd ik opgepakt, omdat ik niet over de juiste papieren beschikte.”

Eenmaal uit de Turkse cel, besluit hij zijn vlucht alleen voort te zetten. “Het was heel moeilijk om naar Europa te komen. We moesten met een klein bootje de overtocht maken, dat vond ik te gevaarlijk. Dus mijn vrouw ging terug, samen met mijn zoon.”

Achmed begint zijn lange reis vanuit Turkije te voet. “Ik kwam een gezin tegen. Een jonge man, zijn vrouw en hun twee kleine kinderen. We liepen samen verder. Onderweg moesten we een rivier oversteken. De kinderen konden niet zwemmen. Ik kocht daarom een kleine opblaasbare boot.”

Ze wagen de oversteek om 2 uur in de nacht. Het is ijskoud. “Ik pompte de boot op en zette de twee kleine kinderen erin. Ik duwde de boot in het water en sprong er zelf ook in. We hadden geen roeispanen dus ik zwom met de boot naar de overkant. De oever was zo hoog dat ik één kind er bijna niet op kreeg. Die viel in het koude stromende water. Uiteindelijk lukte het me ze beide op de kant te krijgen. Ik zwom terug met de boot en hielp de ouders naar de overkant. We bleven een tijdje daar zitten. Drijfnat. Uitgeput.”

’s Nachts lopen ze verder. Overdag is het te onveilig. “Na een lange tocht raakte de melk voor de kinderen op. De moeder wilde terug. ‘Anders gaat mijn kind dood,’ zei ze. Ik heb ze daarna nooit meer gezien.”

Vijf lange dagen verstrijken totdat Achmed in Saloniki aankomt. “In de verte zag ik een boerderij vlak aan het water. Eindelijk kon ik me afspoelen. Mijn kleren wassen.”

Een helse boottocht

Vanuit Athene wil Achmed de oversteek naar Italië maken. “Ik ontmoette een man die vervoer voor mij kon regelen. Ik moest hem alles geven wat ik had. 800 euro. Maar dat was nog niet genoeg. Hij wilde mijn gouden trouwring hebben. Ik keek ernaar en gaf ook die aan hem."

“De man vertelde me dat ik een halfuur in een kamer op de boot moest blijven wachten. Daarna zou ik een eigen kamer krijgen met eten, drinken en dekens.”

Maar dat blijkt één grote leugen te zijn. Als Achmed bij de torenhoge boot aankomt ziet hij het dek waar de auto’s de boot op rijden. “Daar moest ik heen. Een jongen wachtte me op. Hij was nog geen acht jaar oud. We zwegen beide. Ik liep achter hem aan. En keek niet meer om."

“We namen een aantal trappen naar beneden. Ik kwam uit in de ruimte onder de boot. Het stonk er. Overal loeiden de machines van de boot. Het was een immens kabaal. Een grote man stond voor een deur. Hij maakte me bang. Ze duwden mij een kleine donkere kamer in. Ik was niet de enige. De kamer zat vol met nog twaalf andere mensen."

“Wij zagen niks. Kregen geen eten. Geen drinken. Wij duwden heel hard op de deur. We schreeuwden. Maar niemand hoorde ons. Niemand kwam ons halen.”

Meer dan twaalf uur verstrijkt totdat de deur weer opengaat. “Vanaf toen ging alles heel snel. We moesten de trap op rennen. En een touw doorsnijden dat de deur van de boot zou openen. Maar het mes dat we in ons hand gedrukt hadden gekregen werkte niet. Iemand had gelukkig een scheermesje waarmee we het touw kapot maakten. We renden naar buiten.”

Achmed heeft Italië bereikt.

Dit zijn geen foto's van de reis van Achmed.

Vreemd land

Hij is dan nu wel in Italië, maar zijn geld is op. Hij kent niemand. Spreekt de taal niet. Hij reist door naar Rome en daar ontmoet hij een pater. “Hij vroeg mij of ik had gegeten. Hij nam mij mee naar een kerk. We sloten aan in een rij met daklozen. Eenmaal binnen kreeg ik een glaasje warme melk met een koekje. Ik was zo moe dat ik in slaap viel op de houten banken. Toch was ik blij en dankbaar.”

