Institutioneel racisme, etnisch profileren, het wegwuiven hiervan en de grote onwetendheid hierover zijn een ding in Nederland. Aangewakkerd door de protesten onder de vlag van Black Lives Matter na de politiemoord op George Floyd doen ook wij aan (zelf)onderzoek naar systemisch racisme. Dit keer met schrijver Simone Zeefuik en onderzoeker Guno Jones.

Ze wilde ons best te woord te staan, maar dan wilde schrijver en cultuurprogrammeur Simone Zeefuik wel graag dat het gesprek een duo-interview zou worden met dr. Guno Jones. Ze vindt deze onderzoeker aan de Vrije Universiteit één van de scherpste dekoloniale denkers die er is en omdat we in het publieke discours vaak dezelfde mensen horen, vindt Zeefuik dat er vaker ruimte geclaimd moet worden voor experts die te weinig aan het woord komen.

“Ik ben heel dankbaar dat Simone mijn werk kan waarderen,” zegt Jones vlak na aftrap van het interview via Skype. “Over het algemeen blijf ik een beetje buiten de media, want ik spreek liever via mijn geschreven teksten. Daarnaast ben ik op die manier niet afhankelijk van hoe goed de interviewer mijn woorden begrijpt. Maar omdat Simone en ik elkaar goed kennen, wilde ik het voor deze gelegenheid toch doen.”

Gereduceerd tot één dimensie

Ons interviewverzoek na de dood van George Floyd kwam voor Zeefuik niet als verrassing. “We weten dat als zoiets plaatsvindt onze inbox overvol raakt en onze telefoon gaat rinkelen. Ik kan me niet herinneren dat journalisten van grote kranten of talkshowredacteurs me vroegen om te praten over een leuke film die uitkwam. Ik weet ook dat iedere journalist hoopt dat zijn of haar interviewverzoek anders  klinkt dan de andere interviewverzoeken, maar dat doet het niet.”

“Ik wil hier nog wel op aanvullen,” zegt Jones. “Het is veelzeggend dat je gevonden wordt voor deze onderwerpen, terwijl je niet wordt gevonden voor allerlei andere onderwerpen. Terwijl we ook ideeën hebben over ecologie, over zorg, over van alles en nog wat. Op die manier wordt je bestaan gereduceerd tot één bepaalde dimensie. In zekere zin zegt deze dynamiek iets over de manier waarop Nederlanders van Kleur geplaatst worden in die samenleving.”

Neus op de feiten

Human is niet roomser dan de paus. We weten dat we op dit moment meesurfen op een golf van media-aandacht, die sinds de uitbraak van protesten van Black Lives Matter is ontstaan. We doen er veel aan om deze systeempijn, wat (institutioneel) racisme is en wat één van de vijf pijlers is onder Human, blijvend op de agenda te houden.

  “Ik denk dat het goed is dat we heel goed nadenken over zo’n uitspraak als: Het staat wel of niet op de agenda,” zegt Zeefuik. “Want op wiens agenda staat het wel of niet? Dat mensen niet altijd op de Dam staan, betekent niet dat er geen protest is. Dit is iets wat ons Afro-Nederlanders al decennia lang bezighoudt. Ik snap dat het, voor mensen die de luxe hebben om ervan weg te lopen, voelt als een hype. Maar voor ons is het één lange doorlopende lijn van anti-Zwart racisme. Het staat nu wel op de mainstream witte agenda, ja. Zo zou je het kunnen zeggen. De groep mensen die altijd kon zeggen ‘Oh, het is maar een klein groepje’ of ‘maar mijn buurman vindt zwarte piet wel leuk’, die wordt nu met de neus op de feiten gedrukt.”

Spectaculaire voorbeelden

Jones sluit daarbij aan. “Het is wrang dat je expressies van systemisch racisme in de VS nodig hebt om het hier zo op de agenda van de media te kunnen krijgen. Terwijl in Nederland ook altijd al systemisch racisme is geweest en ethnic profiling ook een praktijk is van de Nederlandse politie. Racisme is niet alleen een Amerikaanse catastrofe.”

Bovendien is het niet zo dat het activisme tegen racisme een recent fenomeen is. “Het wordt gesilenced, het zwijgen opgelegd,” zegt Jones. “Als je bijvoorbeeld kijkt naar de activistische traditie tegen het racisme in het zwarte piet-fenomeen, om maar een voorbeeld te noemen, dan zie je dat dat heel lang is geridiculiseerd. Om dat eindelijk op de nationale agenda te krijgen, heeft een decennialange strijd gekost. Hetzelfde silencing-mechanisme geldt ook voor etnisch profileren. Ik zag daar laatst iets over op de televisie, maar dat programma is dan weggestopt in de late uurtjes. Kennelijk heb je spectaculaire voorbeelden nodig om het op de agenda te krijgen en dat is problematisch.”

