Voorheen verzoop het voetbalcommentaar in het gejoel en gejuich van overvolle café's. Nu we de eerste fase van het EK noodgedwongen in kleiner gezelschap keken, treedt het in woorden verpakte voetbal juist naar de voorgrond. Er schuilt een vorm van poëzie in.

"Voor een speler van zijn kaliber moet het gewoon hangen zijn," zei NOS-voetbalcommentator Jeroen Grueter, nadat oranjespeler Memphis Depay de bal een paar meter over het Oostenrijkse doel had getrapt. Schrijven over muziek is als dansen over architectuur, zo luidt de veelgeciteerde aan Frank Zappa toegeschreven wijsheid. Wat betekent het dan om te praten over voetbal?

Normaal gesproken verzuipt het voetbalcommentaar vaak in het gejoel en gejuich in overvolle cafés en op het terras. Nu we de eerste fase van het EK voetbal noodgedwongen in klein gezelschap keken, treedt het voetbal verpakt in woorden juist naar de voorgrond.

Voelen hoe dit voelt

En in de soms onmachtige pogingen het voetbal te vertalen, schuilt een vorm poëzie, zagen literatuurwetenschapper Kila van der Starre en schrijver Jelle Pieters. Zij bedachten de #voetbalflarf. De voetbalflarf-dichter schrijft tijdens de wedstrijd zinnen uit het commentaar op, om die daarna (zonder iets toe te voegen) te herschikken tot een gedicht.

"Verlies ook niet je hoofd nu / als je die kleine dingen maar goed doet / kijken naar het gevoel / en voelen hoe dit voelt," destilleerde Van der Starre bijvoorbeeld uit het commentaar van Frank Snoeks bij de wedstrijd Nederland – Oekraïne. "Voelen hoe dit voelt," het klinkt geweldig – maar het zegt vrijwel niets. Zelf noteerde ik bij diezelfde wedstrijd: "Een vol stadion, zo ziet dat eruit. En het voelt als kippenvel."

Dat gestoei met de taal – de pogingen om het één in het ander uit te drukken – doet denken aan een prachtige passage uit een gedicht van Bernke Klein Zandvoort: "Soms ben ik bang dat metaforen de werkelijkheid verdunnen / banger ben ik dat er niets anders bestaat / dan dezelfde dingen uitgedrukt in elkaar. "

Memphis Depay in actie tegen Oostenrijk.

Verzameling van luchtstootjes

Het voetbalcommentaar bestaat natuurlijk uit feitelijke beschrijvingen, de uitleg over gespeelde tactieken, de speelgeschiedenis van de spelers. Maar die pogingen het 'gevoel' onder woorden te brengen: wat schiet je ermee op?

Volgens de Britse schilder Lucian Freud zijn de woorden die een schilder uitspreekt over zijn kunst ongeveer even relevant voor zijn werk als de klanken die tennissers uitstoten dat zijn voor hun sport. In het essay Hm, Hé, Ha: Kunst en Woorden van Julian Barnes waarin ik dit las, voegt Barnes daar aan toe: "Behalve dat ze [de tennissers] daarmee hun tegenstander van de wijs proberen te brengen, dienen die klanken – de grommen en gilletjes en agressief klinkende blafgeluiden die we op Wimbledon en Roland Garros horen – wel degelijk nog een ander doel: uitademen bij een slag zou een ontspannende werking hebben, waardoor je de bal soepeler over het net kunt spelen."

Freud (1922-2011) schijnt het zelf ook gedaan te hebben. Julian Barnes citeert uit een boek van kunstcriticus Martin Gayford, die meekeek hoe Freud werkte: "Voordat hij een [penseel]streek aanbrengt, stoot L[ucian] F[reud] vaak een beetje lucht uit, een zuchtje van inspanning en concentratie."

Allemaal luchtstootjes van inspanning en concentratie: het geschreeuw op het voetbalveld, de commentator die zijn woorden de microfoon injaagt, het gejuich thuis op de bank.

Zo kun je ook naar voetbal te kijken, als een verzameling van luchtstootjes / in elkaar uitgedrukt.