Terwijl de gezondheidszorg uit haar voegen barst, zijn we sterk de nadruk gaan leggen op selfcare: je bent zelf verantwoordelijk voor je eigen gezondheid. Dat is niet langer houdbaar, stelt socioloog Emma Dowling.

Lange wachtlijsten, zorgmedewerkers die al voor de coronacrisis overbelast waren en mantelzorgers met een burn-out. De gezondheidszorg kraakt. Ondertussen sporten en yogaën we ons suf om onszelf gezond te houden. Dat duidt op een fikse zorgcrisis, volgens socioloog Emma Dowling.

Niet alleen in de gezondheidszorg, maar in de zorg in brede zin. In haar boek The Care Crisis laat ze zien hoe die crisis heeft kunnen ontstaan en wat we moeten doen om er weer uit te komen. Daar is niet alleen geld voor nodig, maar ook een hele andere manier van denken over ons zorgsysteem en de zorg voor onszelf en elkaar.

Een zorgcrisis, wat betekent dat precies?

"Met zorgcrisis bedoel ik in de eerste plaats dat het voor mensen die zorg nodig hebben steeds moeilijker is om die te krijgen. En in de tweede plaats dat de omstandigheden voor de mensen die zorg verlenen steeds moeilijker worden. Denk aan de lange wachtlijsten, moeilijke werkomstandigheden en lage salarissen voor zorgmedewerkers.

Tegelijkertijd zie je ook in onze persoonlijke levens dat er sprake is van een zorgcrisis. De tijd die we besteden aan betaald werk maakt steeds meer inbreuk op de tijd die we hebben voor 'zorgwerk' (care work), de zorg voor ons huishouden en voor elkaar. Gezinnen met kleine kinderen hebben het bijvoorbeeld steeds moeilijker om hun tijd goed te managen en raken burn-out. Dat laat zien dat we als samenleving niet genoeg investeren in de zorg, zowel in termen van tijd als in geld."

In je boek laat je zien dat de zorgcrisis verder gaat dan praktische zaken als lange wachtlijsten. Er is een probleem in de manier waarop we nadenken over de waarde en het belang van zorg.

"Ja, deze crisis heeft verschillende ideologische aspecten. In de eerste plaats de nadruk op selfcare, het gebod om voor jezelf te zorgen. Dat idee is geworteld in ons kapitalistische en gefinancialiseerde systeem, waarin je zelf je belangrijkste asset bent. Je moet continu in jezelf investeren en zorgen dat je waarde niet afneemt. Tegelijkertijd brokkelt de publieke zorginfrastructuur af, waardoor je steeds meer het gevoel hebt dat als jij niet voor jezelf zorgt, niemand anders het zal doen.

Daarnaast zie je dat in tijden van crisis mensen worden opgeroepen om betrokken te zijn bij allerlei initiatieven in hun gemeenschap. Dat zien we als iets positiefs, maar het functioneert ook als een rookgordijn voor bezuinigingen op de zorg.

Dat brengt me op een andere belangrijke ideologische component. Namelijk dat het feit dat veel mensen zorg verlenen omdat ze zich verantwoordelijk voelen en compassie hebben, gebruikt kan worden als een bron van uitbuiting. Omdat mensen nu eenmaal niet niet kunnen zorgen. Bezuinigingen en hervorming van de zorg gaan zo over de ruggen van mensen die hoe dan ook zorg zullen verlenen. Ook dat is een manier waarop ideologie een systeem in stand houdt dat in crisis is, in plaats van het structureel te veranderen."

Je wijst de wereldwijde financiële crisis van 2008 aan als een belangrijke oorzaak van deze zorgcrisis. Is het daar begonnen, of gaan de wortels van deze crisis verder terug?

"De financiële crisis van 2008 bleek voor de regering in het Verenigd Koninkrijk, waar ik vandaan kom, een mogelijkheid om bezuinigingen door te drukken en in steeds meer sectoren marktwerking toe te laten. Dat betekende dat ontwikkelingen die al gaande waren verder intensiveerden. Het was een never let a good crisis go to waste-moment om de economie nog meer te organiseren richting meer economische groei en een grotere productiviteit.

Het feminisme wijst er al bovendien heel lang op dat er sprake is van een structurele crisis in de organisatie van onze economie en van zorg. Omdat onbetaald werk en de zorg voor kinderen en het huishouden (housework), die veelal door vrouwen worden verricht, niet gezien worden als werk en dus niet als onderdeel van onze economie. Terwijl ze wel noodzakelijk zijn om de economie te laten draaien."

