Is het goed of slecht om een kind te adopteren? En moet interlandelijke adoptie blijven bestaan of niet? Bijzonder hoogleraar Femmie Juffer en emeritus bijzonder hoogleraar René Hoksbergen, beide gespecialiseerd in adoptie, bespreken deze kwesties. Maar eens zijn ze het niet.

In de serie 'Ik kóm niet uit Sri Lanka', volgen we Dinja Pannebakker, een jonge vrouw van 32 jaar die geadopteerd is uit Sri Lanka. Zelf voelt zij zich helemaal Nederlands en heeft geen behoefte aan verbinding met haar geboortegrond.

Pannebakker is één van de ruim 3.400 Srilankeese kinderen die sinds de jaren ‘70 door Nederlandse ouders zijn geadopteerd. In 2018 is adoptie uit Sri Lanka definitief gestopt. Adoptie uit een tiental andere landen, of wel 'interlandelijke adoptie', bestaat nog steeds, al neemt het aantal geadopteerden ieder jaar af. In 2018 werden in totaal 156 kinderen uit het buitenland naar Nederland gehaald. De meeste van hen komen uit China (28), Hongarije (24) of de Verenigde Staten (23). Binnen Nederland werden afgelopen jaar 21 kinderen geadopteerd en bij andere Nederlandse gezinnen geplaatst.

Femmie Juffer, bijzonder hoogleraar adoptie

Met scheve ogen

Binnen de media lijkt het verhaal van Pannebakker een uitzondering: veel vaker hoor je over geadopteerden die in protest gaan over hun adoptie of die naarstig op zoek zijn naar hun biologische ouders. Dit sluit aan bij de manier waarop mensen over adoptie zijn gaan denken: waar adoptieouders  vroeger als wereldverbeteraars werden gezien, kan je nu met scheve ogen aangekeken worden als je een kind naar Nederland haalt. Is adoptie wel goed voor zo’n kind? En hou je daarmee geen misstanden in stand? 

Om meer te weten te komen over de goede en slechte kanten van adoptie, gingen we afzonderlijk in gesprek met Femmie Juffer en René Hoksbergen, respectievelijk bijzonder hoogleraar en emeritus bijzonder hoogleraar, gespecialiseerd in adoptie. Hoewel ze allebei ver doorgeleerd zijn in hun vak, verschillen ze op veel punten van mening. Dat maakt het trekken van eenduidige conclusies over adoptie niet makkelijk. 

René Hoksbergen, emeritus bijzonder hoogleraar adoptie

Is er iets mis met niet-zoekers?

Of er met Pannebakker iets 'mis is', omdat ze niet op zoek gaat naar haar biologische ouders, is voor veel mensen om haar heen een vraag. Juffer vindt het helemaal niet gek dat Pannebakker geen zoektocht wil starten. "Uit onderzoek van pedagoge Wendy Tieman blijkt dat geadopteerden van rond de dertig jaar op te delen zijn in drie groepen: één derde van de geadopteerden gaat op zoek naar zijn biologische ouders, één derde is wel geïnteresseerd in zijn achtergrond, maar gaat niet op zoek en één derde heeft geen behoefte aan meer informatie over zijn afkomst. Pannebakker past dus goed bij die laatste groep en is zeker geen uitzondering.

"Ik denk dat het programma 'Spoorloos' er deels voor zorgt dat de gemiddelde Nederlander denkt dat elke geadopteerde zijn biologische familie wil gaan zoeken. Terwijl dat dus niet het geval is. Overigens betekent het feit dat ze nu niet geïnteresseerd is in haar afkomst niet dat ze daar nooit interesse in zal hebben. Er zijn ook mensen die daar later pas mee bezig zijn, bijvoorbeeld als ze zelf kinderen krijgen."

Ook Hoksbergen ziet vaker mensen zoals Pannebakker. Hij meent alleen dat het niet vaak voorkomt, in tegenstelling tot Juffer en het onderzoek dat zij aanhaalt. "Je kunt pas meten hoeveel geadopteerden op zoek zijn naar hun achtergrond, als ze dood zijn," zegt Hoksbergen. "Dan zijn het er naar mijn inschatting veel meer, zo ‘n 90 tot 95 procent."

