Sinds het coronavirus begin januari de Chinese miljoenenstad Wuhan trof, heeft de nieuwe ziekte de wereld gegijzeld. In Italië brak paniek uit toen ook daar SARS-CoV-2, zoals het virus wordt genoemd, de kop opstak. Dorpen gingen dicht, scholen, winkels en kerken werden gesloten, concerten en andere grote evenementen afgelast. Wanneer op zulke grote schaal hysterie ontstaat, spitst Suzanne Weusten haar oren.

Wereldwijd zijn meer dan 96.000 mensen besmet; meer dan 3.300 mensen zijn inmiddels bezweken aan de gevolgen van het virus, meestal een longontsteking. Het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding verhoogde zijn risico-inschatting voor besmetting met het nieuwe coronavirus van 'matig' naar 'hoog'.

Ook in ons land sloeg het virus toe. Donderdag 5 maart werd duidelijk dat bij 82 mensen is vastgesteld dat ze besmet zijn met het virus en werd in de Kamer gedebatteerd over het virus. Eerder die week overlegde de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing (MCCb) voor het eerst over de verspreiding van het coronavirus. Tot overmaat van ramp treft corona niet alleen mensen: ook de economie lijdt eronder. Bedrijven zagen hun omzet kelderen, beurzen daalden en productieketens stagneerden.

Mentale verdedigingsmechanismes

Om zichzelf te wapenen tegen gevaar heeft de mens drie mogelijkheden: hij kan vechten, vluchten of verstarren. Deze primaire reacties op dreiging van buitenaf kunnen variëren, afhankelijk van de specifieke situatie en de lichamelijke en geestelijke conditie van degenen die het betreft. In de oertijd, toen gevaar nog vooral een fysieke bedreiging was – een leeuw die achter je aanstoof of een sissende slang in het gras – reageerde vooral ons lijf: we maakten ons uit de voeten.

Naarmate de wereld complexer werd en andere gevaren en stressoren ons bedreigden, kwam ons hoofd er steeds meer aan te pas en verfijnden we onze cognitieve vermogens. Inmiddels hebben we een scala aan mentale verdedigingsmechanismes tot onze beschikking: we kunnen gevaar ontkennen, bagatelliseren of ombuigen en de verantwoordelijkheid bij een ander leggen. Maar we kunnen ook onszelf overschatten of het gevaar overdrijven. De mens verliest soms de realiteit uit het oog.

Ook de manier waarop we omgaan met de dreiging van het nieuwe virus is niet altijd rationeel. De eerste irrationele reactie kwam al snel, toen het virus in Europa was gesignaleerd. Opeens lagen Aziaten in Nederland onder vuur. Chinezen werden gepest en bedreigd; een carnavalsliedje met de zin 'voorkomen is beter dan Chinezen' was de spreekwoordelijke druppel. 'Het Chinees racisme is een puist die nu openbreekt,' schreef NRC Handelsblad.

Suzanne Weusten is psycholoog

Mentale uitglijders

Zo'n irrationele actie is een ernstige mentale uitglijder en wordt in de psychologie de 'representativiteitsfout' genoemd. Het is een versimpeling van de werkelijkheid, een categoriseringsfout.

Als het virus de Chinezen treft, dan zijn alle Chinezen opeens een besmettingsgevaar, is de achterliggende gedachte, die behalve pertinente onzin ook een vorm van xenofobie is. Een petitie van Chinese initiatiefnemers om de discriminatie te stoppen werd dan ook in enkele dagen meer dan vijftigduizend keer ondertekend.

De volgende mentale uitglijder liet niet lang op zich wachten. Vooropgesteld: het coronavirus is een serieuze bedreiging, het virus is nieuw, we hebben nog geen medicijn en wie oud en zwak is loopt een risico. Maar goedbedoelde initiatieven van media en overheidsinstanties, zoals het RIVM, om burgers te informeren, hadden niet helemaal het gewenste effect.

Voor veel mensen werd zakelijke informatie over een potentiële ziekte nu een reëel persoonlijk gevaar. Ze betrokken de informatie te zeer op zichzelf en bestookten massaal de huisarts en de GGD. 'Ik hoest en voel me ziek, heb ik het coronavirus,' vroegen ze zich af. De druk op de dokters loopt zo hoog op dat de zorg voor andere patiënten in de knel komt, zei een huisarts deze week tegen het NOS journaal.

Deze mentale uitglijder, ook wel het 'beschikbaarheidseffect' genoemd, is een menselijke reactie op dramatische gebeurtenissen en bijna niet te voorkomen. Ze wordt aangewakkerd door berichten en beelden in de media.

Doordat er zoveel aandacht aan corona wordt besteed, overschatten we de aanwezigheid ervan. We hebben gehoord en gezien dat er mensen sterven door het virus, en dat beeld blijft ons bij, terwijl we vergeten dat er jaarlijks in eigen land zo'n tweeduizend mensen sterven aan een gewone griep. We denken dat het virus overal is, en slaan al alarm bij een hoestje.

Nul risico

Een derde irrationele reactie op de uitbraak van het coronavirus gaat over de mate waarin we grip hebben op risico's. Doordat corona zo ongrijpbaar is, baart het virus ons extra zorgen. Concrete risico's kunnen we goed zelf calculeren en nemen we dan ook bewust, of het nu autorijden, roken of diepzeeduiken is.

Maar risico's die we niet zelf in de hand hebben, zoals straling van hoogspanningsmasten of een nieuw virus, accepteren de meeste mensen niet: de 'zero risk bias'. Daar moet de overheid voor zorgen, vinden ze, en liefst met nul risico.

En tenslotte kun je je afvragen of de aandacht voor het nieuwe coronavirus – vooral in de media – niet té uitgebreid is en de angst ten onrechte versterkt. Want, zoals een arts deze week op de opiniepagina van de Volkskrant schreef: "Als je in de auto of op de fiets stapt, is de sterftekans aanmerkelijk hoger dan het risico dat je wordt besmet met het coronavirus én eraan overlijdt."