Zo lijdt Zambia onder de klimaatcrisis

, Josse Wiering

Zoals een Italiaan niet kan zonder spaghetti, kunnen mensen in Zambia niet zonder maïs. Maar dat moet veranderen, vindt Jane Zulu. "De maïs-georiënteerde cultuur zorgt voor ondervoeding, obesitas, corruptie en verwoesting van de vruchtbare grond."

De klimaatcrisis waar we ons in bevinden, is op veel plekken in de wereld duidelijk voelbaar. Neem Zambia, waar grote droogte zorgt voor mislukte maïsoogsten, het gewas waar het grootste deel van de bevolking van afhankelijk is. Mede hierdoor behoort Zambia tot de vijf landen waar honger het meest voorkomt en de situatie alarmerend is, stelt de  Global Hunger Index.

Op de World Food Day afgelopen week bespraken voedselexperts van over de hele wereld problemen in de verschillende voedselsystemen en probeerden samen duurzame oplossingen te vinden. Ook Jane Zulu uit Zambia betrad het podium.

Zulu werkt voor de prganisatie Consumer Unity and Trust Society (CUTS), in samenwerking met de Nederlandse organisatie Hivos, en weet als geen ander wat er mis is met het voedselsysteem in haar land. Wij spraken haar om meer te weten over het voedselprobleem in Zambia en wat er aan te doen is. "De bevolking denkt: als er geen maïs is, dan is er geen voedsel."

Jane Zulu spreekt op de World Food Day

Ingrediënt nummer één

Met de kolonisatie van Zambia is de maïs door de Engelsen het land binnen gebracht. Langzamerhand zijn de gele korrels gegroeid tot ingrediënt nummer één in de Zambiaanse keuken. Voor de meeste Zambianen is een dag zonder maïs nu niet meer in te denken.

“Veel oude Zambiaanse gerechten en gewassen zijn vergeten,” zegt Zulu. “En dat is problematisch. Met de jaren zijn we er steeds meer achter gekomen dat maïs helemaal niet zo gezond is, maar dat het zorgt voor obesitas en ondervoeding. Daarom moeten we overstappen naar voedzamer, diverser voedsel.”

De mislukte maïsoogsten in het land hebben deze overstap nog een stuk urgenter gemaakt. “In Zambia bestaat tweederde van de verbouwde gewassen uit maïs. Maar maïs overleeft de droogte waar we mee te kampen hebben niet. Millet, een soort graan, zou wel tegen deze droogte bestand zijn en dus voor voedsel kunnen zorgen. Alleen dat verbouwen de boeren niet.”

Bovendien is de herhaaldelijke maïsproductie slecht voor de grond. “Het is nooit goed om slechts één gewas op een stuk grond te verbouwen,” zegt Zulu. “Dat droogt de grond uit en maakt haar minder vruchtbaar. Voor een gezonde grond is diversifactie van de gewassen belangrijk.”

Ghost-farmers

Ook het systeem waarmee de overheid de maïsproductie in stand houdt, genaamd 'FISP', brengt problemen met zich mee, volgens Zulu. De Zambiaanse overheid geeft de boeren middelen om maïs te produceren, zoals kunstmest en nieuwe zaden en in theorie lijkt dit een goed systeem.

Alleen maken zogenaamde ‘ghost-farmers’ misbruik van dit systeem. "Ghost-farmers zijn mensen die zich onder een vals ID opgeven als boer en zo producten innen, die eigenlijk voor echte boeren bedoeld zijn. Ze verkopen bijvoorbeeld kunstmest voor een hoge prijs door, en verdienen daar veel geld aan."

En door corruptie binnen de overheid, is dit een praktijk die in stand gehouden wordt. "Ook mensen binnen de overheid verdienen aan de zwarte opbrengsten van de ghost-farmers. Zo komen de arme boeren niet aan de producten die ze nodig hebben voor hun productie."

Een uitgedroogd maïsveld in Zambia

"Als er geen maïs is, is er geen voedsel"

Zulu wil dat er verandering komt in deze praktijken. Een van de oplossingen is het zogeheten E-voucher systeem. Ook binnen dit systeem deelt de overheid landbouwproducten uit aan de boeren, alleen gebeurt dit online én zijn de vouchers niet alleen op maïs gericht, maar bijvoorbeeld ook op vee en sojabonen. "Doordat de producten online worden uitgedeeld, is het voor de ghost-farmers moeilijker om hun praktijken uit te voeren.

 "Daarnaast promoot de overheid op deze manier het gebruik van andere gewassen dan maïs, wat goed is in de strijd tegen hongersnood, voor de gezondheid en de grond." Het E-voucher systeem is nu deels geïmplementeerd door de Zambiaanse overheid, maar het meeste geld voor de boeren gaat nog steeds naar de FISP.

En daar zit nog een andere reden achter. "Wanneer je als politicus maïs uitdeelt, maak je je populair bij het volk," zegt Zulu. "Dan denken mensen dat de regering om ze geeft. Bij het uitdelen van andere gewassen, maak je jezelf minder geliefd bij het volk. Bij de Zambiaan leeft namelijk nog steeds het idee: als er geen maïs is, dan is er geen voedsel. De politiek kan het volk paaien met de maïsproductie en heeft daar dus belang bij. De hongersnood die daaruit voortkomt, heeft voor de regering geen prioriteit."

Verkooptraining

Het  voedselsysteem in Zambia werkt dus nog niet genoeg, meent Zulu. "Er moet echt een cultuuromslag komen. Mensen moeten bekend worden met gerechten zonder maïs, en leren dat dit voedzamer, gezonder en beter voor het land is." 

En daarvoor is bewustwording belangrijk. Een belangrijke spil in de voedselverkoop is de informele sector. "Tachtig procent van het voedsel dat we in Zambia kopen, komt van straatverkopers. Dat zijn dus de mensen die we willen bereiken. Met CUTS geven we trainingen aan deze verkopers, over de nadelige gevolgen van maïs en het belang van een diverser aanbod. Als dat aanbod er is, werkt dat door naar consumenten.

Tekst gaat verder na afbeelding

Straatverkoper verkoopt nu andere producten dan maïs

"In Chongwe, een plaats in ruraal gebied, was een project van CSPR, een organisatie die strijd tegen armoede. Daar kookte een groep vrouwen voor zo’n honderd man, om te laten zien wat voor gerechten je kunt maken met andere gewassen dan maïs. Veel mensen weten namelijk niet hoe je een lekkere maaltijd kan klaarmaken zónder de zoete, gele kolven."  

Van boer tot consument

Maar het belangrijkst, vindt Zulu, is het creëren van 'multi stakeholder platforms'. Dat zijn plekken of momenten, waarop alle  gebruikers van het voedselsysteem samenkomen, van consument tot boer, van straatverkoper tot overheid, om te praten over de problemen en de benodigdheden. "Alleen als we met z’n allen werken aan oplossingen, kunnen we het systeem echt veranderen.  

"Maar verandering is moeilijk. Voor iedereen. Als je van school wisselt, als je verhuist en ook als je je voedselpatroon moet veranderen. Het gaat dus echt nog wel even duren voordat het nieuwe eetpatroon volledig geïmplementeerd is. Maar we gaan de goede kant op."

Wil je meer weten over CUTS, de organisatie waar Zulu voor werkt? Kijk op hun website. Voor meer informatie over de Nederlandse organisatie Hivos, waar CUTS mee samenwerkt, klik op deze link