Militairen die de locatie van een geheime legerbasis weggeven, of foto's van kernwapens delen in een Facebookgroep. De bevinden van Bellingcat journalist Foeke Postma gaan de wereld over, tot aan het Pentagon toe.

Met – naar eigen zeggen – een paar simpele zoekacties op Google weet Foeke Postma, journalist bij onderzoekplatform Bellingcat, de grootste geheimen aan het licht te brengen. Zoals die van influencers op Instagram en TikTok die met hun foto's de handel in exotische dieren in stand houden. Of militairen die via fitnessapps als Strava en Polar een geheime legerbasis weggeven. We spraken hem over zijn methodes en over het belang van open source.

Hoe ben je terechtgekomen bij Bellingcat?

"Ik heb een achtergrond in conflictanalyse en -resolutie en werkte bij vredesorganisatie PAX, waar ik onderzoek deed naar oorlogssituaties en het schenden van mensenrechten in die conflictsituaties. Zo keken we bijvoorbeeld welke wapensystemen ingezet werden in landen als Irak, Syrië, Jemen en Somalië.

Het ingewikkelde is dat de nieuwsvoorziening vanuit die plekken heel beperkt is. Maar je kunt ook kijken naar satellietbeelden en de informatie en foto's die burgers zelf delen, via sociale media. Daar gingen we onderzoek naar doen voor PAX, en dat is iets dat Bellingcat ook doet. Via een collega bij PAX die al voor Bellingcat schreef, ben ik zo in contact gekomen met het platform."

Is online onderzoek noodzakelijk nu het steeds gevaarlijker is voor journalisten om een conflictgebied te bezoeken?

"Het is tweeledig. Aan de ene kant is het inderdaad zo dat journalisten doelwit zijn geworden en het een steeds groter veiligheidsrisico is om journalistiek te bedrijven in een conflictgebied. Tegelijk komt er door het steeds toegankelijker worden van het internet en smartphones een schat aan informatie beschikbaar uit conflictgebieden, die steeds beter te doorzoeken is.

Er is geen oorlog zo goed gedocumeerd als die in Syrië, omdat mensen daar zoveel gefilmd hebben en geüpload naar het internet. Dat is een enorme bron van informatie. Natuurlijk heeft het toegevoegde waarde als je ter plaatse bent en mensen kunt interviewen, maar ik denk dat je informatie sneller kunt achterhalen als je gebruikt maakt van wat er online beschikbaar is."

Hoe bepaal je dan de kwaliteit van een bron?

"Bij Bellingcat maken we gebruik van openbare bronnen. Dat is niet nieuw, maar ik denk wel dat wij een methodologie hebben ontwikkeld waarmee je die data heel goed kunt gebruiken. We hebben technieken ontwikkeld om bij het juiste materiaal te komen en bronnen te verifiëren. Wat we onderzoeken is vooral interessegedreven.

Er zijn collega's die heel veel weten over de oorlog in Syrië. Zelf kijk ik vooral naar westerse militairen en de handel in exotische dieren. Als je bekend raakt met zo'n terrein, dan leer je vanzelf ook welke hele specifieke Facebookgroepen je moet volgen, welke hashtags, of welke Discord servers. Afhankelijk van datgene waar je benieuwd naar bent, zijn er heel specifieke plekken waar je kunt zoeken."

Kun je een voorbeeld noemen?

"Kernwapens is zo'n onderwerp waar veel mensen benieuwd naar zijn. Iedereen weet dat ze opgeslagen liggen, ook in Nederland. Waar dat is en hoeveel het er zijn, is staatsgeheim. Voor informatie daarover ben je afhankelijk van de overheid.

Heel soms komt er ook wel iets naar buiten, bijvoorbeeld als een oud-premier iets zegt, of als document van de NAVO lekt. Waar ik benieuwd naar was, is hoeveel informatie er beschikbaar is via openbare bronnen.

Via een aantal algemene zoektermen die ik in Google invoerde, kwam ik uit bij Flash Card Apps, die gebruikt worden om te studeren. Je schrijft een vraag op een briefje, het antwoord op de andere kant en zo kun je jezelf trainen om informatie te onthouden. Militairen die kernwapens beveiligen moeten allerlei beveiligingsprotocollen en informatie over die wapens uit het hoofd leren. Daarvoor, zo bleek, gebruikten ze deze apps, niet wetende dat de app synchroniseerde met een server waarop al deze informatie beschikbaar kwam."

Foeke Postma

"Zo kreeg ik toegang tot geheime informatie, over waar de wapens opgeslagen lagen, hoeveel het er zijn en beveiligingsvragen als de vindplaats van sleutels, welke wachtwoorden je nodig hebt en hoe je kunt controleren of een toegangsbewijs echt is.

