Het lijkt oneerlijk dat sommige mensen bevoorrecht zijn tot een leven in rijkdom en goede gezondheid, waar anderen gedoemd lijken te zijn tot een leven in armoede. Zo vindt ook Titus Galama, een Amsterdammer die in de VS al jarenlang onderzoek doet naar de oorzaak en oplossingen van ongelijkheid in de maatschappij. In het kader van onze serie Klassen, spraken we hem.

Titus Galama

Titus Galama

Als je maar hard genoeg werkt, dan kom je er wel. Helaas blijkt dit in de praktijk niet altijd zo te werken. In ons nieuwe programma Klassen zien we bijvoorbeeld dat het onderwijsniveau van ouders een rol speelt bij de kwaliteiten en vaardigheden van de kinderen, waardoor een gelijke start van elk mens nauwelijks mogelijk is. Het is bovendien maar de vraag of die achterstand in het onderwijs ingelopen kan worden. 

Ook Titus Galama weet dat alleen hard werken niet opgaat. Hij behaalde een PhD in astrofysica en economie en de laatste jaren houdt hij zich bezig met ongelijkheid, specifiek op het gebied van gezondheid. Uit onderzoeken die hij doet, ook voor de Vrije Universiteit in Amsterdam (VU), blijkt dat ongelijkheid al in de eerste drie jaar van je leven in gang gezet wordt. “Maar er zijn wel degelijk mogelijkheden tot verbetering," zegt Galama aan de telefoon vanuit de VS. "Interventies vroeg in het leven bieden het beste potentieel.”

Friese boeren

Galama is een bevestiging van zijn eigen onderzoek, zo blijkt uit de geschiedenis van zijn eigen familie uit Friesland. “Mijn grootvader ging naar de universiteit en werd arts, waar de rest van mijn familie op het land werkte als boer. Ook mijn oma werd arts, in een tijd waarin dat voor vrouwen hoogst ongebruikelijk was. Mijn vader werd professor in de virologie en mijn moeder studeerde rechten en werkte in het bestuur van de gemeente Amsterdam.”

Galama gelooft best dat zijn familieachtergrond heeft bijgedragen aan zijn eigen succes. De sociaaleconomische status van kinderen is sterk gecorreleerd met die van de ouders. Het zijn dit soort bevindingen waarom hij geïnteresseerd is in ongelijkheid. Samen met zijn collega’s onderzoekt hij welke factoren ongelijkheid in een maatschappij veroorzaken. Hoe ontstaat ongelijkheid? En hoe kunnen we dat veranderen? 

Een vrouw uit La Guajira, Noord-Colombia

De loterij winnen

In zijn werk richt Galama zich voornamelijk op dat van Nobelprijswinnaar Jim Heckman van de Universiteit van Chicago. Uit diens bevindingen blijkt dat ongelijkheid al wordt bepaald in de vroege levensjaren, of zelfs al voor de geboorte. “De gezondheid van de moeder beïnvloedt de gezondheid van de foetus en kan levenslange gevolgen hebben voor het kind. Denk aan de aanwezigheid van stress, ongezonde voeding en de gevolgen van roken en drinken van de moeder tijdens de zwangerschap.”

Een studie die aantoont dat omstandigheden in het vroege leven belangrijk zijn, is bijvoorbeeld een onderzoek naar de gevolgen van de Nederlandse hongerwinter. “Deze studie laat zien dat foetussen van ondervoede moeders ten gevolge van de hongerwinter later vaker last kregen van diabetes en hart- en vaatziekten dan volwassenen die als foetus niet ondervoed waren.”

Volgens Galama begin je het leven in feite met twee loterijen: die van je genen en die van de sociaaleconomische achtergrond van je ouders. “Aan beide valt niets aan te doen; je hebt geluk of niet. Bij iedereen is vanaf de geboorte een bepaald pad in werking gezet, waarin de basis van gezondheid, netwerk, scholing, cognitieve en sociale vaardigheden worden ontwikkeld," zegt Galama. 

