‘Sommige keuzes zijn onontkoombaar’

Interview Thomas Vroege

, Conny van der Meer

In zijn nieuwe film A Stranger Came to Town laat Thomas Vroege een andere kant van de Syrische revolutie zien. Hij vroeg vier mensen uit Aleppo naar hun verhaal. Nu mag hij zelf vertellen.

Waarom wilde je de film A Stranger Came to Town maken?

‘Ik heb eerder de film 9 Days From My Window gemaakt, in samenwerking met de Syrische fotograaf Issa en documentairemaakster Floor van der Meulen. Die film is een ooggetuigenverslag van Issa Touma, die vanuit zijn appartement in Aleppo ziet hoe er voor zijn deur een checkpoint wordt gebouwd door het Syrische Vrije Leger. Vanaf dat moment zit hij opgesloten in zijn gebouw en legt hij de geboorte van de revolutie vast met zijn camera. Voor mij was dat een andere blik op de Syrische revolutie: deze revolutionairen hadden goede bedoelingen voor hun land, maar zorgden ook voor terreur en voor het feit dat Issa zijn huis niet meer uit kon. Na 9 Days From My Window wilde ik graag spreken met mensen die aan de andere kant stonden en dus pro-revolutie waren. Ik wilde weten wat zich afspeelde tussen de begindagen van de revolutie tot het omslagpunt van het gewapende conflict.’

Hoe heb je de vier geïnterviewden gevonden?

‘Met Issa heb ik dus eerder een film gemaakt. De anderen heb ik via via gevonden, vanuit een bepaald profiel waar ik naar zocht. Ze komen allemaal uit de stad en zaten dus op de eerste rang toen de revolutie uitbrak. Daarnaast hebben ze ongeveer hetzelfde meegemaakt, maar dit verschillend geïnterpreteerd. In de film zitten twee Koerden, een Soennitische Arabier en een Armeense Christen. Dat is belangrijk om te begrijpen hoe verschillende bevolkingsgroepen in het conflict staan.’

Je hebt eerder films gemaakt die over Syrië gaan. Welke link heb je met het onderwerp?

‘Ik heb een blauwe maandag politicologie gestudeerd, dus politieke onderwerpen hebben mijn interesse. Toen ik een aantal jaar geleden toevallig op het verhaal van Issa stuitte, inspireerde hij mij heel erg. Hij gaf een lezing over het belang van kunst in oorlogsgebieden. De barbarij in zijn land vastleggen was voor hem als cultureel activist de enige manier om het tegen te gaan. Dat sprak mij aan.’

Wat hoop je dat mensen meenemen of leren van de film?

‘In de film staan mensen met verschillende belangen tegenover elkaar. Ik hoop dat mensen zien dat sommige beslissingen en keuzes niet te voorkomen zijn. Vanuit een principieel standpunt kun je tegen het gebruik van wapens zijn, of kun je juist zo tegen onderdrukking zijn dat je alles geoorloofd vindt. Maar ik hoop dat je bij het kijken van deze film, ongeacht je principes, met de personages kan meeleven - puur vanuit een menselijk gegeven en vanuit de situaties waarin mensen terechtkomen.’

Waarom is er voor deze titel gekozen?

‘De titel is een verwijzing naar een oude Hollywood loglijn, die zegt dat alle verhalen kunnen worden teruggebracht tot het gezegde a stranger came to town. Dat zien we op drie manieren. Ten eerste heeft de film een proloog en een epiloog die een cynisch commentaar zijn op hoe we verhalen maken. Dat is een gedachte die je mee kunt nemen tijdens het kijken van de film en zegt iets over hoe verhalen de werkelijkheid op een bepaalde manier framen. In het Westen hebben we bijvoorbeeld de opkomst van IS pas laat gezien. Het leek plotseling te komen, maar de mensen in Aleppo zagen al vanaf het begin dat er mensen met een andere agenda waren. Hoe hebben wij dan gekeken?

Daarnaast zit de tragedie van de film in het moment dat de rebellen worden opgeroepen door de revolutionairen. Ze weten niet wie het zijn, maar er is geen keuze: ze hebben hulp nodig. Daar wordt eigenlijk het paard van Troje binnengehaald. De rebellen zijn de stranger en Aleppo is de town. Ten slotte zijn de strangers  ook de mensen in de film, die vanuit Aleppo moesten vluchten en naar onze town kwamen.’

Wat is de rol van de westerse media die je tussendoor hoort?

‘Ik wilde in beeld brengen hoe de media aan de ene kant informatief is, maar aan de andere kant een sensationeel karakter heeft. In de film zit een fragment van CNN over de New York Times, die rapporteert dat er ‘mogelijk sprake is van Al Qaida groeperingen in Syrië.’ Achteraf is het onvoorstelbaar dat daaraan getwijfeld werd.’

Welk inzicht heb je zelf gekregen tijdens het maken van de film?

‘Ik heb Issa een keer de ultieme reportervraag gesteld, namelijk: wat is nu de situatie in Aleppo? Die vraag wordt in het nieuws dagelijks gevraagd aan correspondenten, maar is natuurlijk onmogelijk te beantwoorden. Hij lachte me vierkant uit en zei: “Ik heb echt geen idee. Niemand weet het. Het enige wat ik voor je kan doen is beschrijven wat er in deze straat gebeurt. Zo complex is het.” Die gedachte zit in de film en is eigenlijk altijd een probleem bij het maken van verhalen. Het is geen aanklacht tegen de media, want iedereen doet zijn best om zo goed mogelijk verslag te doen van een situatie. Maar er zijn altijd grote vragen die niet te beantwoorden zijn. Dat is tragisch.'

Welk moment tijdens het filmen zal je bijblijven?

‘Dat zijn er veel, maar waar ik nu aan denk is het moment dat Ferhad vertelt dat hij PTSS heeft en daardoor veel nachtmerries. Hij kan zijn vrouw dat niet vertellen, wil haar niet belasten. Dat is een heel heftig en emotioneel moment dat op mij veel indruk heeft gemaakt.’