Als er bij trauma geen ruimte is om te delen wat je hebt meegemaakt, en voor emoties als woede, eenzaamheid en verdriet, kan het niet verwerkt worden. Schrijver Nikki Dekker ziet hoe het verleden doorwerkt in het heden als ze twee vrienden opzoekt in Madrid.

Het is woensdagavond, half twaalf, en ik loop met twee vrienden door de donkere straten van Madrid op zoek naar een café dat op dit uur nog iets te eten serveert.

"Hierbabuena?" vraagt Alejandro. 

Juan schudt zijn hoofd. "Asturias. Of Churruca?"

De ene na de andere bar blijkt dicht. Ze kijken elkaar aan. 

"Mual, dan maar?" vraagt Juan.

"Vooruit," zegt Alejandro. Hij haalt z'n schouders op. Ik volg, zoals ik al de hele avond volg: in de wijnkeuze, in de gerechten. De ober suggereert de pisto, de mannen stemmen in. Het blijkt een Spaanse ratatouille, of een shakshuka: groentestoof met gesmoorde eieren erin. 

"Echt lekker," zeg ik.

"Ja," knikt Alejandro. "Je kunt veel van ze zeggen, maar die fascisten kunnen wel koken."

Ik trek mijn wenkbrauwen op. "Sorry, wát?'"

Ik zit wijn te drinken op het terras van een fascistische bar. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

In de laatste aflevering van de podcast Witch, Please, die de Harry Potter-boeken aan een close reading-analyse onderwerpt vanuit allerlei verschillende vakgebieden, van trans studies en pedagogiek tot archiefwetenschap en structuralisme, is psycholoog Addie Merians te gast om te praten over posttraumatische stressstoornis (PTSS).

"Alleen al in de eerste paar hoofdstukken heb ik zoveel post-its geplakt," vertelt ze: "Een voor elke keer dat Harry PTSS-symptomen vertoont." Zijn plotselinge woede-uitbarstingen en eenzaamheid, ze ziet het allemaal direct terug in de DSM, het handboek voor psychische stoornissen.

Een Spaans gezegde luidt; vergeet niet dat Franco in z'n bed is gestorven. De dictator is niet afgezet en nooit verantwoordelijk gehouden voor de honderdduizend Spaanse burgers die hij heeft vermoord. En ook na zijn dood kwam er geen gerechtigheid: om al te veel rumoer te voorkomen, en het franquistische leger niet voor het hoofd te stoten, sloten de politieke partijen een 'pact van het vergeten'. Zand erover.

Dit land, waar men zonder schroom zegt niet meer te willen praten over het verleden, doet soms denken aan de Harry Potter-reeks, waar de personages de naam van de grote oorlogsmisdadiger niet eens kunnen uitspreken. In plaats daarvan refereren ze aan Hij Die Niet Genoemd Mag Worden.

Maar interessanter nog: Merians gaat aan op het gedrag van de volwassenen om Harry heen. De ouders Weasley, zijn peetvader Sirius, en al hun vrienden, die een veilige haven zouden moeten zijn, hebben geen oor naar het trauma van Harry, en willen ook niet over hun eigen leed praten. Nog geen vijftien jaar geleden zijn hun vrienden en familieleden vermoord in een gruwelijke burgeroorlog, maar ze leven hun leven alsof het nooit is gebeurd, en houden op die manier een zwijgcultuur in stand. Het gevolg van zo'n cultuur, legt Merians uit, is een samenleving waar geen ruimte is voor moeilijke emoties als woede of verdriet

In Brieven aan Andalusië probeert Stef Biemans met Spanjaarden te praten over de erfenis van de Spaanse burgeroorlog. De mensen op straat ontwijken het onderwerp met al te Spaanse replieken als: "Er zijn goede dingen gebeurd, er zijn slechte dingen gebeurd." Als hij al antwoord op z'n vragen krijgt, is het omdat hij ze als journalist stelt, als buitenstaander die botte vragen kan stellen.

Biemans gaat naar een middelbare school om de tieners van nu te vragen wat zij hem kunnen leren. De scholieren vertellen een voor een dat ze er bijna niets van weten. Dat de school de lessen over Franco steeds uitstelt tot het einde van het schooljaar om te concluderen dat er helaas geen tijd meer rest. Dat ze alles wat ze hebben geleerd op eigen houtje bij elkaar hebben gezocht, buiten de school om. "Ik mag straks gaan stemmen," zegt er een, "maar ik weet niets over ons politieke verleden."

We zitten op het terras van de fascistische bar en Alejandro pakt z'n telefoon erbij.

"Jullie moeten deze clip zien," zegt hij.

Op het kleine schermpje kijken we hoe een stel drag queens in een auto parkeert op een zandvlakte in de middle of nowhere, met hun korte broekjes en glamoureuze make-up een bar in lopen, en niet zomaar een bar, maar een kopie van Casa Pepe: het wegrestaurant waar Franco nog altijd vereerd wordt als Spaanse held, en de fascistische Spaanse vlag met de adelaar erop aan de muur hangt.

De zangeres, Samantha Hudson, zingt vol overtuiging: "Alles wat je over me zegt is waar. Ik ben een taboe, een flikker, een judeo-maçonnieke Beëlzebub, een hoer, een voodoo-heks…" 

Al snel wordt ze aangevallen door de mannen in de bar. Een slaat een bierflesje stuk op haar hoofd, duwt haar met haar hoofd in een emmer water. Over de brute beelden zingt ze: "Laat me lijden voor Spanje, doe me pijn voor Spanje, geef me stokslagen voor Spanje."

Juan lacht. "Briljant," zegt hij.

Uiteindelijk, weten traumapsychologen, is het gevaarlijkste voor de menselijke geest niet direct wat ze overkomt: niet het geweld of de schokkende gebeurtenis zelf, maar de manier waarop hun omgeving erop reageert. Of er mensen om je heen zijn die van je houden, en met wie je kunt delen wat je is overkomen. Mensen die je ervaringen bevestigen en bekrachtigen, en je de ruimte geven om het te verwerken, om er een verhaal van te maken dat voor jou werkt, zodat je het achter kunt laten en verder kunt met je leven. Als een ervaring niet gedeeld wordt, maar verzwegen, blijft de wond etteren – onderhuids, waar niemand er iets van ziet.

Samantha Hudson is nog maar 22 jaar. Ze maakt deel uit van een nieuwe generatie: eentje die weet wat het verschil is tussen sekse en gender, voor wie therapie geen taboe is, maar een verdienste. Een generatie die gebruik maakt van een heel nieuw vocabulaire om te praten over ervaringen waar voorheen geen woorden voor waren. Met haar Por España en die videoclip breekt ze een stilzwijgen open. Dit zijn de mensen die de toekomst mogelijk maken, doordat ze beginnen te praten over wat er in het verleden is gebeurd.