Deze bizarre coronaperiode herinnert ons eraan dat de samenleving op meer drijft dan op wetten en winstmaximalisatie. Dat het leven gaat om samenleven. Laten we daar de belasting voor de superrijken op aanpassen, stelt Bertus Tulleners.

Tijdens het laatste World Economic Forum lanceerde een groep miljonairs en miljardairs het initiatief Millionaires against pitchforks. Je leest het goed, miljonairs tegen hooivorken. De naam van het initiatief werkt direct op de lachspieren. Het zou een mooie sketch zijn, maar het is realiteit.

De initiatiefnemers handelen vermoedelijk uit goed fatsoen. Het fatsoen van de beschaafde, heersende aristocratie. In de open brief die de ondertekenaars van het initiatief hebben opgesteld, roepen zij andere (minder sociale) megarijken op om geen belasting meer te ontduiken en overheden te vragen meer belasting te heffen. In de motivatie beschrijven ze onder andere hun zorgen over de verwachte interventies van de rest van de mensen. Onder druk van groeiende ongelijkheid en extreme maatschappelijke uitdagingen zou men (lees 99,9 procent van de bevolking, ook wij dus) wel eens met geweld verhaal kunnen gaan halen. Dus geachte medemiljonairs en -miljardairs, laten we belasting betalen om deze volkswoede te voorkomen.

Legaal is wat anders dan sociaal

Het is een argumentatie die verbijsterend is in haar directheid, en na enige reflectie twee vragen oproept:

  1. Waarom hebben deze mensen een dergelijke aanmoediging nodig? Belasting ontduiken is iets voor criminelen, ook al gaat het om een legale constructie. Niet alles wat legaal is valt moreel te verantwoorden. Dat het legaal is, maakt het niet minder asociaal.
     
  2. Waarom staan we überhaupt toe dat multimiljonairs bestaan? De afgelopen jaren worden keer op keer cijfers gepubliceerd over de groeiende ongelijkheid. We horen jaarlijks van Oxfam hoe een paar dozijn mensen meer bezitten dan miljarden anderen tezamen. En die ongelijkheid bestaat niet alleen tussen de superrijken en de superarmen. Ook in Nederland laat het CBS zien dat er extreme ongelijkheid bestaat. Zo bezit de rijkste 10 procent, 64 procent van het totale vermogen van alle huishoudens (exclusief pensioenaanspraken). De 10 procent huishoudens met de laagste vermogens hebben zelfs meer schulden dan bezittingen. Deze mensen hebben gezamenlijk een negatief netto vermogen van 51 miljard euro. Dat de democratische meerderheid van de bevolking dit onwenselijk acht en voor nivellering is, is evident, zo onderzocht ook de WRR. Dat dit niet structureel wordt overgenomen op de politieke agenda is een mysterie, met name omdat de WRR ook concludeert dat de vermogensongelijkheid in Nederland toeneemt.

Dit zijn geen vragen die we aan de rijken der aarde moeten voorleggen. Zij zijn immers een select groepje niet-representatieve medebewoners op deze planeet. We moeten onze volksvertegenwoordigers bevragen waarom ze hierover zwijgen. Wellicht hoeven we de verzorgingsstaat niet te ontmantelen als we extra inkomsten genereren voor de publieke zaak.

Valse droom

Dit argument voor de belangenbescherming van de democratische meerderheid roept vaak een tegenargument op. Want is het niet zo dat welvarende mensen er zelf hard voor gewerkt hebben? En is het niet onrechtvaardig om deze hardwerkende Nederlanders hun zuurverdiende centen af te nemen? Dit argument klinkt sympathiek. Geen fatsoenlijk persoon wil iemand anders' bezit afnemen.

Toch is het argument bedrieglijk. Want die zuurverdiende centen worden nooit verdiend in een vacuüm. Zij worden verdiend binnen een samenleving waarin publieke middelen betalen voor publieke voorzieningen. Daarnaast is een meer sociale belasting op grootkapitaal iets anders dan een extra belasting op het bovenmodale inkomen van de hardwerkende Nederlander. Wie binnen die voorzieningen (en de wet) erin slaagt veel kapitaal te accumuleren mag daar uiteraard van genieten, én een bijdrage leveren aan het in stand houden van de voorzieningen. Met name als het kapitaal al generaties in de familie is en dus niet vergaard door een hardwerkende medeburger, maar door zijn of haar voorouders.

