8. UNIVERSALISME

8. UNIVERSALISME

Heijne: ‘Als je als minderheid voortdurend wordt aangesproken op je kleur, afkomst of geloof, dan is het bijna onmogelijk om dat niet onderdeel van je identiteit te maken.’ Van Reybrouck is het daarmee eens. Toch wil hij pleiten voor het ideaal van universalisme. ‘Ik ben me bewust dat universalisme bepleiten in mijn positie makkelijker is. Maar dat betekent niet dat het ideaal minder geldig is.’ Van Reybrouck snapt de charme van radicalisering. ‘Radicaal zijn is gezellig. Je krijgt zo tweehonderd likes. Maar radicaal universalistisch zijn, dat is moeilijker.’

Ondanks de groeiende ongelijkheid en de groeiende onvrijheid, is het belangrijk om vast te houden de idealen van de Verlichting, vindt Van Reybrouck. Hij weigert zich neer te leggen bij een samenleving waarin groepen elkaar naar het leven staan. ‘Historisch gesproken is de cirkel van het “wij” gegroeid. We zitten nu op het punt dat de volgende buitenring de binnencirkel moet worden. Dat is de grote uitdaging nu.’

Dit fragment is onderdeel van

Onbehagen