het beschikbaarheidsvooroordeel

Denkfout van de week

, Suzanne Weusten, psycholoog en schrijver van het boek Wij Zijn Slim

Hoewel het programma Dat Had Je Gedacht is afgelopen, gaan we op Human.nl nog even door met het spotten van denkfouten.

Sinds Nederland werd opgeschrikt door de Amsterdamse zedenzaak van Robert M. wordt iedereen die met kinderen werkt nauwlettend in de gaten gehouden. Professionele medewerkers van kinderdagverblijven en peuterspeelzalen moeten sinds 2013 ingeschreven staan in het personenregister waar ze continu gescreend worden op strafbare feiten die belemmerend of bezwaarlijk zijn bij het werken met kinderen. Bovendien geldt in de kinderopvang het vier-ogenprincipe: een volwassene moet altijd kunnen meekijken met de persoon die bij het kind is.

Maar nu komt er nog een regel bij: de buurvrouw die elke week een kopje koffie komt drinken bij de gastouder, de huisgenoten, de kinderkapper en de voorleesmoeder: allemaal moeten ze vanaf 1 maart 2018 ingeschreven zijn in het personenregister, zo verordonneerde het ministerie van Sociale Zaken deze week. Een maatregel die gemengde reacties kreeg: sommigen waren opgetogen dat de kinderopvang nu nog veiliger zou worden, anderen vreesden juist weinig effect en veel administratieve rompslomp.

Maar is de maatregel wel in proportie met de omvang van de kwestie? Elk jaar worden in Nederland 18.000 kinderen mishandeld of misbruikt. De meeste slachtoffertjes vallen thuis, in het gezin. Ze worden geslagen of misbruikt door bekenden. Slechts een klein percentage misbruik komt voor op het kinderdagverblijf.

Voormalig minister Asscher, die verantwoordelijk is voor deze maatregel, heeft zich laten leiden door het beschikbaarheidsvooroordeel, in dit geval door de zedenzaak van Robert M. die tientallen kinderen misbruikte. Ongetwijfeld met dat voorbeeld in gedachten heeft hij de extra beleidsmaatregel voor de kinderopvang getroffen.

Dat ouders hun kinderen na de Amsterdamse zedenzaak niet durfden toe te vertrouwen aan mannelijk crèchepersoneel is erg, maar begrijpelijk. Maar van de minister die beleid maakt, mag je verwachten dat hij de cijfers kent en maatregelen treft die recht doen aan de omvang van de zaak.

Het is alsof je met een kogelvrij vest boodschappen gaat doen, uit angst voor een terroristische aanslag. Terwijl de kans dat je thuis van het keukentrapje lazert vele malen groter is.