Daarnaast weten we in Europa al lang dat de American Dream een valse droom is. De suggestie dat iedereen het kan maken en dat als je faalt het alleen aan jezelf ligt, houdt al generaties lang een gemarginaliseerde meerderheid van de bevolking in de Verenigde Staten in de illusie dat zij zelf het probleem zijn. Alsof de opleiding van je ouders, het al dan niet opgroeien in een veilig gezin en een veilige buurt, het in aanraking komen met boeken versus straatcriminaliteit en racisme, geen invloed hebben op je kansen als volwassene. Mensen worden wellicht gelijk geboren, maar groeien niet gelijk op. Dat is waarom we onderwijs en zorg hebben. Dat is waarom we in Nederland elk gezin uitnodigen op het consultatiebureau, waarom we kinderen ongeacht hun welvaart de kans willen geven zich via onderwijs te ontwikkelen om iets van hun leven te kunnen maken.

Tekst gaat verder na afbeelding

Baby's worden onderzocht op een consultatiebureau.

Eerste stap

Tussen rijk en arm bevindt zich een breed spectrum aan mensen die een normaal inkomen hebben, een huis met een hypotheek en een beetje spaargeld. Zij betalen belasting, net als iedereen. Waarom staan democratieën als Nederland dan toe dat een handjevol individuen zoveel meer welvaart heeft en daarvan zo weinig afdraagt aan de publieke zaak? Het lijkt te duiden op een gebrek aan politieke wil over de gehele linie. Want welk politiek onderwerp biedt zo'n eenvoudige manier om steun te verwerven als een mediageniek onderwerp waar meer dan 98 procent van het electoraat direct beter van wordt?

 En de overige twee procent indirect, want belasting wordt besteed aan zaken die de publieke zaak ten goede komen.

Welke hervorming van het belastingsysteem het meest optimaal is, kan prima bestudeerd worden door onze onafhankelijke adviesorganen. Het lijkt logisch om de lijn van Piketty te volgen en vermogen aan te pakken in plaats van alleen op inkomen te focussen. Het nemen van maatregelen die voorkomen dat armoede en extreem vermogen van generatie op generatie worden doorgegeven, is een grote stap voorwaarts. Over de vraag of de recent voorgestelde 'sociale erfenis' een van de concrete maatregelen moet zijn, kan gedebatteerd worden. Over de vraag of er dergelijk ingrijpende hervormingen nodig zijn, niet. De richting is duidelijk, de specifieke invulling is een afstemmingskwestie waarop politieke partijen zich kunnen profileren. Een eerste stap zetten vergt geen gedetailleerde kaart van de komende honderd jaar.

Kapers op de kust

Als we de focus verleggen van de rijke individuen naar rijke organisaties, is het uitblijven van actie om een fatsoenlijke belasting op grote ondernemingen te heffen minstens zo bevreemdend. De realiteit is dat we gewone burgers en midden- en kleinbedrijf prima belasten, waar we multinationals en superrijken allerlei legale ontwijkmogelijkheden bieden. We hebben asociaal gedrag proactief gelegaliseerd. Typerend is wat een van de belastingmannen van Shell als repliek had richting Nederlandse Kamerleden:

"U vraagt mij of het moreel te verantwoorden is dat Shell geen belasting betaalt in Nederland. Maar het is de wet die bepaalt hoeveel belasting een bedrijf betaalt, niet de moraal. Die wetten hebben jullie als volksvertegenwoordigers zelf gemaakt. Als het Nederlandse publiek niet accepteert dat de uitkomst van die wetten is dat bedrijven als Shell geen belasting betalen, wiens verantwoordelijkheid is dat dan? Als jullie de wet op dit punt willen wijzigen, zullen de mensen die jullie vertegenwoordigen daarvan de consequenties moeten aanvaarden."

