Hoe Randa haar negatieve verleden omzet in een missie

'In mezelf investeren is het mooiste dat ik mezelf ooit heb gegeven'

, Petra Platschorre

Na een leven vol angst en stress is Randa Elabeidi (41) eindelijk de persoon die ze wil zijn. Nu wil ze jongeren de aandacht geven die zij zo miste.

Inmiddels is het ruim tien jaar geleden. ‘Ik zat achter mijn computer en kon alleen maar staren. Er zat een stem in mijn hoofd die zei: “Randa, je moet nu wel wat gaan doen.” Maar er gebeurde niks.’

Randa, 41 jaar, perfectionistisch ingesteld en altijd op zoek naar erkenning, is een harde werker. Die bewuste dag zakt ze in elkaar. Een burn-out.

‘Ik vond het eng dat ik alleen voor me uit kon staren, dus ik besloot het toch maar aan mijn leidinggevenden te vertellen. Ik loop naar boven, en voor dat ik iets zeg: bam, lig ik op de grond. Jankend. Paniek.

‘Op het werk waren ze natuurlijk goed geschrokken. Ik wilde niet naar huis, maar uiteindelijk ben ik toch thuis gebracht. Ik zei nog tegen mijn collega’s: “Na het weekend ben ik er weer.” Ik ben daar nooit meer terug geweest.’

Tekst gaat verder na afbeelding

De bom geƫxplodeerd

De periode die volgt is niet mals. De eerste vier weken ligt Randa alleen maar in bed. Daarna komt ze ook in de woonkamer, waar ze op de bank voor zich uit staart. Alles kost grote moeite. Zelfs naar de wc gaan doet ze pas als ze het echt niet meer kan ophouden. Haar man neemt alle taken op zich. De kinderen worden naar de schoonouders gebracht, en na het werk weer opgehaald. Maanden gaat het zo door.

De bom is geëxplodeerd, zo voelt het voor Randa. ‘Al jaren voelde ik een soort bom zitten, een drukkend gevoel in mijn buik. Natuurlijk wist ik wat die bom was. Maar ja, waar begin je met ontmantelen?’

Tekst gaat verder na afbeelding

Trauma door inval

Die bom bestaat uit angsten en stress die Randa vanaf haar jeugd met zich meedraagt. Randa’s ouders scheiden al snel. Na de scheiding woont ze een tijdje in Jordanië met haar moeder, om voor haar zieke oma te zorgen.

Eén van de grote trauma’s krijgt Randa op haar vijfde, wanneer ze weer in Nederland woont. Haar moeder is net hertrouwd en samen met het gezin en Randa’s oom wonen ze in Delft. Haar oom heeft een Nederlandse vriendin. De ex van deze vriendin valt op een nacht Randa’s huis binnen met een groep vrienden.

‘Ik zie dat nu nog steeds voor me. Daar is al een groot deel van mijn angst ontstaan. Een tijdje daarna kregen we de mededeling dat mijn oom was vermoord. Dat vergeet ik ook niet meer.

‘Je bent dan misschien klein, maar je krijgt wel alles mee. Ik heb er nooit met iemand over gesproken. Ik was kind en hobbelde mee. Ik weet nog dat we naar Jordanië gingen voor de begrafenis. Dat heb ik helemaal alleen moeten dragen.’

Tekst gaat verder na banner

Niet aanstellen

‘Ik merkte dat die herinnering steeds naar boven kwam. En ik bleef maar tegen mezelf zeggen: “Stel je niet aan, het is al zo lang geleden. Je was nog klein.” Dat heb ik al die tijd gedaan. Op een gegeven moment werd ik heel bang dat mijn eigen broertje dood zou gaan.’

Ondertussen gaat het niet goed met Randa’s moeder. Ze is zwaar depressief. ‘Mijn moeder komt uit een jeugd die nog honderd keer zo erg is als die van mij. Dat wist ik toen niet. Zij had dat nooit verwerkt, en wist niet beter dan dat je in een strenge cultuur moet leven. Als je jezelf nooit geholpen hebt, dan weet je natuurlijk ook niet hoe je je kinderen moet helpen.'

Alle taken overhevelen

Randa wordt iets ouder, en krijgt alle verantwoordelijkheden. Het huishouden, en het zorgen voor haar broertje vanaf haar achtste. Als ze twaalf jaar is, zijn dat inmiddels drie broertjes. ‘Ik ging gewoon buiten spelen en liet mijn broertjes thuis slapen. Ik was ook maar een kind. Als ik thuis kwam stonden ze huilend in hun bedje.

‘In het begin werkte mijn moeder. En daarna, geen idee. Weg, depressief. Mijn stiefvader was er wel, maar niet in de opvoeding. Zodra ik na school thuiskwam, werden alle taken naar mij overgeheveld. Zeker toen ik ouder werd, werd dat van mij verwacht. Ik kon het ook nooit goed doen.’

