Een van de grootste veroorzakers van de klimaatcrisis is het vliegverkeer. En toch pakken we eerder het vliegtuig naar Londen dan een duurzamer alternatief als de trein. Waarom toch? En wat is ervoor nodig om dit te veranderen?

Zelfs de ceo van KLM Pieter Elbers is het ermee eens: we vliegen te veel en korte vluchten zouden vervangen moeten worden door reizen met de trein. Dit schreef de KLM-topman in een brief, die vorig jaar de kranten haalde.

“De luchtvaart maakt de klimaatdoelen onhaalbaar,” stelt lector duurzaam vervoer Paul Peeters van Breda University of Applied Sciences. We vliegen teveel en volgens Peeters is er een cultuuromslag nodig om dit te veranderen. “In de jaren negentig ging bijvoorbeeld twintig procent van de Nederlanders met de trein op vakantie naar Oostenrijk, tegenwoordig is dit nog maar zo’n vier à vijf procent.”

Vliegen versus trein

Paul Peeters

Paul Peeters

Op trajecten waar het vliegtuig vervangen zou kunnen worden door een duurzaam alternatief als de trein, wordt toch vaak gekozen voor het vliegtuig. Een veelgehoord argument hiervoor is dat vliegen veel goedkoper is, maar volgens Peeters klopt die aanname niet. "Reizigers rekenen de kosten om naar het vliegtuig te gaan er vaak niet bij; van deur tot deur kom je vaak toch op dezelfde kosten uit."

Een andere reden is de tijd die het kost om ergens te komen. Dat lijkt vaak sneller met het vliegtuig, maar volgens Peeters is ook dat niet helemaal waar. “Bovendien kan je de tijd in een trein veel beter besteden; aan werk bijvoorbeeld. En het comfort van reizen met de trein is vele malen groter dan het vliegtuig.”

Een inefficiënt systeem

Barth Donners

Barth Donners

Als de kosten en tijdsduur van reizen met de trein niet veel verschillen met het vliegtuig, waarom wordt er dan zoveel vaker voor het vliegtuig gekozen dan voor de trein? Volgens Barth Donners, adviseur mobiliteit bij Royal Haskoning DHV, is groot onderdeel van het probleem dat een reis plannen van A naar B, die over landsgrenzen gaat, met de trein veel ingewikkelder en weerbarstiger is dan met het vliegtuig.

Om dit probleem aan te pakken werkt hij samen met de Jonge Veranderaars en Natuur & Milieu voor de organisatie Train2EU. Met de organisatie proberen ze in samenwerking met ministeries, treinbeheerders en spoorwegondernemers het internationaal treinverkeer op de kaart te zetten.

“Het gaat niet per se over infrastructuur maar om de ticketing en services van de spoorwegondernemers. Zo zie je bij de IC Berlijn dat het aantal passagiers met twintig procent is toegenomen, doordat we het er meer over hebben. Ineens is er dan een optie voor de mensen.”

“Van Amsterdam naar Londen vliegen per jaar vijf miljoen passagiers, dat zijn zo'n 52 vluchten per dag. En negentig procent daarvan gaat rechtstreeks uit de regio Amsterdam naar Londen." Volgens Donners is het een utopie om al die mensen uit het vliegtuig te krijgen, maar er is wel veel winst voor het klimaat te behalen als het merendeel van die reizigers de trein pakt.

Één systeem voor al het OV

Zowel Peeters als Donners zijn van mening dat reizigers de weg naar de trein vaak niet kunnen vinden. Dat probleem komt deels doordat samenwerking mist bij de spoorwegen. Die krijgen immers alleen maar betaald voor hun gedeelte van het spoor en hebben daardoor weinig belang bij internationale reizen. Peeters: “Er is een enorme slag te slaan als spoormaatschappijen gaan samenwerken, of als derden - tour operators - reizen voor je gaan aanbieden, zoals de Treinreiswinkel al doet.”

“Er bestaan wel websites waar je internationale reizen kan vinden met openbaar vervoer,” zegt Barth Donners, “zoals rometorio.com. Maar dan moet je uiteindelijk wel bij alle individuele partijen een kaartje kopen. De koek is zoveel groter als we samenwerken, daar is een global ticketing service voor nodig.”

Kan de treininfrastructuur die hoeveelheid reizigers wel aan? Donners denkt van wel. “Naar Parijs vliegen er vanuit Amsterdam jaarlijks 1,46 miljoen mensen, oftewel vijftien vluchten per dag. Momenteel rijden er zestien treinen per dag van Amsterdam naar Parijs en die treinen zitten voor 95 procent vol. Als er meer reizigers bijkomen moet er geïnvesteerd worden in extra treinen, er kunnen dubbeldekkers gaan rijden of twee treinen aan elkaar gekoppeld worden.”

“Uiteindelijk gaat het om de keuze die je aan de reiziger kan bieden. Als je een keuze kan bieden die voordelig en snel is, dan zal de reiziger daarvoor kiezen. Dat werkt beter dan te zeggen dat men niet meer mag vliegen.”

Druppel op gloeiende plaat

Alle reizigers binnen Europa op afstanden onder de zevenhonderd kilometer de trein in, zal volgens Paul Peeters niet de verandering brengen die nodig is om de klimaatdoelen te halen. “Dat is een klein aandeel van alle emissies. Want de tien procent langste vluchten van het luchtverkeer zorgt voor veertig tot vijftig procent van alle uitgestoten emissies.

"Daarentegen zijn korte vluchten per reiziger-kilometer meer vervuilend dan lange vluchten, maar de lange vluchten stoten veel meer uit dan alle korte vluchten bij elkaar. Als mensen besluiten in het algemeen minder of niet te vliegen, dan vervang je juist lange afstanden door mooie treinreizen in Europa en dat is wel heel belangrijk. Ook daarvoor moeten treinreizen herontdekt worden.

“Een andere complexiteit is dat als korte vluchten verdwijnen van vliegvelden er weer meer ruimte ontstaat voor lange vluchten, die eigenlijk veel meer vervuilend zijn. We kunnen dus wel meer de trein gaan gebruiken, maar dan moet tegelijkertijd het vliegverkeer beperkt worden.”

De conclusie van Peeters is duidelijk: er zal minder gevlogen moeten worden op zowel de korte als de lange afstanden. En dat vereist een cultuuromslag, een trend die Peeters als volgt ziet. “Als ik drie jaar geleden met de trein van Mallorca naar Noorwegen reisde, moest ik mensen uitleggen waarom. Nu hoor ik mensen zich verantwoorden wanneer ze met het vliegtuig reizen.”

Verduurzamen van de luchtvaart

Over belasting invoeren op luchtvaart, is Peeters duidelijk. “We moeten niet belasting willen heffen om het milieu te redden, maar omdat het onrechtvaardig is dat het rijkste vliegende deel van de bevolking dat belastingvrij doet terwijl de laagste inkomens, die nooit vliegen, altijd overal belasting betalen. Tegelijk moet je het gebruik van e-fuels afdwingen om klimaatdoelen te gaan halen. Dat zal betekenen dat vliegen uiteindelijk twee keer zo duur wordt. Dan heb je geen milieubelasting nodig om de milieuschade te vergoeden maar dan heb je gelijk het probleem in de kern opgelost.”

Zelf vliegt Peeters vrijwel niet meer en hij raadt reizigers aan om hun verre reisplannen te heroverwegen. “Waarom zou je walvissen gaan kijken in Nieuw-Zeeland als je ze ook in Noorwegen of zelfs in Schotland kan bekijken. Vanuit Europa scheelt zo’n reis heel veel voor het klimaat.”