'Samen door de modder'

Bram Suijker over deelname 'De vloer op'

, Petra Platschorre

In dit nieuwe seizoen van 'De vloer op' zien we niet alleen nieuwe improvisaties en nieuwe opdrachten, maar ook: twee nieuwe acteurs. Een van hen is Bram Suijker. 'Meestal is een improvisatie een reeks gemiste kansen.'

De 29-jarige acteur studeerde in 2013 af aan de Toneelacademie Maastricht. Na zijn afstuderen kwam hij terecht bij Het Nationale Theater, waar hij in meerdere voorstellingen speelde en waar hij sinds 2016 vast bij het ensemble zit.

Ook op tv was Bram te zien. Zo speelde hij onder andere in Van God los, Zuidas en Lost & Found. Al eerder deed hij mee met De vloer op jr., dus helemaal nieuw is het programma niet voor Bram.

Hoe vind je het om mee te mogen doen aan 'De vloer op'?

‘Ik vind het wel een eer.  Het is wel een ding. Mijn moeder kijkt het programma al heel erg lang, dus die is super trots dat ik mee mag doen. Dat is eigenlijk het leukste voor mij. Dat ik zo mijn moeders beeld in ‘schuif’, dat vind ik wel heel leuk.’

Wat gaat het verschil zijn tussen 'De vloer op jr.' en 'De vloer op' voor volwassenen?

Ik denk dat de humor anders gaat zijn bij de volwassenen dan bij de jeugd. Ik denk dat dat even schakelen wordt. Bij de jeugd dachten we bijvoorbeeld dat we een soort van slimme twist met zijn tweeën zaten te spelen. Dat pikten ze niet zo op. Maar als je daar dan het woord ‘scheetjes’ zei, dan vonden ze dat heel leuk. Dus ik denk wel dat dat een verschil is.’

Bram Suijker en Sanne den Hartogh

Is het spannend om te improviseren met camera’s erbij?

‘Van te voren heb ik wel spanning, tijdens niet echt. Je weet niet wat je gaat doen, maar je gaat het wel doen. En dan is het heel spannend dat het wordt opgenomen. Dan denk je: “Als ik op mijn bek ga, dan staat het vastgelegd.” Maar als je eenmaal aan het spelen bent, dan is dat eigenlijk niet meer relevant. Het gaat gewoon om de persoon tegenover je, of personen als het er twee zijn. Als je er een beetje lekker in zit dan gaat daar al je concentratie naar toe en dan vergeet je die camera’s.’

Tekst gaat verder onder de banner

Hoe ligt improviseren jou?

‘Ik vind improviseren vrij moeilijk. Ik ben er niet slecht in, maar op school was het niet mijn sterkste punt. Als je teveel probeert te sturen dan wordt er teveel bedacht hoe de scène moet worden. Want het moet echt uit twee mensen komen, die met elkaar tennissen. Dus als je teveel ideeën hebt, dan maak je het een beetje kapot. En dat is wel wat ik snel doe. Daarom vind ik het ook extra leuk om weer een keer te doen.

‘Ik heb improviseren na de toneelacademie eigenlijk niet veel meer gedaan. We doen wel prive-improvisaties, daar zit dan geen publiek bij. Dat zijn gewoon prive-sessies, met de regisseur en acteurs die je kent. En dat is toch wat anders, dat is toch meer zoeken dan dat je echt een scène moet spelen.’

Regisseur Peter de Baan en acteur Bram Suijker

Wat voor soort opdracht ligt je goed?

‘Ik vind het makkelijker om een komisch probleem te improviseren dan een dramatisch probleem. Want drama vergt gewoon meer inleving, meer emotionele toewijding. Je krijgt informatie, maar die is super nieuw. Dus die doet jou als persoon eigenlijk niks. En dat moet je dan spelen, maar in een improvisatie vind ik dat heel moeilijk. Je hebt het nog niet doorgemaald en doorleefd. De insteek zou ik dus luchtig houden.

‘Het is soms wel fijn om wat kaders te krijgen bij een opdracht. Als er in de opdracht al wat problemen zichzelf voorspellen. De ene wil bijvoorbeeld net gaan samenwonen terwijl de ander het net wilt uitmaken. Die is dan misschien niet zo goed, maar dat is wel een probleem waarvan je weet dat het boven tafel komt.

‘Een kader is dus op zich wel prettig, maar als er te veel informatie wordt gegeven en je bent zenuwachtig, dan houd je het niet. Dan ben je niet goed aan het luisteren. Dan hoor je de opdracht, maar dan ben je alleen maar aan het denken: “Ik moet zo op, ik moet zo op”. En dan hoor je niet wat er tegen je gezegd wordt.

‘Maar de rest om je heen is niet zenuwachtig, want die hoeven niet de vloer op. Dus die horen het allemaal wel. En op de vloer ga je fouten maken. Dan wordt het wel heel spannend. Een vrije opdracht is dan prettiger, want dan kan je zelf alles bepalen. En de ander kan ook meer sturen. Je kunt gewoon iets zeggen, en dat is dan waar. Dat moet de ander meenemen.’

Bram Suijker en Anna Raadsveld

Waar haal jij je inspiratie vandaan voor een improvisatie?

‘Eigenlijk heb je geen tijd om je te laten inspireren door dingen. Er komt gewoon naar boven wat er naar boven komt. En het belangrijkste is het samen blijven spelen. Volledig met je aandacht bij de ander zijn en wat je te binnen schiet, schiet je te binnen.

‘Ik ben ik. Ik ben Bram. En met een improvisatie al helemaal. Je kan niet helemaal een karakter af hebben. Dus je krijgt gewoon negentig procent Bram. En ik ben al mezelf 29 jaar lang. Daar zitten bepaalde dingen bij die erin geslopen zijn. Karaktertrekken. Daar kom je niet onder uit.

‘Je reageert dus vooral op je eerste impulsen, en je kijkt wat aankomt en daar probeer je dan een route door te vinden. Samen door de modder. Meestal is een improvisatie een reeks gemiste kansen. Het loopt gewoon niet zoals je wilt. Als je een opdracht krijgt heb je meteen een idee, of je nou wilt of niet. Maar je hebt een persoon tegenover je met net een ander idee. Dan kom je er eerst samen achter dat de ideeën niet werken, en dan ga je elkaar opzoeken.

'Achteraf is het een soort mijmering. Niet van: “Had ik het maar zo gedaan!” Meer van: “Oh, dat was de bedoeling.” Of de scene was het mooist geweest als het zo was gelopen. Maar ja, dan moet je hem schrijven, niet improviseren. Bij improviseren gaat het meer om de momentopnames. Kan je iets raken?’

Wat hoop je te leren van 'De vloer op'?

‘Het is een doorgaand proces. Hoe meer je improviseert, hoe vrijer en vlotter je wordt. En dat kan je overal in meenemen. Het is niet zo dat ik het nog een paar keer doe en dan heb geleerd wat ik moest leren, ik wil het gewoon blijven doen. Ja, ik wil improviseren eigenlijk gewoon blijven doen. Het zou zo leuk zijn om met oude mensen van de toneelacademie improvisatiesessies te organiseren.

‘Je vergeet hoe lekker en hoe moeilijk en hoe slim en hoe dom je je kan voelen. Dat is gewoon allemaal top.’