Een van haar broertjes gaat Randa zelfs ‘mama’ noemen. En buitenstaanders denken dat ook. ‘Ik ging een keer naar zo’n meer en nam mijn broertjes mee. Een van mijn broertjes kroop weg. Toen riep een vrouw: "Mevrouw, uw kindje kruipt weg!” Dat vergeet ik nooit meer. Ik was zelf kind, ik was elf of twaalf. Ik vond het zo bizar dat zelfs zij dachten dat ik moeder was, daarom ben ik het nooit vergeten.’

Tekst gaat verder na afbeelding

Spagaat van culturen

Op de middelbare school gaan de problemen door. Randa zit in een spagaat tussen de Arabische cultuur van thuis en de Nederlandse cultuur, waardoor ze zich erg eenzaam voelt. Ze onderdrukt al haar gevoelens, en dat uit zich in fysieke klachten.

‘Ik had last van spastische darm, door stress. En ik had extreme migraine-aanvallen als kind, ook puur door stress. Ik kreeg een acute blindedarmontsteking en was bijna dood. Ik mankeerde fysiek gewoon heel veel.

‘Voor die fysieke klachten ging ik wel naar de huisarts. Die wist ook van de thuissituatie. De huisarts zei toen op een gegeven moment: “Je hebt echt hulp nodig, je moet met iemand gaan praten.” Maar dat mocht niet van mijn moeder. Mijn moeder wilde daar niets van weten.’

Tekst gaat verder na afbeelding

Verstrikt in eetstoornis

Op een gegeven moment besluit Randa samen met een vriendin een nieuw dieet uit te proberen. En het werkt: Randa valt af en krijgt veel complimenten. ‘Ik dacht: “Wauw, ik krijg aandacht. Mensen zien me.” Dat vond ik natuurlijk zo fijn, dat ik ging doorslaan in het diëten. Een keer een appel eraf, of een boterham, een schepje minder avondeten. Totdat ik er helemaal in verstrikt zat en anorexia kreeg.

‘Die aandacht is de oorzaak van mijn eetstoornis geweest. Niet omdat ik mezelf te dik vond blijven, nee, echt de aandacht. Daar hunkerde ik al die jaren naar. Tot ik vastzat in die anorexia. Dat was echt een hel.’

De situatie verandert als Randa samen met haar moeder op bezoek gaat bij haar tante in Amerika. Hier moet ze wel eten. ‘Je komt terecht in een Arabische familie, weiger daar maar eens te eten. En je komt in Amerika, waar ze all-you-can-eat-buffetten hebben die we hier in Nederland nog niet kenden. Er ging een wereld voor mij open, want ik hield echt wel van eten. De verleiding was zo groot. Binnen no-time kwam ik aan. En toen raakte ik in paniek.’

De anorexia slaat om in boulimia. Randa propt zich helemaal vol, en gooit dat er later weer uit. Eerst één keer per dag, daarna wel drie, vier of vijf keer. ‘Niemand wist het. Ik kon dat gewoon heel goed verbloemen. Zeker als je dat van kleins af aan leert.

‘Uiteindelijk ben ik via de huisarts bij een diëtiste terecht gekomen, niet bij een psycholoog. Ik wilde het gewoon alleen doen. Dus ik ben, met behulp van de diëtiste, op eigen kracht van mijn boulimia afgekomen. Maar een eetstoornis raak je nooit meer helemaal kwijt.’

Tekst gaat verder na afbeelding

Het lampje ging uit

Randa hoopt op een ommekeer wanneer ze op haar 24e in het huwelijksbootje stapt en naar Waddinxveen verhuist. Dat valt tegen. ‘Ik kwam terecht in een dorp waar ik niemand kende, en was al onzeker. Ik raakte meteen zwanger. Daardoor moest ik direct stoppen met mijn anti-depressiva. 

‘Ik kreeg een kind en dus opnieuw verantwoordelijkheid. Ik had nergens een periode meegemaakt waar ik echt vrij was en kon genieten. Mijn klachten werden alleen maar erger.

‘Nu zijn mijn man en ik niet uit elkaar te krijgen, maar in het begin… Ik was doodongelukkig, zwanger, depressief. Mijn man wist helemaal niet hoe hij daar mee om moest gaan. En we waren allebei ook hartstikke koppig. Het was echt een drama-periode.’

Randa kreeg een tweede dochter en het gezin verhuisde naar het huis waar ze nu wonen. ‘Ik denk dat daar ergens de druppel is geweest. Het lampje ging uit.’

Tekst gaat verder na afbeelding

Sterke, stevige moeder

Na haar ineenzakking komt Randa via werk bij een psycholoog terecht, voor haar burn-out. Er volgt een periode van ruim tien jaar keihard werken. De eerste vijf jaar om alles te verwerken, daarna nog vijf jaar om te investeren in haarzelf, zoals Randa het noemt. ‘Op een gegeven moment kwam ik zelf met dingen. “Hier wil ik nog aan werken, dit wil ik veranderen.” Ik wilde net zo lang doorgaan tot ik echt een sterke, stevige moeder zou zijn, die de wereld aan kan. Ik had ook na vijf jaar kunnen stoppen.’