Hij wil niet zeggen dat het niet  gezond is om niet te zoeken, maar het is volgens Hoksbergen wel een vorm van ontkenning. "Op dit moment ontkent Pannebakker psychologisch gezien dat ze geadopteerd is. Letterlijk kan dat gewoonweg niet, omdat ze er anders uit ziet. Maar toch voelt ze zich niet geadopteerd.

"Ik weet niet of dat gezond is, want bij het accepteren van je identiteit, hoort  de werkelijkheid van je biologische ouders. Daarmee doe je niks af aan de relatie die je hebt met je adoptieouders. Integendeel: als je een gezonde verhouding hebt met je verleden, dan doet dat ook het heden goed. Dat zeg ik uit ervaring, klinische ervaring. Ja, ik heb honderden geadopteerden gezien."

Tekst gaat verder na afbeelding

Dinja Pannebakker

Geluk in het nieuwe land

Hoksbergen weet dat er interlandelijk geadopteerden zijn die zich tevreden en gelukkig voelen in hun nieuwe land. Maar dat zegt voor hem niet veel. “Geadopteerden worstelen met hun anders-zijn en dat beïnvloedt hen in hoge mate in hun leven. Ik kom niet anders tegen. De negatieve verhalen zijn naar mijn mening in aantal te hoog om te beweren dat adoptie voor het levensgeluk geen verschil maakt.

"Ik zie bijvoorbeeld regelmatig geadopteerde jongens die worstelen met hun lengte. Ze zijn namelijk gemiddeld genomen kleiner dan de Nederlandse vrouw. En vrouwen willen nu eenmaal een man die minstens zo lang is als zichzelf, of iets groter. Dat is een biologisch feit. Daarbij komt uit elk onderzoek naar voren dat geadopteerden meer psychologische problemen hebben."

Uit onderzoek dat Juffer deed onder 1200 volwassen geadopteerden in Nederland, bleek dat ze zich gemiddeld even gelukkig voelden als de gemiddelde Nederlander. Ook was negentig procent positief over het feit dat ze geadopteerd waren. Hieruit concludeert Juffer dat geadopteerden wél hetzelfde levensgeluk als niet-geadopteerden kunnen ervaren. "Bij dit onderzoek hebben we heel bewust deelnemers gezocht bij Stichting Interlandelijk Geadopteerden en ook United Adoptees International, die hoor je vaak kritische geluiden maken over adoptie. We wilden alle stemmen laten horen."

"Gelukkig zijn kan wel pas het eindpunt zijn van hoe geadopteerden zich voelen. Het kan dat ze veel hebben moeten nadenken en met mensen moeten praten voor ze dat gevoel bereiken. We weten bijvoorbeeld dat gekleurde adoptiekinderen zo rond een jaar of zes, zeven vaak zeggen dat ze wit willen zijn. Dus het is echt niet alleen maar makkelijk. Maar voor mij is de bottom line: kinderen moeten in een gezin."

Juffer meent dat kinderen het best in een gezin kunnen worden geplaatst, naar aanleiding van talloze onderzoeken die wijzen op de slechte omstandigheden binnen kindertehuizen. "Voor alle aspecten van de ontwikkeling is het slecht om in een kindertehuis op te groeien. Het IQ, de lichamelijke groei en de gehechtheid van de kinderen lijden eronder."

Tekst gaat verder na afbeelding

Een adoptieouder met haar kind in 1989

Per direct stoppen met adoptie

Nu is de vraag: is interlandelijke adoptie dan een goed middel om deze kinderen te helpen? Zowel Hoksbergen als Juffer is van mening dat als eerste gekeken moet worden naar de plaatsing van het kind bij de biologische familie en daarna naar adoptie binnen het land zelf. Maar ze zijn het niet eens over wat er moet gebeuren als deze beide opties er niet zijn.