De emancipatie van vrouwen speelt een belangrijke rol in die crisis, laat je in het boek zien. Hoe zit dat precies?

"Dat vrouwen meer deelnemen aan de arbeidsmarkt, betekent dat ze minder beschikbaar zijn voor onbetaald werk in huis. Maar er is niets veranderd in de verdeling van de verantwoordelijkheid voor dit zorgwerk: de sociale verantwoordelijkheid voor zorg (voor caring) is nog steeds ontzettend gegenderd. Vrouwen draaien zo dubbele of driedubbele diensten, omdat ze nu zowel buitenshuis werken als thuis moeten zorgen.

Het betekent ook dat vrouwen die het kunnen betalen, andere vrouwen inzetten om dit zorgwerk voor hen te doen. Daardoor zijn het de vrouwen uit de arbeidersklasse, vrouwen van kleur en vrouwen met een migratie-achtergrond die het zorgwerk op zich nemen. Er is misschien wel een verschuiving in wie het werk precies doet, maar over het geheel genomen is er structureel niks veranderd.

Tegelijkertijd is onze verzorgingsstaat nog steeds ingericht op een heteronormatief beeld van het gezin waarin de vrouw het zorgwerk verricht en de man buitenshuis de kost verdient. Er zijn geen publieke diensten bij gekomen en de zorg is steeds meer vermarkt geraakt. Mensen moeten daarom steeds meer doen in steeds minder tijd. Al met al wordt zorg, het werk dat gedaan moet worden om mensen productief te laten zijn in de economie en een goed leven te laten leiden, beschouwd als een kostenpost die zo laag mogelijk moet worden gehouden. En als iets dat je af kunt schuiven op anderen. Zorg is nog steeds gegenderd en heeft een lage status."

In The Care Crisis laat je zien dat er verschillende reacties op deze crisis zijn die als oplossing worden gepresenteerd. Toch zijn het geen oplossingen, maar care fixes. Zoals selfcare en hervormingen van het zorgsysteem. Wat is het verschil tussen een fix en een oplossing?

"Een care fix is een kortetermijnreactie op de acute zorgcrisis die geen fundamentele veranderingen in het systeem brengt. Het is een pleister op de wond. Denk aan de fix die je van koffie of chocolade krijgt."

Veel van de fixes lijken op het eerste gezicht best een goed idee. Zoals selfcare. Veel mensen zullen zich oprecht gezonder voelen na en uurtje yoga en een groene smoothie. Hoe leg je dan uit dat selfcare geen oplossing is?

"Dat is een lastige. Aan de ene kant is selfcare ontzettend belangrijk. Veel denken over selfcare komt voort uit sociale bewegingen, zoals het antiracisme en feminisme, en wijst erop dat het heel belangrijk is om voor jezelf te zorgen. Zeker wanneer jouw welzijn geen prioriteit is voor anderen. Als je politiek betrokken bent of als je voor anderen zorgt, dan moet je oppassen dat je jezelf niet opbrandt. Selfcare is dan een vorm van zelfbehoud.

Tegelijkertijd lopen we tegen problemen aan wanneer zelfzorg wordt gepresenteerd als een oplossing voor problemen die eigenlijk economisch, sociaal en politiek van aard zijn. Die nadruk op het werken aan onszelf, op al die zelfverbetering, leidt de aandacht weg van politieke problemen zoals de verdeling van middelen, de manier waarop werk is georganiseerd en de prioriteiten van onze samenleving. Het geeft ook het idee dat jij als individu macht hebt die je in werkelijkheid helemaal niet bezit vanwege allerlei structurele barrières. Dit alles raakt verweven met consumptiecultuur, waarin we van alles aanschaffen dat ons zou moeten helpen, zoals advies of producten, terwijl we niet kijken naar wat er structureel moet veranderen."

Een andere fix zijn bezuinigingen (austerity). Ook dat lijkt logisch wanneer zorg onbetaalbaar dreigt te worden. In Nederland worden bezuinigingen vaak uitgelegd aan de hand van het 'huishoudboekje' van de staat: je kunt niet meer uitgeven dan er binnenkomt en je kunt maar beter geen schulden maken.