Het pijnlijke is dat deze man een verwerpelijk standpunt verdedigt, maar wel gelijk heeft. De Nederlandse staat faciliteert actief zeer onwenselijk gedrag dat de publieke zaak hier en elders schaadt. Het is moderne, door de staat gesteunde piraterij. Zelfs zonder morele scrupules en puur beredeneerd vanuit het eigenbelang van de BV Nederland is dit schadelijk. Het ondermijnt het functioneren van onze en andere democratische rechtsstaten en schept precedent voor ander grootschalig asociaal gedrag van witte mannen met witte kragen.

De SP en GroenLinks vroegen recent om volledige transparantie van de belastingafspraken tussen de Belastingdienst en multinationals. Het is verontrustend dat D66 en de PvdA zich tegen dit verzoek verzetten met privacy-gerelateerde argumenten. Alsof er geen manieren zijn om belastingafspraken publiek te maken zonder cruciale privégegevens van ondernemingen te delen. Een groot deel van hun financiële informatie is immers al publiek, aangezien ze elk kwartaal aan hun aandeelhouders moeten rapporteren.

Coronacrisis

Nu de coronacrisis woedt, zwermen multinationals weer rond de pot met publiek geld. Veel bedrijven lijden direct onder deze crisis en kloppen bij overheden aan voor financiële steun. Dit is in veel gevallen terecht. Kleine of middelgrote ondernemers met beperkte winstmarges en middelen hebben geen pandemiebuffer. Grote ondernemingen blijkbaar ook niet. Dat is ergens begrijpelijk, want de coronamaatregelen zijn zo ingrijpend dat ondernemingen ze niet konden voorzien.

Dat betekent echter niet dat bedrijven geen buffers hadden kunnen hebben. Wanneer bedrijven in sectoren die vette jaren achter de rug hebben wel flinke dividenden aan aandeelhouders en premies aan managers hebben uitgekeerd, is het vreemd dat ze binnen een paar dagen nadat de coronamaatregelen werden aangekondigd spreken over gedwongen ontslagen en staatssteun. En zelfs als het om ondersteuning vanuit banken gaat, komt het risico uiteindelijk bij de burger te liggen.

Juist in de urgentie van een crisis is het noodzakelijk om kritisch te kijken wie we nu precies helpen met de steunmaatregelen. En als we multinationals staatssteun geven, dan moet daar minstens iets tegenover staan in termen van publiek belang. Bijvoorbeeld een betere bedrijfsvoering met meer garanties voor personeel, grotere buffers, het doorvoeren van verduurzamingsmaatregelen en een structureel conservatievere dividenduitkering.

Tekst gaat verder na afbeelding

KLM-vliegtuigen op Schiphol.

Een weg voorwaarts

Wat is er nodig om deze situatie te veranderen? Een sociaal-democratisch belastingsysteem. Een belastingsysteem dat privaat kapitaal omzet in publieke waarden, daar waar de private partijen grootschalig publieke welvaart hebben geprivatiseerd. Een rationele, effectieve en morele manier om het leven van ons allemaal structureel te verbeteren. Precies waar de belastingdienst voor is. Wellicht dat de coronacrisis en de reorganisaties bij de Belastingdienst daar ruimte aan kunnen bieden. Het goede nieuws is dat we weten dat dit op brede publieke steun kan rekenen. Het gaat immers om het invoeren van de belasting die bijna iedereen ziet zitten. En ja, dan zullen er wat brievenbusfirma's en superrijken vertrekken. Dit is geen verlies. Ook niet financieel.

Deze bizarre coronaperiode herinnert ons er weer aan dat de samenleving op meer drijft dan op wetten en winstmaximalisatie. Dat het leven gaat om samenleven. Dat je daarbij rekening houdt met elkaar. Dit weten ook de miljonairs van Millionaires against pitchforks. Ook zonder hooivorken steunen zij een hervorming van onze welvaartsverdeling. Zij zien de noodzaak in van het betalen van de belasting die alle niet-multimiljonairs graag zien komen.