Via Italië loopt Achmed naar Nice in Frankrijk. Berg omhoog, berg omlaag. Overdag en ’s nachts. Het is koud. En hij is alleen. Vanuit Nice komt Achmed uiteindelijk in Aken in Duitsland terecht.

“Bij een telefooncel daar, zag ik man die op mij leek. Zelfde soort kleren, zelfde accent. Hij bleek ook Koerd te zijn en ik mocht met hem mee naar zijn vrienden. Zij kookten voor mij en ik mocht bij hen overnachten. De hele nacht had ik liggen snurken. Niemand had ervan kunnen slapen, zeiden ze lachend aan het ontbijt.”

Van azc naar azc

Niet lang daarna steekt Achmed de grens met Nederland over, zijn eindbestemming. Hij moet zich melden bij de Nederlandse instanties, in Rijswijk. “Daar stond ik voor een groot, grijs gebouw. Een kantoor van de overheid. Ik vertelde dat ik uit Irak kwam. Ze doorzochten mijn kleine tas. Er zat iets kleins in van mijn zoon. Ze vroegen ernaar. Ik kon alleen maar zeggen hoe erg ik hem miste.”

Achmed gaat naar een asielzoekerscentrum in Eindhoven. “Ik was zo blij. Ik had een slaapplek en eten. Geen reden om te zeuren.” Achmed verhuist van de ene opvang naar de andere. Hij ziet Zeeland, Heerlen en Lopik. Totdat hij asiel krijgt en een appartement weet te vinden.

Een nieuw leven opbouwen

Achmed probeert zijn vrouw en kind naar Nederland te krijgen, in het kader van gezinshereniging. Maar dat gaat moeizaam. “Mijn vrouw en zoon zaten vast in Syrië. De instanties geloofden niet dat we een gezin waren. Uiteindelijk, na anderhalf jaar wachten, mochten we een DNA-test doen en bleek inderdaad dat we bij elkaar hoorden. Ze zeiden alleen sorry.”

In de anderhalf jaar die verstrijkt, begint Achmed met vrijwilligerswerk. “Ik ben graag omringd door mensen. Dus in die tijd was ik heel blij dat ik bij oude mensen mocht schoonmaken. Daar probeerde ik een beetje de taal te leren. Maar op veertigjarige leeftijd een vreemde taal leren, is erg moeilijk.”

Achmed mist Irak nog elke dag, zegt hij weemoedig. “Mijn broer, mijn zussen en al hun kinderen. Vooral als ik naar foto’s van vroeger kijk of naar muziek van daar luister, dan komt alles naar boven. Dan kan ik alleen maar huilen. Nu ik ouder ben, kan ik daar iets beter mee omgaan, maar de pijn blijft.”

Miljoenen mensen op de vlucht

Het verhaal van Achmed staat symbool voor de vele verhalen van vluchtelingen die met gevaar voor eigen leven een veilig onderkomen proberen te vinden. De één maakt de reis met succes, de ander verliest onderweg het leven.

Maar niemand laat zomaar alles achter. “Ze moeten afscheid nemen van hun familie, vrienden, werk, cultuur en hun land. Ze moeten hun leven wagen aan een riskante vluchtroute over de Middellandse Zee. Dat doe je alleen als je enorme problemen hebt. Als je politiek onveilig bent of niet in vrijheid kan leven. Ze komen hier niet om te feesten of om een uitkering te krijgen.”

Het zijn ook gewoon mensen, zegt Achmed. Net als jij en ik. “Ze zoeken veiligheid. Een beetje liefde. Sociaal contact. Water en eten. We moeten niet onze rug tot hen keren. We moeten ze helpen. Om hun trauma’s, pijn en verdriet psychologisch te verwerken. Om de taal te leren. Te werken. En om een nieuw thuis hier op te bouwen.”

Na de vele omzwervingen heeft Achmed zijn draai gevonden in Nederland, en kijkt hij hoopvol naar de toekomst, zegt hij, vlak voordat hij HUMAN lachend uitzwaait.

*De naam van Achmed is om veiligheidsredenen gefingeerd. Zijn echte identiteit is bij de redactie bekend.