"In dat beeld zie je dat de economie van de staat gelijkgesteld wordt aan dat van het huishouden. Dat heeft een ideologische functie en dient om bezuinigingen te rechtvaardigen: natuurlijk, het is logisch dat je niet meer kunt uitgeven dan je verdient. Maar dat is problematisch als we begrijpen dat een staat heel anders werkt dan een huishouden, net zoals dat het anders werkt dan een bedrijf. De staat leent voortdurend geld en er zijn allerlei mechanismen om welvaart te verdelen, zoals belastingen.

Volgens sommige economische theorieën zijn hoge publieke schulden een probleem omdat ze tot instabiliteit en crisis leiden, waardoor bezuinigingen noodzakelijk zijn. Die theorie is verworpen, want dat blijkt niet het geval. Ook wordt vaak beweerd dat bezuinigingen kunnen leiden tot groei en productiviteit. Maar zelfs instanties die eerder voorstander waren van bezuinigingen, zoals het IMF, zeggen nu dat dit niet klopt. Als mensen geen geld hebben om uit te geven, dan groeit de economie ook niet. De ideologie van bezuinigingen is dat het naar investeerders uitstraalt dat de economie draait om het maken van winst en dat die de belangen van aandeelhouders en investeerders dient."

Om de zorgcrisis op te lossen, moeten we fundamenteel anders nadenken over zorg, schrijf je. Een van de manieren is om zorg als een common te zien, iets dat beschikbaar is voor iedereen en waar we allemaal aan bijdragen. Hoe wijkt dat af van wat het ideaal van de participatiesamenleving (het equivalent van de Big Society in het Verenigd Koninkrijk)?

"Het idee van de Big Society, of de Nederlandse equivalent de participatiemaatschappij, roept op tot een publieke verantwoordelijkheid, vanuit het idee dat er minder bemoeienis van de staat zou moeten zijn. Hoewel het misschien aanvankelijk niet de bedoeling was, heeft het geleid tot grote bezuinigingen en hervormingen van publieke voorzieningen zoals de zorg. De oproep om te participeren, wat een positieve connotatie heeft, functioneert als een rookgordijn voor die hervormingen.

Dat is volgens mij iets anders dan commoning, waarin mensen betrokken zijn bij hun eigen zorg en elkaar helpen, terwijl er tegelijkertijd goede publieke voorzieningen zijn en een welvaartsverdeling die ervoor zorgt dat iedereen toegang heeft tot zorg. Denken over de commons betekent ook nadenken over hoe een systeem eruit kan zien dat bottom-up georganiseerd is en waarin mensen echt betrokken zijn. Uiteindelijk is de vraag hoe we ervoor kunnen zorgen dat onze economie iedereen dient, en niet enkel een kleine groep mensen die veel bezit heeft.

Een voorbeeld van commoning zijn de remunicipalication movements die je op verschillende plekken in Europa ziet. Die pleiten ervoor om nutsbedrijven die geprivatiseerd zijn, zoals water en energie, weer in het publieke domein te brengen met nieuwe eigendomsmodellen, zoals coöperaties en meer zeggenschap voor de lokale gemeenschap. Ook met zorg kun je dat doen. Commoning brengt vraagstukken rond publieke voorzieningen en professionele betaalde zorg dus samen met anders denken over democratie, participatie en zeggenschap. Zo kunnen we ook nadenken over onze persoonlijke ethische betrokkenheid, zonder ons alleen te oriënteren op het individu of op het gezin."

Om een einde te maken aan de zorgcrisis zouden we meer tijd moeten maken voor onbetaalde zorg in ons dagelijks leven én moeten investeren in het publieke zorgsysteem, zodat we zorgmedewerkers fatsoenlijk kunnen betalen. Dat klinkt duur. Hoe gaan we dat betalen?

"Er is een politiek debat nodig over de verdeling van middelen. Politici moeten echt oproepen om meer geld uit te geven aan zorg. En dat geld is er: we hebben progressieve belastingen nodig en hogere belastingen voor bedrijven, of we kunnen een rijkdomsbelasting overwegen. Daarnaast moeten we toe naar een economie die niet gericht is op winst maken, maar op wat we nodig hebben.

Het is ook tijd ook na te denken over hoe we onze tijd verdelen. Hoeveel van onze tijd zijn we productief bezig en hoeveel tijd besteden we aan het zorgen voor onszelf en elkaar? Hoe zorgen we dat we voldoende vrije tijd overhouden en tijd hebben om deel te nemen aan democratische processen? Dat zijn belangrijke vragen. Laten we samen bedenken hoe de maatschappij er dan uit kan zien."