Tekst gaat verder onder afbeelding

Sterke mate van betrokkenheid

Net zo goed een vorm van silencing is dat rondom de Black Lives Matter-protesten in Nederland het vaak over andere dingen ging. Jones: “In de discussie over het protest op de Dam werd gezegd dat het niet in het algemeen belang was dat er zoveel mensen bij elkaar kwamen, omdat er een coronacrisis was. Terwijl je ook kunt zeggen dat er een crisis van systemisch racisme in de Nederlandse samenleving is. Door te focussen op de procedure van de demonstratie, verdween die dimensie in de politieke discussie naar de achtergrond.”
Zeefuik onderschrijft die stelling. “Wanneer een groep opgeschoten witte mannen op een of ander strand een boa aanvallen, maakt niemand zich druk of ze wel anderhalve meter afstand houden van elkaar. Maar wanneer het over racisme gaat, gaan we het hebben over de veiligheid, zodat we het niet over racisme hoeven te hebben.”

In reactie op de suggestie dat het hierbij om cynisme gaat, stelt Jones: “Dit is geen cynisme. Als je iemand cynisch noemt, zeg je eigenlijk dat die persoon niet constructief bezig is. Maatschappijkritiek is niet cynisch, het is juist constructief zijn. Het gaat om bouwen aan een samenleving, waarvan je een beeld hebt hoe die moet zijn. Het drukt juist een sterke mate van betrokkenheid uit.”
Bovendien, vult Zeefuik aan, aan wie stel je die vraag. “Vaak wordt aan Zwarte mensen gevraagd: ‘Hoe voorkom je dat je cynisch of boos wordt’. Terwijl het voorkomen van boos worden om racisme niet bij degene ligt die zich ertegen moet wapenen. De vraag is eigenlijk: Hoe zorg je er als persoon van de dominante groep voor dat je niet racistisch bent? Op die manier voorkom je boosheid.”

Jones vult aan: “Het probleem wordt verlegd naar de schouders die direct worden geraakt door racisme, terwijl je het eigenlijk zou moeten hebben over dominantie. Dominantie is het probleem.”

Acceptabel uitlaten

Zeefuik en Jones praten dan ook niet graag in termen als ‘ijzer smeden wanneer het heet is’ en ‘momentum vasthouden’. “Als je eens in de zoveel tijd een zwart vlakje plaatst op je Instagram, we don’t really care,” zegt Zeefuik. “Het gaat erom wat je doet buiten de schijnwerpers. Wat ben je bereid in te leveren als het gaat om je eigen privileges? Een momentum moet niet alleen afhangen van hoeveel Zwarte mensen bereid zijn om op de Dam te gaan staan, het hangt ook af hoeveel witte personen bereid zijn hun verantwoordelijkheden te nemen. Heb je het erover met vrienden en familie? Spreek je politici erop aan? Wat doe je concreet om het beleid te veranderen? Hoe maak je ruimte?”

Momentum, hype, hoe je het wendt of keert, op het oog lijkt een verschuiving plaats te vinden. Zelfs premier Mark Rutte draaide in zijn standpunt over zwarte piet en dat het misschien toch wel een twijfelachtige figuur was. “Hij was voor verandering, maar voegde er wel aan toe dat die verandering dusdanig moest verlopen dat mensen zich niet bedreigd gaan voelen,” zegt Jones. “Wat hij eigenlijk zegt, is: Je moet je zo uitlaten over racisme dat het acceptabel is. Dat mensen geen aanstoot nemen aan je kritiek. In die zin reproduceert hij bepaalde koloniale hiërarchieën. Je kunt heel makkelijk zeggen: 'We zijn er solidair mee', maar wat betekent het substantieel voor je attitude en voor datgene wat je uitdraagt in termen van politieke inzet voor gelijkwaardig burgerschap?”

Een beklad standbeeld van Leopold II, voormalig koning der Belgen. De huidige Belgische koning Filip heeft zijn "diepste spijt" betuigd voor de wandaden in Congo in de koloniale periode tijdens het bewind van een van zijn voorgangers, koning Leopold II. De monarch deed dat in een brief aan president Félix Tshisekedi van Congo, een voormalige kolonie van België.

Verbijzondering van racisme

De grootste uitdaging zit ‘m ook daarin, om duidelijk te maken dat er in Nederland net als in de VS institutioneel racisme is, met het etnisch profileren door de Belastingdienst als een van de recentste voorbeelden daarvan. “Men ziet het echter niet als systemisch,” zegt Jones. “Met systemisch bedoel ik dat het een probleem is dat in het weefsel van de samenleving zit. Het wordt neergezet als uitzondering, die toevallig naar buiten is gekomen en een afwijking is van de norm. Zodoende is het een verbijzondering van het racisme, terwijl je dat als een cultureel fenomeen kunt zien. Dat verander je niet door een wetje aan te nemen, wat mensen te verplaatsen of een onderzoek te starten. Het gaat, zoals Simone zegt, over verantwoordelijkheid nemen voor je eigen privilege.”