Een van de grootste drijfveren om te veranderen is Randa’s omgang met haar drie dochters. Die gaan soms net zo tekeer als haar moeder. ‘Toen dacht ik: “Oh mijn god, nee, dit ga ik niet doorgeven.” Dat is voor mij de eye-opener geweest. Dus ik heb ervoor gekozen om met mezelf aan de slag gegaan.

‘Nu ben ik echt happy  met mezelf. Ik ga heel anders om met mijn kinderen. En natuurlijk heb je wel eens een conflict met je partner, maar we hebben bijna nooit meer ruzie. We hebben zoveel meegemaakt. Ieder ander was allang weg gegaan. Ik was daar vaak verbaasd over. Dan dacht ik: “Hoe houd je het vol?”

‘Ik sta nu zo anders in het leven. Maar dat komt omdat ik er zelf voor gekozen heb om heel veel te investeren. Dat is het mooiste wat ik mezelf ooit heb kunnen geven.’

Tekst gaat verder na afbeelding

Randa staat nu heel anders in het leven

Erkenning is essentieel

‘Inmiddels hebben mijn moeder en ik een hele andere band. Je vergeet het nooit, je draagt het altijd met je mee. Maar, ik weet ook dat het je nergens brengt om altijd met verwijten te lopen. De enige die daar vooral last van heeft ben je zelf. Dus ik heb geleerd om met liefde naar het verleden te kijken, hoe raar dat ook klinkt.

Bovendien wist haar moeder op dat moment ook niet beter, vindt Randa. ‘Zij heeft ook een verschrikkelijke jeugd gehad, en dat wil niet zeggen dat zij ons zo had mogen behandelen, maar zij heeft haar best gedaan op dat moment. En dit was het op dat moment voor haar.

‘Het helpt ook dat ze nu wel inziet hoe fout het is geweest. Ze erkent het. En daarom hamer ik zo op erkenning. Dat is één van de meest belangrijkste dingen voor een mens. Erkenning is essentieel en die heeft ze me gegeven, en mijn vader ook. Zo kon ik het verwerken en een plek geven.

‘Maar het begint met je eigen gevoelens serieus nemen. Erken je eigen gevoelens. Want als de ander dat niet doet, en jij zelf ook niet, dan gaat het fout.’

Tekst gaat verder na afbeelding

Huiskamer voor jongeren

Ruim tien jaar na haar burn-out werkt Randa weer. Ze heeft nu een coachingspraktijk, maar haar hart ligt bij het opzetten van een ‘huiskamer’ voor jongeren. Om erkenning en aandacht te geven aan jongeren in haar woonplaats. ‘De bedoeling is dat er een veilige, warme sfeer heerst. De jongeren mogen komen wanneer ze daar behoefte aan hebben. Ik ben daar dan op de locatie aanwezig, maak een babbeltje.

‘Als iemand daar geen behoefte aan heeft, dan is dat ook oké. Het gaat erom dat ze echt zichzelf kunnen zijn. Zonder een masker, zonder het gevoel te hebben dat ze iets niet goed doen.

‘Hoe ik het dan voor me zie, is dat er dan van lieverlee een vertrouwensband ontstaat, en als er dan behoefte is om te praten, dan kunnen ze altijd met hun dingen bij mij terecht. Als er meer hulp nodig is, dan kan ik ze doorverwijzen.

‘Maar in eerste instantie gaat het om die pure aandacht. Gewoon een lekker kopje thee, hoe was jouw dag, interesse tonen. Dat ontbreekt gewoon heel vaak.’

Tekst gaat verder na afbeelding

Problemen voor zijn

In het centrum wil Randa ook thema-avonden en workshops organiseren. Om jongeren te laten nadenken over hun leven en problemen waar ze tegenaan lopen. Want: ‘Waar leer je nou eigenlijk om te gaan met tegenslag? Alleen al hierover praten is zo belangrijk.

‘En wat zijn eigenlijk jouw mooie kwaliteiten? Want die hebben we ook. Daar wordt geen aandacht aan besteed. Het is toch veel belangrijker om die eigenwaarde te voeden in plaats van al dat negatieve? Als je jezelf niet goed genoeg vindt, hoe ga je je dan ontplooien? Ik vind het zo vreemd dat daar zo weinig aandacht voor is.

‘Laten we die jongeren echt zien, horen en erkennen. Als je er op tijd bij bent, is de kans groter dat ze meer uiten en over dingen praten. Dat verkleint aanzienlijk de kans op psychische problemen, een eetstoornis, criminaliteit. Daarom pleit ik hier zo voor. Je moet preventief werken. Er wordt veel gezeurd op de GGZ, over de wachtrijen van hier tot Tokio, maar je moet dat voor zijn.’