Na negen jaar oorlog staat een nieuw gevaar aan de poorten van Syrië: het coronavirus. Volgens mensenrechtenactivist Rajaa Altalli is de pandemie momenteel het grootste gevaar voor het land. In een brief aan de VN en de WHO roept ze daarom op voor een onmiddellijk staakt het vuren.

Rajaa Altalli

Rajaa Altalli

"Het coronavirus zou een disproportioneel grote hoeveelheid Syrische mensen het leven kunnen kosten bovenop de reeds gevallen slachtoffers in de burgeroorlog," schrijft de Syrische Rajaa Altalli in haar brief aan de Verenigde Naties en de Wereldgezondheidsorganisatie. "Het land is uitgeput, het immuunsysteem van de bevolking is ernstig verzwakt, we doen deze oproep voor medemenselijkheid om een humanitaire ramp te voorkomen."

Altalli was in het Amerikaanse Boston aan het promoveren in wiskunde toen de oorlog in haar thuisland uitbrak. Ze besloot terug te gaan en startte in 2012 het Center for Civil Society and Democracy (CCSD), een organisatie die goed bestuur en vredesonderhandelingen bevordert. De organisatie komt op voor burgerrechten en focust daarbij vooral op vrouwenrechten en gelijkheid. Na jaren van aandacht voor politieke processen ziet Rajaa Altalli de coronacrisis nu als het grootste gevaar voor de Syrische bevolking.

Social distancing is een niet bestaande luxe

"Gezondheidszorg is niet beschikbaar voor mensen in Syrië," vertelt Altalli aan de telefoon. "Als in een vluchtelingenkamp in het noordwesten van Syrië het coronavirus zich verspreidt, dan zou dat een gigantische ramp worden. Daar leven mensen soms met acht families in één ruimte, ‘social distancing’ is voor hen een luxe die ze niet hebben."

Altalli bevindt zich momenteel in Turkije. Vanuit Syrië bereiken haar veel bezorgde geluiden. "Er is een gebrek aan informatie en voorlichting en het systeem is niet bestand tegen een uitbraak. Er zijn amper functionerende ziekenhuizen, mensen kunnen gewoonweg niet geholpen worden."

Tekst gaat verder onder afbeelding

Een sanitairmedewerker desinfecteert een kamp voor ontheemde Syriërs naast het gemeentelijk stadion van Idlib in het noordwesten van Syrië, om de verspreiding van het coronavirus te beperken.

Samen tegen Covid-19

Een staakt het vuren is volgens Rajaa Altalli een eerste en essentiële stap, daarnaast schetst ze in haar oproep aan de VN en de WHO een aantal voorwaarden die nodig zijn om een coronacrisis te voorkomen. De eerste is om te zorgen dat de levering van wapens internationaal aan banden wordt gelegd, daarnaast moeten er voorlichtingscampagnes worden opgezet en zijn er materialen nodig tegen de verspreiding van het virus.

In haar brief pleit Altalli ervoor om mensen gratis op COVID-19 te laten testen, ongeacht welke politieke kleur iemand heeft. Bij het afnemen van een test moet men niet bang zijn om gearresteerd te worden. Sterker nog, de situatie in gevangenissen in Syrië is zo slecht, dat Altalli oproept tot een vrijlaten van gevangen genomen burgers. "Als het virus in een gevangenis uitbreekt, zal dat een gigantische hoeveelheid mensenlevens kosten."

Tekst gaat verder onder afbeelding

Turkse soldaten dragen maskers tegen het coronavirus, achter barricades langs de M4 snelweg in Noord-Syrië.

Het belang van een thuisbasis

De meest kwetsbare groep in de Syrische burgeroorlog noemt Altalli vluchtelingen, binnenlands ontheemden en gevangenen. "Het leven van deze mensen loopt groot gevaar. Nu is het moment om de strijd met COVID-19 aan te gaan, niet om die tegen elkaar te voeren."

"De coronatijd doet ons herinneren hoe belangrijk het is om een thuisbasis te hebben, aan hoe belangrijk je roots zijn," zegt Altalli. "Nu mensen wereldwijd lijden aan het virus doet het me verlangen naar mijn familie, naar mijn thuis. Syriërs verdienen een nieuwe start, een schone pagina. Ik hoop dat we in de toekomst de keuze hebben om naar ons moederland terug te keren."

Negen jaar oorlog in Syrië

De Verenigde Naties en de Arabische Liga schatten het dodenaantal in de oorlog in Syrië op 400.000. Schattingen van oppositiegroepen lopen uiteen van 384.000 tot 586.100 dodelijke slachtoffers. De oorlog begon in 2011 toen mensen de straat op gingen om te protesteren tegen president Bashar al-Assad. Sinds de ‘Arabische Lente’ zijn 5,6 miljoen Syriërs hun land uit gevlucht. Daarnaast zijn 6,6 miljoen mensen binnen Syrië ontheemd geraakt.

Op het moment van schrijven zijn er volgens de officiële cijfers 42 gevallen van COVID-19 besmettingen in Syrië, drie mensen zijn er overleden aan het coronavirus.