Vervolgens bleek er ook nog een openbare Facebookgroep te zijn van Amerikaanse soldaten die hier in Nederland de kernwapens beveiligen. Daar kon ik foto's vinden, namen en andere informatie. Zo kwam ik een beveiligingslek tegen, niet alleen in Nederland, maar ook in België, Duitsland, Italië. En ik heb er alleen maar voor hoeven googelen. Mijn artikel leidde tot een reactie van het Pentagon, dat ook een onderzoek naar het lek heeft ingesteld."

Eerder vond je ook al de huisadressen van Nederlandse militairen.

"Een paar jaar terug verscheen er een artikel op Bellingcat over hoe Strava, een fitnessapp, een kaart produceerde van de metadata van sporters. Alle routes die hardlopers hadden afgelegd werden geanonimiseerd weergegeven op een wereldkaart. Op die kaart kon je bijvoorbeeld zien dat vermoedelijk westerse soldaten rondjes hadden gelopen op een afgelegen plek ergens in een woestijn in Somalië. Zo werd ineens duidelijk waar semi-geheime of geheime legerbasissen zich bevonden en hoe die basissen waren ingedeeld.

Ik liep zelf ook hard en maakte gebruik van een andere app dan Strava, namelijk Polar. Elke keer als ik een rondje gelopen had, zette ik de app uit bij mijn voordeur. Dat moeten veel meer mensen doen, dacht ik. Zo kon ik van individuele militairen, die hun account niet afgeschermd hadden, achterhalen waar ze in Afghanistan hadden gelopen en waar ze dat in Nederland deden. Ik kon hun huisadres achterhalen. Daar is een groot artikel uit voortgekomen dat Bellingcat samen met De Correspondent gemaakt heeft."

Wat zegt het over onze omgang met het internet, dat deze informatie openbaar is?

"Er wordt wel eens gewezen op een generatieverschil. Dat ouderen niet voldoende doorhebben dat alles wat ze delen beschikbaar is en blijft op het internet. Ik zie vooral dat een nieuwe generatie nog meer aan het delen is dan de voorgaande.

Ik denk dat dat heel menselijk is en ik denk ook niet dat dat verkeerd is. Natuurlijk is er bewustwording nodig dat dat niet zonder risico's is, maar ik denk ook dat hoe meer informatie er beschikbaar is, hoe beter het is. Dat is natuurlijk een beetje makkelijk om te zeggen omdat het mijn werk is om er gebruik van te maken, maar vergeet niet dat die informatie ook ten goede gebruikt kan worden."

"Een vakantiefoto die jij deelt van een strand in Madagaskar kan gebruikt worden om foto's van mogelijke kindermisbruiknetwerken te verifiëren en te achterhalen of een kindermisbruiker, crimineel, of terrorist ook op dat strand liep of in dat hotel verbleef. Zonder dat jij daar iets van hoeft te weten.

Er wordt vaak op gewezen dat overheden of bedrijven jouw data gebruiken om jouw gedrag of politieke voorkeur te beïnvloeden, of dat een regering zoals in China jou gaat controleren en mogelijk bestraffen voor wat je gedeeld hebt. Ik denk dat dat reëele risico's zijn, maar al die data heeft ook de potentie in zich om een staat of de macht te controleren."

Toch hoor je vaak dat bedrijven als Facebook en Google niet het beste met de mensen voorhebben.

"Ik denk dat als winst het doel is, andere belangen onderhevig gemaakt worden aan het behalen van die winst. Maar ik denk niet dat het probleem ligt bij de mensen die iets delen, maar bij de slechte entiteiten die daar misbruik van maken. Er is beleid en wetgeving nodig zodat mensen geen slachtoffer worden van wat ze delen. En ik denk dat het heel goed is om na te denken over gedecentraliseerde netwerken.

Neem Wikipedia als voorbeeld, waar mensen zelf een bijdrage aan kunnen leveren. Of OpenStreetMap, waarop mensen specifieke kenmerken van hun buurt kunnen toevoegen. Voor sociale media, voor het delen van persoonlijke foto's of berichten, zijn die alternatieven er nog niet, maar ik denk dat het goed is om die wel te ontwikkelen. Dat is veel beter dan mensen te vertellen dat ze niet meer moeten delen, of maar voorgoed uit moeten loggen van het web."

Zie je dat ook als jouw taak, mensen bewuster maken?

"Deels is dat wel bewustwording, ja. Bellingcat wordt gezien als pionier als het gaat om dit soort brononderzoek. We houden die informatie ook niet voor onszelf, maar hebben op onze website handleidingen staan hoe je dit soort onderzoek doet. We leggen het stap voor stap uit en ik train daar ook andere onderzoekers en journalisten in. Puur omdat we zien dat er zoveel data is waar nog geen gebruik van wordt gemaakt."