Volgens Jones leven we in kwetsbare tijden, het dubbeltje staat op zijn kant. “Ik ben niet iemand van de hoop, maar dat wil niet zeggen dat er geen hoop is. Dat komt met name door de groep mensen waar Simone onderdeel van is, die dit onderwerp aanhangig hebben gemaakt in musea, bij de politie, en ook bij zoiets als zwarte piet. In die zin denk ik dat de discussie zich heeft verbreed, tegelijkertijd hebben we te maken met de normalisering van een extreem-rechts gedachtegoed in de politiek. Dus vanuit die optiek denk ik niet dat hoop op zijn plaats is.”

Activisten in Glasgow hingen begin juni alternatieve straatnaambordjes op in het centrum van de stad, bijvoorbeeld van Rosa Parks, activist ten tijde van de Burgerrechtenbeweging in de VS en voormalig Black Panther-voorman Fred Hampton.

Geen gerechtigheid in de wet

Zeefuik en Jones zien overlap tussen de Black Lives Matter-beweging en de Burgerrechtenbeweging, die onder aanvoering van Martin Luther King vanaf de jaren vijftig en zestig in de VS streed voor wettelijke gelijkheid van mensen van Kleur. “Het doel van BLM is glashelder,” zegt Jones. “Ze willen dat het institutioneel racisme en het geweld tegen Zwarte mensen, of eigenlijk alle gemarginaliseerden, op een institutioneel niveau wordt aangepakt. Bij beide bewegingen gaat het om gelijkwaardig burgerschap en kritiek op de erfenis van het koloniaal en geracialiseerd geweld in de samenleving.” 

Toch is het wrang dat ruim vijftig jaar nadat de Burgerrechtenbeweging haar doel bereikte en gelijke behandeling per wet afdwong, dezelfde strijd nog altijd wordt gestreden. “Mensen vinden dat Zwarte mensen erop moeten vertrouwen dat de wet voor ons net zo werkt als hoe die werkt voor witte mensen,” zegt Zeefuik. “En dat we eigenlijk niets meer hebben om voor te vechten. Maar je ziet keer op keer dat de wet op bepaalde manieren niet, of helemaal niet, lijkt te gelden wanneer het gaat over gerechtigheid voor Zwarte personen. We moeten blijven strijden voor gerechtigheid, want wij halen gerechtigheid niet uit de wet.”  

Twee categorieën Nederlanders

Een goed voorbeeld hiervan is een wetsvoorstel van de VVD-kamerfractie uit 2012, dat beoogde de vrije vestiging van rijksgenoten uit de voormalige Nederlandse Antillen, die allemaal de Nederlandse nationaliteit hebben, te beëindigen. Uiteindelijk sneuvelde dit wetsvoorstel in 2016 in de Tweede Kamer omdat het juridisch niet houdbaar was.

“Die wet moest een onderscheid maken tussen Antilliaanse Nederlanders en Europese Nederlanders op de eilanden, waar het ging om vrije vestiging in Nederland,” zegt Jones. Voor mensen uit de tweede categorie zou de vrije vestiging blijven bestaan, voor die uit de eerste categorie niet. “Zo zie je dus dat er een geracialiseerd onderscheid wordt gemaakt door twee categorieën Nederlanders te construeren. Het is veelzeggend dat de partij van de premier met zo'n wetsvoorstel kwam. Genoeg reden dus om ook vandaag de dag wetgeving kritisch te volgen.”

Foto van ontbijt

Actief en onophoudelijk met deze ongelijkheid bezig zijn, is het devies, ook buiten de schijnwerpers. En niet denken dat je met goede educatie alle problemen de wereld uithelpt en er bijvoorbeeld geen voedingsbodem voor extreem-rechts gedachtengoed is. “Mensen mogen iets meer eigen verantwoordelijkheid nemen,” zegt Zeefuik. “Ik heb op dezelfde scholen gezeten, en ik ben geen FvD-aanhanger. Natuurlijk heeft het deels te maken met het nog altijd super koloniale educatiesysteem in Nederland, maar het heeft ook zeker te maken met realiteiten waar je jezelf wel of niet voor afsluit.” 

Het gaat veel verder dan alleen scholing, volgens Zeefuik. “Het heeft te maken met hoe de media mensen in beeld brengen. Het heeft te maken met het taalgebruik van kranten. Het heeft te maken met termen als 'migratiegolf' en hoe er regelmatig over Zwarte en niet-Zwarte Personen van Kleur gesproken wordt alsof we natuurrampen zijn. Het heeft te maken met hoe de geschiedenis wordt verbeeld in musea. Het is een combinatie van alles. Alles moet tegelijkertijd worden aangepakt. Als we ontbijt kunnen maken en daar tegelijk een foto van op Instagram kunnen plaatsen, dan kunnen we multi-tasken.”