Onthaasten, waar veel mensen het vaak over hadden, maar waar ze niet aan toekwamen, is noodgedwongen de nieuwe status quo geworden, ziet cultuursocioloog Ruben Jacobs.

"Heb je haast?" vraagt een buurtgenoot op meer dan anderhalve meter afstand, terwijl ik mijn hond aan het uitlaten ben. Die van haar is er net met die van mij vandoor gegaan. Konijnenjacht. Doen ze altijd als ze elkaar zien. En het duurt dan minstens een half uur voordat ze uitgeraasd zijn en weer bij ons terugkomen. We zijn dus nog wel even bezig.

De coronawandelaar

"Haast? Voor wat?" reageer ik. Want ja, er is geen werk of afspraak om naar toe te gaan, geen metro of trein die moet worden gehaald. Ik ben een thuiswerker geworden, net als velen anderen. Tot voor kort was ons park doordeweeks vooral het domein van honden en hun baasjes, tegenwoordig is het een stuk drukker. Hardlopers, spelende kinderen en ook opvallend veel wandelaars; veelal eenlingen die mijmerend over de paden van het park lopen.

In België hebben ze er al een woord voor: de coronawandelaar. Mensen die de bossen, parken of andere natuurgebieden in gaan om te ontsnappen aan hun verstikkende sociale quarantaine. Afgelopen weekeind liep het zo storm, dat Natuurmonumenten zich genoodzaakt voelde om er een noodoproep uit te gooien. "GA NIET DE NATUUR IN VANDAAG" was in kapitalen de boodschap op Twitter.

De natuur is een toevluchtsoord geworden, aantrekkelijker dan ooit. Laten we er even bij stilstaan hoe bijzonder dat is (ook al is het nu niet handig om er heen te gaan).

Drukte in het Amsterdamse bos. Mensen wordt aangeraden om niet de natuur in te gaan.

Gedwongen onthaasten

De ironie van dit alles is dat dat waar veel mensen het vaak over hadden, maar in hun drukke en digitale levens niet aan toekwamen - onthaasten - opeens de nieuwe gedwongen status quo is geworden. En dan heb ik het natuurlijk niet over al die hardwerkende mensen in vitale beroepen of gezinnen met drie puberende kinderen. We zijn (nog) niet in lockdown, maar wel degelijk in slow down.

Het coronavirus heeft in korte tijd iets voor elkaar gekregen waar wetenschappers, klimaatactivisten en een toenemende schare bezorgde burgers al decennia voor pleiten: minder spullen, minder reizen, minder vervuiling. Kortom: het heeft de planeet verslindende productie en consumptiemachine van de mondiale economie tot stilstand gebracht.

Waar men het in theorie vaak over heeft gehad, maar diep van binnen wel wist dat de mens er nooit vrijwillig aan zou beginnen, speelt zich nu voor onze ogen af: we zijn in rap tempo aan het 'ontgroeien'. Christiaan Weijts beschreef het mooi in zijn recente column in NRC:

'Laten we eerlijk zijn: de aarde was al op weg naar de afgrond. Uitputting, oververhitting: dat de gevolgen van de ongeremde groei-economie, bio-industrie en massatoerisme fataal gingen zijn is al een halve eeuw met stijgend volume geschreven en geschreeuwd. En nu, vlak voor de klif, is in twee, drie maanden tijd, het onvoorstelbare gebeurd. Alles strandt.'

Blijvende impact

Opeens gebeuren er dingen die normaal ondenkbaar zouden zijn: een snelle daling van de uitstoot van broeikasgassen, vervuilde lucht in veel industriële gebieden die als sneeuw voor de zon verdwijnt, mensen die op grote schaal korter én vaak vanuit huis gaan werken, geen files meer.

Op de cover van The Economist van deze week staat een plaatje van de planeet met daaroverheen een bordje closed. Of dit bizarre slow down-experiment uiteindelijk goed is voor de toekomst van onze woonplaats, blijft in het ongewisse. Maar hoe langer dit duurt (en de experts geven aan dat dit lang kan gaan duren), hoe groter de kans dat het blijvende impact gaat hebben op ons leven. Ten goede of ten kwade. Of beide.

Laat echter één ding duidelijk zijn: we moeten hier niet om gaan juichen. Dit is een tijd van grote tragiek, van economisch, sociaal en fysiek lijden. Dit is een ramp. Een ramp die vooral ook laat zien hoe kwetsbaar en onduurzaam onze huidige economie en manier van leven is. Maar het is ook een kans. Een kans om deze tragiek, dit noodgedwongen slow down-experiment, aan te grijpen om dat te doen wat sowieso al moest gebeuren: onszelf bevrijden van een onhoudbare levensstijl.

Zoals Gideon Lichfield, hoofdredacteur van MIT Technology Review, al schreef: 'We're not going back to normal.'

Laten we het hopen.
Ten goede dan.