In 2016 kwam een advies van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ), in samenwerking met Hoksbergen, aan de Minister van Veiligheid en Justitie. Hierin raadt de RSJ aan de focus van interlandelijke adoptie te verleggen naar ondersteuning bij de op- en uitbouw van het jeugdbeschermingssysteem in het land van herkomst. Ook gaf de Raad het advies om per direct te stoppen met adoptie uit China, de VS en EU-landen – de landen waar in 2018 nog altijd de meeste kinderen vandaan zijn gekomen.

Hoksbergen staat hier nog steeds achter. "We moeten helemaal geen kinderen meer adopteren uit landen die in materieel opzicht prima voor ze zouden kunnen zorgen, zoals China, de VS en Europese landen. Nul. Laat die landen maar voor hun eigen kinderen zorgen, kom op zeg. Er gaan toch ook geen kinderen uit Nederland naar India? Dat zouden we toch heel raar vinden?

"Ik denk dat als we doorgaan met adopteren, er niks verandert in dat land zelf. Dat weet je bij voorbaat niet, maar het is gewoon logica. Wanneer adoptie er niet meer is, kun je ook niet meer gemakkelijk kinderen wegdoen."

Tekst gaat verder na afbeelding

Weeskinderen in Cambodja

Misstanden?

Misstanden bij adoptie zijn voor Hoksbergen een belangrijke reden waarom hij niet achter de meeste interlandelijke adopties staat. "In de jaren zeventig  dachten we naïef over adoptie, alles leek rozengeur en maneschijn. Maar we kwamen erachter dat veel niet klopte. Niet alle geadopteerde kindjes waren zielig en de aard van de zieligheid was soms bedrog. De achtergrond van een kind was vaak onbekend of bewust anders gemaakt dan er stond. Geld speelde ook een belangrijke rol. Niet bij alle kinderen, maar wel bij te veel."

Volgens Juffer is er nog geen onderzoek gepubliceerd over hoe vaak deze misstanden voorkomen, en kunnen we er dus nog geen uitspraken over doen. "Je moet niet op de zaken vooruitlopen en te snel conclusies trekken. Mensen denken al snel dat het er heel veel zijn, omdat de media bijna alleen maar verhalen vertellen over geadopteerden die zich benadeeld voelen. Ergens is dat logisch, omdat mensen die tevreden zijn over hun adoptie, zoals Pannebakker, minder drive hebben om hun verhaal aan de grote klok te hangen. En als ze iets willen zeggen, dan wordt dat niet opgepakt door de media.

"Toen we bijvoorbeeld het onderzoek naar de tevredenheid onder 1200 geadopteerden in een persbericht naar buiten brachten, kregen we geen enkele reactie van de media. Terwijl dat toch best een groot onderzoek was. Stel dat de uitkomsten negatiever waren geweest, dan weet ik wel hoe het gegaan was."

Bizarre omdraaiing

Juffer, en meerdere andere onderzoekers, hebben kritiek geleverd op het advies van de RSJ. Ook de minister heeft in een brief uitgelegd waarom hij het advies van de RSJ niet (volledig) zal volgen. "De aantijging was dat adoptie een aanzuigende werking zou hebben. Maar mijn collega Rien van IJzendoorn heeft laten zien dat het aantal adoptiekinderen vergeleken met de populatie kinderen in de weeshuizen heel klein is. De aantallen kinderen die geadopteerd worden zijn enkele tien- of honderdtallen op de miljoenen die in een kindertehuis zitten. Dus hoe kan adoptie dan het aanbod stimuleren? Dat is een bizarre omdraaiing van denken.

"Wat mij betreft kan adoptie ook hand in hand gaan met het verbeteren van de kinderbescherming in het land zelf. En dat gebeurt ook in veel landen, dat er zowel geadopteerd wordt als dat er kinderbescherming wordt opgezet. Er is geen onderzoek gedaan of het beter is voor de ontwikkeling van de kinderzorg in een land wanneer het stopt met interlandelijke adoptie, maar ik zie niet in waarom dat beter zou werken."

In de serie Ik kom niet uit Sri Lanka  volgen we Dinja Pannebakker, die onderzoekt wat het belang is van weten waar je vandaan komt. Kijk deze vierdelige documentaireserie hier