Genen, sociale vaardigheden, gedrag

De mate van gezondheid hangt nauw samen met het familie-inkomen en met de opleiding van ouders, met name die van de moeder. “Rijke en hoogopgeleide families blijken over het algemeen gezonder te zijn dan arme en laagopgeleide families,” zegt Galama. 

Dan is het de vraag welk deel van die ongelijkheid wordt bepaald door genen, en welk deel niet. In dit relatief nieuwe vakgebied maken Galama en zijn collega’s gebruik van enorme datasets, waarin miljoenen genetische variaties worden opgenomen in data met gegevens over sociaaleconomische achtergrond, gedrag en gezondheid. “Deze variaties worden gebruikt om genetische scores te construeren, die bijvoorbeeld iets kunnen zeggen over iemands opleiding, of wanneer mensen gevoeliger zijn voor verslaving.” 

Deze genetische scores kunnen een rol spelen in de waarschijnlijkheid of bepaalde groepen een hogere opleiding zullen krijgen. Galama: “Ik hoop hiermee aan te kunnen tonen dat er wel degelijk potentie zit in de kinderen van families met lagere sociaaleconomische status, maar dat dit niet tot uiting komt."

Kinderen bedelen voor eten en drinken in La Guajira, Noord-Colombia

Nature én nurture

Galama benadrukt dat de uitkomsten van zijn genetisch onderzoek niet allesbepalend zijn met betrekking tot ongelijkheid. “Het is nature én nurture, en dus niet nature óf nurture. De omgeving kan namelijk ingrijpen met interventies en zodoende het effect van genen beïnvloeden. Al moet voor het beste resultaat wel in de eerste jaren van het leven worden ingegrepen.” 

Een illustratie hiervan is de bonsaiboom. Genetisch gezien heeft die de potentie om uit te groeien tot een grote boom, maar wordt klein gehouden door de omgeving. "De omgeving kan dus de genetische eigenschap van bomen om groot te worden volledig tenietdoen," zegt Galama. "Toch is het boompje gezond en heeft het zich net als een normale boom optimaal aangepast een lang en volwaardig leven te leiden.”

Dagopvang voor gelijkheid

Een hoger inkomen wordt geassocieerd met een goede gezondheid en betere prestaties van de kinderen. Een logische gedachte zou zijn om arme families geld te geven. Maar zo simpel is het niet, volgens Galama. “Geld leidt niet per definitie tot beter gedrag of betere prestaties. Dit is bijvoorbeeld getest in het effect van loterijen."

Wat wel een mogelijke oplossing biedt om ongelijkheid te verkleinen, is goede dagopvang. Galama geeft hierbij als voorbeeld interventies uit de jaren zeventig. “Kinderen uit achterstandswijken werden op een goede dagopvang geplaatst. Deze kinderen bleken het buitengewoon goed te doen en kwamen later minder snel in het criminele circuit terecht, hadden hogere inkomens, stabielere relaties en kregen minder snel obesitas en hart- en vaatziektes.”

Noord-Colombiaanse kinderen in uniform onderweg naar school

Typische economische calculatie

Vroeg investeren loont dus. Zowel voor het individu als de rest van de samenleving, omdat de effecten ervan doorwerken in betere schoolprestaties en in andere sociaaleconomische domeinen zoals gezondheid. Geld dat in een later stadium wordt uitgegeven aan interventies, in bijvoorbeeld loopbaantrainingen, heeft veel minder effect dan geld dat besteed wordt aan interventies vroeg in het leven.

“Het is een typisch economische calculatie,” zegt Galama. “Hoe later je investeert in het bestrijden van ongelijkheid, hoe minder geld overblijft om te investeren in meer effectieve interventies eerder in het leven. En daarmee doe je zowel de jeugd als de samenleving te kort.”